opinie

Verkort het patentrecht in tijden van corona

Hoogleraar economie UGent

Moeten we farmabedrijven het monopolierecht ontnemen over hun technologie om Covid-19 te behandelen en voorkomen? Een verkorting van het patentrecht zou een goede stap zijn.

Sommigen eisen dat de patentrechten van farmaceutische bedrijven minstens tijdelijk worden opgeschort, om zo snel en zo veel mogelijk mensen te kunnen vaccineren. De farmabedrijven en de overheden van landen waar ze produceren, vinden de opschorting of opheffing van patentrechten een ongeoorloofde inbreuk op private eigendomsrechten. Ook benadrukken ze dat de huidige productiecapaciteit niet volstaat om aan de wereldwijde vraag naar vaccins te voldoen. Daar verandert een opschorting niets aan, luidt het.

De essentie

  • De auteur: Koen Schoors, hoogleraar economie UGent.
  • De kwestie: door de coronacrisis staat het patentrecht ter discussie.
  • Het voorstel: verkort het patentrecht.

Het onderzoek naar nieuwe medicijnen is een langdurig, riskant en duur proces. Als een concurrent je technologie kopieert en je medicijn goedkoper verkoopt, kan je het gelopen risico en onderzoekskosten niet terugverdienen en ga je failliet. Omdat iedereen dat op voorhand weet, is het dikwijls rationeel om niet eens aan het onderzoek te beginnen.

Patenten lossen dat probleem op door de patenthouder een tijdelijk monopolierecht over een technologie toe te kennen. Daardoor kan de houder tijdens de patentperiode een hogere prijs aanrekenen om de onderzoeksuitgaven terug te verdienen en het gelopen risico te vergoeden. Zo bevorderen patenten onderzoek naar nieuwe geneesmiddelen en dus de volksgezondheid.

Patenten worden wel eens misbruikt om concurrenten monddood te maken, innovaties te vertragen, immoreel hoge prijzen aan te rekenen en uitzinnig hoge winsten te maken.

Dat is de theorie. In de praktijk worden patenten ook wel eens misbruikt om concurrenten monddood te maken, innovaties te vertragen, immoreel hoge prijzen aan te rekenen en uitzinnig hoge winsten te maken. Patenten hebben ertoe geleid dat we gemiddeld gezonder zijn geworden. Maar ze creëren ook een probleem van gelijke toegang tot gezondheid. Tijdens de patentperiode kunnen de gezondheidssystemen van rijke landen hun burgers toegang geven tot de dure medicijnen, maar burgers van minder rijke landen wordt soms al te lang de toegang tot medicijnen ontzegd. Die ethische spanning heeft al aan de almacht van patentrechten geknaagd en farmaceutische bedrijven tot toegevingen gedwongen.

Een aantal geneesmiddelenfamilies die effectief bleken in de bestrijding van Covid-19 zijn vrij van patentrecht. Die medicijnen worden nu geproduceerd in een competitieve markt en zijn in een aantal gevallen spotgoedkoop. Dat was van enorm belang bij het behandelen van patiënten tijdens de tweede en derde golf, toen we al wisten dat die geneesmiddelen goed werkten. Het probleem ligt dus niet zozeer bij de prijs van medicijnen ter behandeling van Covid-19, waar generische producenten al volop hun rol spelen, maar vooral in de toegang tot vaccins. Door de gebrekkige productiecapaciteit en contractuele discussies is er een wereldwijd gevecht om vaccins ontstaan, waarbij arme landen het onderspit dreigen te delven.

Overheid

Laten we niet vergeten dat ook de overheid en de universiteiten een belangrijke bijdrage leverden aan de vaccinontwikkeling. De overheid voorfinancierde een groot deel van het onderzoek onvoorwaardelijk, sloot massaal en op voorhand contracten met producenten tegen goede prijzen, en versnelde de goedkeuringsprocedure gevoelig.

De universiteiten hebben met hun onderzoek de fundamenten gelegd waarop nu nieuwe generaties vaccins gebouwd worden. De onderzoekskosten, de doorlooptijd en het fundamentele risico van vaccinontwikkeling waren dus een pak kleiner dan gewoonlijk. Dat zet de klassieke argumenten ter rechtvaardiging van de patentrechten op losse schroeven.

De onderzoekskosten, de doorlooptijd en het fundamentele risico van vaccinontwikkeling waren voor coronavaccins een pak kleiner dan gewoonlijk. Dat zet de klassieke argumenten ter rechtvaardiging van patentrechten op losse schroeven.

De farmaspelers zouden er goed aan doen dat te erkennen en zich bereid te tonen te praten over de duur van hun patentrecht. Zodra ze een redelijke winst hebben kunnen boeken op hun bestaande vaccins lijkt het rationeel om de volksgezondheid voorrang te geven op bijkomende winst en de wereld zo snel en volledig mogelijk te vaccineren.

Het is een goede zaak dat farmabedrijven al hun uiterste beste doen om de vaccinproductie op te drijven en daarbij meer dan ooit samenwerken. Toch zou het vrijgeven van de patenten de productiecapaciteit spectaculair de hoogte in drijven en de burgers van minder welvarende landen sneller toegang geven tot vaccinatie.  

Farmaceutische bedrijven hebben ook rechtstreekse baten bij de beperking van hun patentrecht. Zo vermijden ze dwanglicenties, een weinig bekend wettelijk kader in de wereldhandelsorganisatie waarbij ze verplicht kunnen worden de vaccinproductie in licentie te geven om landen te bedienen die de vaccins niet kunnen betalen.

Als het virus zou blijven woekeren in arme landen en er daardoor nieuwe varianten blijven opduiken, krijgen we bovendien een steeds opnieuw opflakkerende crisis en economische depressie. Daardoor dreigt de financieringsstroom waaraan de farmaceutische sector zich laaft op te drogen. De tijdelijke opschorting of verkorting van het patentrecht zal dus de huidige winst iets verlagen, maar door de beëindiging van de pandemie ook de toekomstige financiering zekerder maken, een mooie ruil.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud