Valutaoorlogen? Waar dan?

Het woord ‘valutaoorlog’ vloeit rijkelijk tegenwoordig. Hopelijk is dat van voorbijgaande aard, want de term past niet en is eigenlijk fictie. In werkelijkheid zijn er geen echte valutaoorlogen. Er zijn alleen maar valutamarkten die reageren op gebeurtenissen.

Door Jim O'Neill, voorzitter van Goldman Sachs Asset Management en bedenker van het concept van de BRIC-landen.

De Chinese munt is de voorbije vijf jaar met 20 procent gestegen tegenover de dollar. Zowat één tiende van die appreciatie is er gekomen sinds deze zomer. De reële handelsgewogen wisselkoers - die de yuan niet alleen met de dollar, maar ook met de munten van andere belangrijke handelspartners vergelijkt, en bovendien corrigeert voor inflatieverschillen tussen landen - is over dezelfde periode ongeveer 14 procent gestegen. Welke graadmeter je ook gebruikt, dat is een behoorlijke aangroei, en een met krachtige gevolgen.

Voor wie echt wil zien zijn er meer dan genoeg aanwijzingen dat de Chinese economie al in goede zin aan het veranderen is. Neem de cijfers voor oktober. De forse toename van het handelsoverschot - gestegen naar 27,1 miljard dollar - kreeg alle aandacht. Maar in de eerste tien maanden van dit jaar was het Chinese handelsoverschot slechts 3,2 procent van het bbp, of pakweg een derde van zijn piek voor de financiële crisis begon.

Ook het Chinese overschot op de lopende rekening lijkt groot: het Internationaal Monetair Fonds denkt dat het dit jaar zal uitkomen op 270 miljard dollar. Maar in verhouding tot het bbp zal dit overschot wellicht niet meer dan 5 procent bedragen, of de helft van zijn recordhoogte. Het handelsoverschot is zelfs nog meer gedaald; dit jaar zal het waarschijnlijk minder zijn dan 4 procent van het bbp, opnieuw minder dan de helft van zijn recente piek. Er zijn ook volop berichten dat stijgende kosten maken dat internationale bedrijven China niet langer zien als een lagekostenland voor hun productie, wat het handelstekort nog meer kan doen dalen. Geen wonder dat China een engagement overweegt om zijn overschot op de lopende rekening onder 4 procent van het bbp te houden. Het zit er immers nu al niet ver meer af.

Sommigen beweren dat die verbeteringen maar tijdelijk zijn, en alleen maar een scherpe daling weerspiegelen van de vraag naar Chinese exportproducten, vooral in de Verenigde Staten. Maar als dat waar zou zijn, waarom is de Chinese import dan 400 miljard dollar hoger dan in 2009, een bedrag hoger dan de hele Griekse economie? Hier komt de eer toe aan de sterke Chinese binnenlandse vraag, wat landen met sterke exportbedrijven, zoals Duitsland, ten goede komt. Sommige profiteren daar natuurlijk niét van, maar dat is nog geen reden om China ervan te beschuldigen een valutaoorlog te voeren. En wie weet zal zelfs de VS misschien op een bepaald moment zijn export zien stijgen.

Op de G20-top in Seoel begonnen velen de VS ervan te beschuldigen dat het ook een rol speelt in dit oorlogsspel, na de beslissing van de Amerikaanse centrale bank om 600 miljard dollar in de economie te pompen. Maar de verantwoordelijkheid van de Federal Reserve is de tewerkstelling hoog houden en de inflatie laag, niet muntbeleid voeren. Een lagere dollar zou een gevolg kunnen zijn van het beleid van de Fed. Maar in de mate dat beleid slaagt, en de economie herstelt, zal ook de dollar herstellen. Dat is nu eenmaal wat er gebeurt bij vlottende wisselkoersen.

LEGITIEM

Verschillende landen zijn de voorbije maanden ook tussenbeide gekomen om muntappreciaties te stoppen; sommige occasioneel, andere vaker. Maar als we kijken naar Brazilië, Japan en Zwitserland, had elk land een legitiem excuus voor zijn optreden, omdat hun munten wel degelijk overgewaardeerd lijken. Opnieuw is oorlogstaal dus ongeoorloofd.

Bij al deze oververhitte discussies is er maar één punt waarop de kritiek op China het bij het rechte eind heeft: de groei van zijn vreemde valutareserves, die nu boven de 2.500 miljard dollar uittorenen. Maar zelfs hier moeten we kunnen erkennen dat behoorlijk wat investeringsstromen richting China gaan. Wat betekent dat zijn betalingsbalans, die ook binnenstromend kapitaal omvat, nog sterker is dan zijn recent verbeterde lopende rekening. Een deel van deze ontwikkeling is dus zinnig, niettegenstaande een stuk voortkomt uit onnodige opbouw van reserves bedoeld om een herhaling van de Aziatische crisis van 1998 te vermijden.

We leven in een tijdperk waarin ontwikkeling miljoenen mensen uit de armoede tilt. China zit op het voorplan in dit proces, met een economie die op tien jaar tijd drie keer groter werd.

De andere BRIC-landen Brazilië, Rusland en India zijn ook belangrijk, net als andere opkomende economieën. Geef toe, deze opmerkelijke ontwikkelingen zijn toch niet wat je normaal zou koppelen aan oorlogsomstandigheden.

Naarmate we voortschrijden in dit decennium, zal verdere groei de globale onevenwichten terugschroeven die aan de basis liggen van het huidige muntdebat. En naarmate dit afwikkelt, door de eb en vloed van wisselmarktbewegingen, zal ons systeem van vlottende koersen zijn nut bewijzen. En uiteindelijk meer zinvols voortbrengen dan velen die er nu een opinie over etaleren.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud