opinie

Speculatietaks verdient nuchtere analyse

Voorzitter KU Leuven

De speculatietaks was het onderwerp van de week in beleggerskringen. De ene straffe uitspraak volgde op de andere, allemaal negatief. In de ondernemingswereld bleef het stil. Verrassend, want een belangrijk deel van de ondernemingswereld, heeft de invoering van deze taks minstens gedoogd of zelfs aanbevolen. Tijd voor een nuchtere analyse.

Herman Daems voorzitter KULeuven

©Frank Toussaint

Tijdens het felle debat wordt het soms vergeten, de speculatietaks is geen transactietaks. Transacties worden door deze taks niet ontmoedigd, dat zal wel gebeuren mocht Europa de veel besproken Tobintaks, of financiële transactietaks, invoeren. Dat is gelukkig nog niet zeker. De speculatietaks is wel een taks op meerwaarden die binnen een periode van 6 maanden via een aankoop en verkoop van beursgenoteerde aandelen gerealiseerd worden. In essentie laat de taks de overheid delen in de winst die door een belegger verdiend wordt. Indien er geen gerealiseerde winst is binnen zes maanden, is er ook geen taks. Bijna alle winsten en inkomsten van burgers en vennootschappen worden door de overheid in een moderne maatschappij belast. Er zijn heel wat economen die stellen dat een gelijke belasting van alle inkomen, winsten en meerwaarden, een correcte manier van belasten is. Bijgevolg zouden de tegenstanders van de speculatietaks moeten aantonen waarom meerwaarden die op korte termijn gerealiseerd worden op aandelen vrij moeten zijn belastingen zoals dat gelukkig het geval is voor meerwaarden die op lange termijn gerealiseerd worden.

Het inzicht dat alle vormen van inkomen belast moeten worden heeft ertoe geleid dat de meeste landen meerwaarden belasten. Dat gebeurt ook in België. Maar in de praktijk zijn de taksen op meerwaarden beperkt, immobiliën bijvoorbeeld, en alleen als het over korte termijn meerwaarden gaat. De focus van de fiscus ligt bij ons dan ook meestal op transacties binnen een korte tijdspanne. Tot nu zijn meerwaarden op aandelen in de meeste gevallen vrij gesteld. Wat nogal uitzonderlijk is. Dat zou nu veranderen. Gelukkig blijft België, in tegenstelling tot andere landen, bereid, en hopelijk blijft dat zo, om meerwaarden die ontstaan bij de verkoop van aandelen die langer dan zes maanden aangehouden werden niet te belasten. Voor de aanmoediging van het ondernemerschap en het risicodragend kapitaal is het niet belasten van lange termijn meerwaarden fundamenteel. Waarom dat zo is leidt ons nu te ver, er is ook al veel over geschreven.

Hoe lang worden aandelen in België trouwens aangehouden? De Tijd heeft dat in 2013 uitgezocht en stelde vast dat aandelen in België gemiddeld anderhalf jaar in portefeuille gehouden worden. Dat klopt met mijn ervaring. Ik zat 15 jaar algemene vergaderingen van Belgische vennootschappen voor en ik was altijd blij verrast daar ook steeds dezelfde kleine beleggers tegen te komen. Het waren zeker geen lijdzame beleggers, ze roerden zich fel en waren zeer betrokken. Dat was goed voor die ondernemingen. De statistieken en mijn ervaring lijken aan te geven dat de doorsnee Belgische belegger een loyale aandeelhouder is van zijn onderneming. Deze gemiddelde belegger gaat dan ook geen taks betalen. Wie belastingen gaat betalen is de snelle belegger, individu of vennootschap, die binnen een periode van 6 maanden in- en uitstapt, en zelfs nog niet de moeite neemt om de volgende algemene vergadering af te wachten om zich uit te spreken over het ondernemingsbeleid.

Korte termijn

Er worden wereldwijd meer en meer vragen gesteld bij het kortetermijngedrag van sommige beleggers en investeerders. Die vragen komen niet van softies.

Er worden wereldwijd meer en meer vragen gesteld bij het korte termijn gedrag van sommige beleggers en investeerders. Deze vragen komen niet van softies, lefties en criticasters van het beurskapitalisme. Integendeel. Het grootste pensioenfonds van Canada heeft een beleid om nog alleen op lange termijn te beleggen. De wereldwijde baas van McKinsey heeft een uitgebreide studie gemaakt over de voordelen van Long Term Capital en Patient Capital. In New York kwam in maart een conferentie van meer dan honderd asset managers van de mooiste huizen samen om zich te beraden over hoe er meer op de lange termijn kon geïnvesteerd en belegd worden.

Beleggers zelf zoeken naar instrumenten om het lange termijn aandeelhouderschap aan te moedigen. Zo deden twee jaar geleden verschillende beleggersverenigingen een oproep om lange termijn kleine aandeelhouders een hoger dividend uit te keren of om het ontvangen dividend lager te belasten. Een beter bewijs dat beleggers zelf menen dat aandeelhouders die langer in de onderneming blijven, waarde creëren voor die onderneming kan ik niet vinden.

Er zijn drie redenen waarom lange termijn aandeelhouders waarde creëren. Korte termijn koersschommelingen leveren niet veel bruikbare informatie op voor het management van de ondernemingen, lange termijn koersbewegingen doen dat wel. Steeds wisselende aandeelhouders bemoeilijken een directe communicatie tussen management en aandeelhouders. Lange termijn aandeelhouders zullen de onderneming ook zorgvuldiger controleren en hun stem laten horen op de algemene vergaderingen.

Het zijn niet alleen de ondernemingen die baat hebben bij lange termijn beleggers, de beleggers zelf profiteren van een lange termijn beleggingsstrategie. Er is herhaaldelijk aangetoond dat stockpicking meestal geen beter rendement oplevert dan een goed gespreide portefeuille van effecten die lange tijd aangehouden worden. De hoofdreden hiervoor is dat beurskoersen meestal een random-walk volgen. Dat betekent ook dat een belegger die op korte termijn een meerwaarde kan realiseren, dat volgens de meeste financiële modellen, te danken heeft aan geluk en niet aan deskundigheid. Een portefeuille langer dan 6 maanden aanhouden lijkt mij eerder een voordeel dan een nadeel.

Als de speculatietaks ertoe bijdraagt dat beleggers, die in België hun aandelen al vrij lang in portefeuille houden, hun investeringshorizon nog verlengen, dan bereikt de taks zijn doel.

Als de speculatietaks er toe bijdraagt dat beleggers, die in België hun aandelen al vrij lang in portefeuille houden, hun investeringshorizon nog verlengen, dan bereikt de taks zijn doel. Hier zit dan ook de paradox van deze taks. Hoe succesvoller hij is hoe minder hij zal opbrengen. Een zelfde fenomeen doet zich trouwens voor bij milieutaksen. De opbrengst is dan ook geen criterium om deze belasting te beoordelen. Veel belangrijker is te zien of er meer langdurige aandeelhouders zullen komen in KMO’s en bij IPO’s. Al moet natuurlijk vermeden worden dat het administreren van de taks duurder is dan de opbrengst. Hier zit een uitdaging.

Liquiditeit

Toch kunnen ernstige vragen gesteld worden. Wat zal er bijvoorbeeld gebeuren met de liquiditeit van de beurs? Een transactietaks is slecht voor de liquiditeit, dat is bekend, maar de speculatietaks beboet niet het doen van transacties. De speculatietaks dwingt de belegger zijn resultaat te delen. Stel dat een belegger op een pakket aandelen van een onderneming na 3 maanden een meerwaarde van 1000 Euro kan realiseren en dat hij vermoedt dat er geen verdere koersstijging meer komt, zal hij dan de transactie niet laten doorgaan omdat hij maar 670 Euro kan binnenhalen? Ik betwijfel dat. Winst is immers winst, zelfs als ze wat kleiner is. Dit sluit zeker niet uit dat er een negatief effect kan zijn, maar het nadeel van de kleinere liquiditeit wordt gecompenseerd door een grotere betrokkenheid bij het aandeel.

De toekomst van de beurs voor kleinere ondernemingen is een terechte bekommernis. Maar die toekomst hangt niet af van het feit of er al dan niet een speculatietaks is. De kleinere ondernemingen op de beurs worden bedreigd door de overregulering en door het stilaan verdwijnen van beursanalisten en beursresearch. Mocht de regering kunnen overtuigd worden het geld dat via de speculatietaks wordt geïnd in het subsidiëren van bedrijfsanalyse en aandelenresearch te steken dan zouden we echt vooruit gaan.

Voor het ondernemerschap in Vlaanderen is het aanmoedigen van risicokapitaal en ondernemerschap cruciaal. Dat doe je door investeerders aan te moedigen hun kapitaal op lange termijn in bedrijven risicovol te engageren. De beloning daarvoor moet komen van een meerwaarde op lange termijn. Het belasten van de meerwaarde op korte termijn is daarvoor geen hinderpaal. Maar de meerwaarde op lange termijn moet wel gevrijwaard blijven. Trouwens het argument als zou de belasting van de meerwaarde op korte termijn tegenstrijdig zijn met een beleid dat risicokapitaal stimuleert, lijkt mij een advocaten argument, het klinkt goed maar het is niet helemaal juist.

Wat echt fout zit aan de speculatietaks is de naam. Het gaat niet over speculatie, anders zou je alle speculatie moeten belasten, het gaat over het ontmoedigen van het korte termijn denken. Het is een taks op kortetermijnbeslissingen, op shorttermism.

 

Herman Daems is voorzitter van KULeuven en schreef deze opinie in eigen naam.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud