Advertentie

Tricolore draaiboek jaren negentig is ver weg

©rv

Samenvallende verkiezingen hebben een desintegrerend effect en het begrip ‘politieke familie’ mogen we begraven. Tot daar de lessen uit de regeringsvorming.

Door Bart Maddens, politicoloog aan de KU Leuven

We zijn al aan de tweede aflevering toe van de nieuwe serie ‘Regeringsvorming 2014’. Zo spannend als de eerste aflevering was, zo saai is de tweede. Maar de eerste overtrof dan ook de stoutste verwachtingen. Dit was geen flauwe remake. De scenaristen zijn erin geslaagd om met de bekende ingrediënten een origineel verhaal te brouwen, vol verrassende wendingen. Heel even konden ze de kijker zelfs op het verkeerde been zetten en hem het gevoel geven dat de ontknoping al nabij was. Inmiddels is het duidelijk dat we nog een hele reeks afleveringen zullen moeten uitkijken voor we echt weten hoe het afloopt.

Toch is het merkwaardig dat er tijdens de eerste aflevering zoveel is gebeurd dat de ‘watchers’ niet hadden zien aankomen. Neem nu het effect van de samenvallende verkiezingen. De meeste waarnemers waren ervan uitgegaan dat die zouden worden aangegrepen om de regeringen zo symmetrisch mogelijk samen te stellen. Net zoals dat het geval was in 1995 en 1999, zou er eerst een federale coalitie worden gevormd en dan, als afgeleide daarvan, de regionale coalities. In 1988 had men het ooit eens omgekeerd gedaan, en dat was faliekant afgelopen. CVP en PVV hadden toen snel aangekondigd dat ze een centrum-rechtse Vlaamse regering zouden vormen. Het heeft toen het uiterste gevergd van Jean-Luc Dehaenes loodgieterskunsten om dat nog ongedaan te maken en de SP te laten inbreken in de Vlaamse regering.

Sindsdien leken de politici hun les te hebben geleerd. Sterker nog, toen vanaf 2003 de regionale en federale regeringen werden losgekoppeld, dacht men met heimwee terug aan de tijd van de samenvallende verkiezingen. Die werden door de Belgischgezinden gezien als het ideale middel om de federale coalitie op te leggen aan de deelstaten en zo hun autonomie aan banden te leggen. Dat is ook een van de redenen waarom de zesde staatshervorming de legislatuur van de federale Kamer met een jaar heeft verlengd. Op die manier zullen de verkiezingen voortaan altijd samenvallen, tenzij een regeringscrisis leidt tot vervroegde federale verkiezingen.

Erreur

Maar vandaag lijkt men al spijt te hebben van die beslissing. ‘Une erreur monumentale’, noemt Paul Magnette dat nu (De Standaard, 21 juni). Want het is totaal anders uitgedraaid dan de Belgischgezinden hadden gehoopt. De samenvallende verkiezingen hebben juist een desintegrerend effect. De snelle vorming van de deelstaatcoalities blokkeert de federale regeringsvorming. En dat terwijl het Belgische droomscenario, een tripartite op alle niveaus, mathematisch perfect mogelijk was.

Hoe komt het dat het tricolore draaiboek van de jaren negentig vandaag niet meer wordt gevolgd? Het antwoord is simpel: de continenten zijn verder uit elkaar gedreven. Haast onmerkbaar, maar wel gestaag. Twintig jaar geleden waren de partijen al een tijd gesplitst, maar er waren wel nog hechte banden over de taalgrens heen. CVP en PSC hadden tot 2001 zelfs een gezamenlijke studiedienst. Vandaag kun je de christen-democraten bezwaarlijk nog een ‘familie’ noemen. Het zijn hoogstens ‘verre neven’, zoals een cdH-politicus het onlangs formuleerde in Le Vif/L’Express (27 juni). Volgens dat magazine is die verregaande vervreemding tussen CVP en cdH een van de belangrijkste oorzaken van de huidige impasse.

Maar de andere ‘families’ zijn in hetzelfde bedje ziek. De PS heeft gekozen voor de vlucht vooruit in Wallonië, zonder zich ook maar de minste zorgen te maken over de gevolgen daarvan voor de sp.a in Vlaanderen. De eigen machtspositie in Wallonië en Brussel veiligstellen was het enige dat telde. En als Charles Michel voluit ‘ja’ zei tegen De Wevers plannen voor een centrum-rechtse regering, maalde hij er duidelijk niet om dat zusterpartij Open VLD daardoor op alle niveaus in de oppositie terecht zou komen. Overigens had Michel zich begin dit jaar al gelieerd aan Wouter Beke. Dat de notie ‘politieke familie’ in dit land geen enkele praktische betekenis meer heeft, kon niet beter worden geïllustreerd.

Uitslagen

Ook de verkiezingsuitslagen divergeren steeds meer. Wallonië heeft altijd al anders gestemd dan Vlaanderen. Maar tot en met de jaren negentig waren de winst- en verliescijfers in beide landsdelen wel min of meer gecorreleerd. Dat was voor het laatst het geval in 2003, toen de paarse partijen de verkiezingen wonnen aan beide kanten van de taalgrens. Sindsdien lijken de verkiezingsuitslagen veel meer losgekoppeld van elkaar. Je kunt het resultaat in het ene regio niet meer voorspellen op basis van de andere regio. Het lijken wel verkiezingsuitslagen van verschillende landen. Door de dominantie van de Vlaams-nationale partijen is het Vlaamse partijsysteem hemelsbreed gaan verschillen van het Waalse. Daardoor kent ook de coalitievorming een heel andere dynamiek, met als gevolg uiteenlopende regionale coalities.

De logische consequentie is dat er nu een confederale afspiegelingsregering wordt gevormd, waar de twee deelstaatcoalities elkaar ontmoeten. Dat zou een regering zijn die de facto wordt aangestuurd door de deelstaten: een notarisregering, zoals Rik Van Cauwelaert dat noemt (De Tijd, 28 juni). Alleen is het twijfelachtig of zo’n regering een coherent beleid zou kunnen voeren. België houdt immers nog te veel cruciale bevoegdheden over om notaris-gewijs te kunnen worden bestuurd. Het werkelijke land mag dan al lang confederaal zijn, het wettelijke land blijft federaal, en dat nog minstens vijf jaar. Met dank aan de vorige regering, die de deur naar een confederale hervorming vakkundig op slot heeft gedaan.

Dit gebrek aan institutionele logica maakt dat de serie ‘regeringsvorming 2014’ misschien wel lange tijd spannend kan blijven, maar finaal een ontknoping zal krijgen die veel kijkers zwaar zal ontgoochelen.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud