Spooracties nopen tot zes pertinente vragen over staken in België

Het wordt echt wel tijd dat de politiek een initiatief neemt over staken in België. Waarom geen Hoge Raad voor de Sociale Dialoog oprichten, die buiten het sociaal overleg opereert?

Door Manou Doutrepont, labor relations professional, met 30 jaar ervaring in het sociaal overleg in België.

Drie stakingsaanzeggingen van een spoorvakbond in een maand tijd. Dat wordt niemand gewoon. Gelukkig is de NMBS niet representatief voor de arbeidsverhoudingen in ons land. Maar stakingen maken altijd emoties los. De ergernis voorbij, moeten we een paar vragen formuleren die te weinig worden gesteld.

1) Hebben we cijfers? Kan je de precieze omvang van de stakingen in België achterhalen? Hebben we een stakingshandicap? Kunnen we onderscheid maken tussen de privésector en de publieke sector? Cijfers over stakingen zijn een zwart gat in de statistieken, volgens academici. Stakingen zijn inderdaad moeilijk te vatten in cijfers. Volgens een Europese statistiek heeft België de bronzen medaille inzake het aantal stakingsdagen per 1.000 werknemers in de periode 2005-2009. Een berekening van de federale overheidsdienst voor Werk, Arbeid en Sociaal Overleg (WASO) situeert ons onder het gemiddelde van de tien EU-kernlanden.

Het aantal verloren dagen is één zaak. Het aantal betrokken stakers is een andere zaak, want de ene staking is de andere niet. Vergelijk de staking van enkele loodsen met een staking van honderden staalarbeiders. Het aantal stakingen geeft dan weer een ander beeld. Maar alle cijfers onderschatten het fenomeen, omdat in veel gevallen de werkgever de gestaakte dagen boekt als gewerkte en betaalde dagen. En de stakingsdreigingen, zonder ‘passage à l’acte’, zijn niet bekend.

2) Hoe effectief zijn stakingen? Hebben ze hun sociaal doel bereikt? Wat is hun economische kostprijs? De sociale bescherming is vrij goed georganiseerd, maar ook vrij duur en ze drijft de arbeidskosten op.

3) Wat is het preventieve effect van het Belgische bemiddelingsmechanisme? We weten alleen dat er jaarlijks ongeveer 500 bemiddelingsvergaderingen plaatsvinden op de FOD WASO, maar we weten niets over de resultaten van die vergaderingen.

4) Is het normaal dat onze volksvertegenwoordigers nooit een grondig debat hebben gevoerd over het stakingsrecht? Het stakingsrecht in België is immers een optelling van internationale rechtsbronnen, koninklijke besluiten, rechtspraak en afspraken tussen de sociale actoren. Maar in tegenstelling tot bijna alle landen bestaat er hier geen wet over. De kiezer is monddood. Je zou toch kunnen verwachten dat de wetgevende macht een rol speelt, omdat stakingen niet alleen een zaak zijn van werkgevers en werknemers maar ook van ‘solidaire’ burgers en ‘egoïstische’ consumenten.

5) Wordt het niet tijd voor een grondig debat om een oplossing te vinden voor twee tegenstrijdige regels van het stakingsrecht? Cao nummer 5 bepaalt dat vakbonden een voorafgaande procedure moeten naleven. Maar het Hof van Cassatie oordeelde in het arrest Debruyne dat elke werknemer het recht heeft te staken. De sociale actoren in de Nationale Arbeidsraad kwamen dus overeen dat vakbonden stakingen uitroepen, terwijl de rechtspraak oordeelt dat elk individu het onvoorwaardelijk initiatiefrecht heeft om te staken. België kent dus een zeer liberaal stakingsrecht. Met als gevolg dat de vakbonden in een rolconflict komen, tussen de waarde van het gegeven woord (de cao) en de druk van hun leden. Daarmee staat ook een wezenlijke bepaling van de cao-wet van 1968 op losse schroeven. Artikel 4 zegt dat de vakbonden per cao aansprakelijk kunnen worden gesteld voor de niet-naleving ervan. Maar als individuele werknemers de vrijheid hebben om te staken, hebben de vakbonden een argument dat zij moeilijk aansprakelijk kunnen zijn voor het niet-naleven van cao nummer 5.

De sociale actoren hebben een poging gedaan om de juridische wanorde te kanaliseren. In 2002 ondertekenden ze een Herenakkoord, een delicaat evenwicht tussen stakingsvrijheid, procedures en de tussenkomst van rechtbanken. De tekst is geen cao en dus juridisch niet afdwingbaar. Ze verwijten elkaar al tien jaar dat ze hun woord niet houden, maar opnieuw aan tafel zitten over het onderwerp kan niet. Ondertussen zit België verveeld met het internationale imago dat de arbeidsverhoudingen hier weinig constructief zijn.

6) Daarom de laatste vraag. Moet er geen politiek initiatief komen? Dat kan zonder provocatie, door een Hoge Raad voor de Sociale Dialoog in het leven te roepen. Die staat buiten het sociaal overleg en kan dus opereren in een comfortzone zonder onmiddellijke belangenstrijd. Hij kan feiten verzamelen over spontane acties, reguliere acties, politieke stakingen en sociale stakingen. Hij kan analyses maken van de aanwas van atypische stakingen, zoals langzaamaanacties en stakingen bij volmacht (staking van een beperkt aantal werknemers op sleutelposities).

Een Hoge Raad kan ook bijdragen tot betere arbeidsverhoudingen op de werkvloer met beproefde recepten voor een goed sociaal klimaat in de fabriek en in de kantoren. Dat is geen illusie, hoogstens een droom. In Frankrijk en de Verenigde Staten neemt de overheid analoge initiatieven, in Nederland de sociale gesprekspartners. Waarom niet in België?

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud