Vijf eurocrisissen en vier hamvragen vragen om een forse politieke ‘ja'

©Emy Elleboog

De eurocrisis gaat als een treincrash in slow motion verder. Het effect van de monetaire creativiteit van de ECB hangt alweer af van politieke wil.

Door Marc De Vos, directeur van de denktank Itinera en hoofddocent aan de Universiteit Gent. Twitter @devosmarc

Het worden weer spannende dagen voor de euro. De Europese Commissie opent het politieke jaar met een plan voor onder andere gemeenschappelijk bankentoezicht, het Duitse Grondwettelijk Hof moet het Europese noodfonds valideren of afschieten, en eurosceptisch Nederland trekt naar de stembus. Ondertussen moet blijken wat de vuurkracht is van de bazooka van de Europese Centrale Bank: een nieuwe losse flodder, of een voltreffer die het begin van het einde van de eurocrisis inluidt?

Een antwoord op die vraag vergt een inzicht in wat de eurocrisis precies is. Wat begon als een financieringsprobleem voor de Griekse overheidsschuld is intussen veelvuldig verveld. De eurocrisis is een metafoor geworden voor meerdere, overlappende crisissen.

Er zijn de schulden van overheden: nationaal, regionaal en lokaal. Het tijdperk van de overheidsschuld - ingezet met de olieschokken van de jaren 1970 - beleeft zijn stervensuur. De schulderfenis moet worden afbetaald en er moet worden afgekickt van de de schuldverslaving: eerste crisis.

Het economisch potentieel van de zuiderse probleemlanden, in de voorbije jaren gedopeerd of gemaskeerd door krediet, blijkt structureel ondermaats: tweede crisis.

De verzorgingsstaten die Europa heeft uitgebouwd, staan zo op drijfzand, net op het moment dat de vergrijzing meer middelen vraagt: derde crisis.

De Europese Unie mist de infrastructuur om haar muntcrisis adequaat te bestrijden en moet zichzelf heruitvinden terwijl de klok tikt: vierde crisis.

Voor Europa is de eurocrisis een existentiële politieke crisis geworden: vijfde crisis.

Over het randje

Met alleen een centrale bank als gemeenschappelijke instelling, komt Europees crisisbeheer neer op een permanente conflictbeheersing tussen de 17 eurolanden. Uiteenlopende nationale belangen zaaien wantrouwen tussen de Europese partners, tot over het randje van etnische stereotypen. De Europese machine die werd uitgevonden om de Europese volkeren te verenigen, is ze aan het verdelen in oeroude tegenstellingen. De euro die het Europese project moest bekronen, dreigt het te ontrafelen. De munt die de wereld een Europees alternatief voor de Amerikaanse dollar zou bieden, ridiculiseert en marginaliseert Europa, terwijl China en diens yuan de vrije baan nemen.

Natuurlijk hebben de eurolanden al beslissingen genomen: een noodfonds, schuldherschikkingen voor met name Griekenland, een pact voor begrotingsdiscipline, en de aanzet naar een bankenunie voor Europese stabiliteit bij nationale bankencrisissen.

Geen enkele van deze maatregelen was denkbaar geweest zonder de eurocrisis. Maar geen enkele ervan gaat ver genoeg: het noodfonds is ontoereikend, de schuldkwijtschelding te beperkt, de besparingsdrift te eenzijdig en dus economisch zelfverminkend op korte termijn, de bankenunie een voornemen zonder onmiddel- lijke daadkracht. Europa doet weliswaar altijd maar meer, maar het is altijd ‘te weinig, te laat’, omdat de crisis ook altijd groter en complexer is geworden.

Wat is er nodig om de eurocrisis definitief te bezweren? Simpelweg een oplossing voor elk van de overlappende crisissen.

Willen we een gigantische schuldherschikking opzetten, andermaal met banken in nood, daarna gedurende pakweg twintig jaar een ijzeren begrotingsdiscipline aanhouden om de resterende schulderfenis af te bouwen, en voor altijd spaarzamer blijven op de begroting?

Willen we heel de eurozone op een voldoende vergelijkbare schaal van economische ontwikkeling brengen, zijnde een langdurige operatie van economische hervorming en financiële transfers van Noord naar Zuid? Willen we de sociale bescherming zuiveren, en aanpassen aan de budgettaire en economische realiteit?

Willen we het gekrakeel tussen landen inruilen voor gecentraliseerde Europese macht op cruciale domeinen zoals begroting, concurrentiekracht en belastingen?

Als het antwoord op deze vier vragen positief is, dan is de toekomst van de euro verzekerd en is meteen de Europese politieke crisis in een grote Europese sprong voorwaarts omgezet. Als één van de vragen onhaalbaar blijkt, dan is de euro in zijn huidige samenstelling onhoudbaar. Er zijn dus enorme dosissen Europese solidariteit en opoffering van nationale soevereiniteit nodig om de euro te redden.

De nieuwe zet van de ECB beantwoordt geen enkele van de vragen: ze liggen allemaal in de handen van de Europese politieke leiders. Maar hij kan een katalysator zijn. Hij verzekert Europees geld voor noodlijdende landen, wat neerkomt op Europese solidariteit zonder splijtende keuzes over financiële transfers tussen landen. Hij vergt onderwerping aan Europese sanering, wat neerkomt op nationaal machtsverlies zonder formele soevereiniteitsoverdracht.

Europese Bad Bank

Kortom, de ECB presenteert zich als een omweg om dezelfde doelen met andere middelen te bereiken. Werkt het plan, dan zal het een crisisperiode overbruggen maar ook de definitieve reconstructie van de euro uitstellen of minstens bezwaren met een nieuwe monetaire erfenis. Faalt het plan, dan is er een nieuw Europees schuldenprobleem en wordt de ECB een soort Europese Bad Bank. Eén kostprijs is al bekend: de Europese Centrale bank werpt zich op als een politieke actor en heeft de orthodoxe Duitse Bundesbank tijdelijk in de verdringing gereden. Dat zal sporen nalaten, zeker in de Duitse publieke opinie.

De ECB handelt ook niet voor landen die al aan het infuus van het Europese noodfonds liggen. Daarover wordt hard gepokerd, met de kostprijs van redding of faling als inzet. In die logica staan meer tijd en meer geld voor de Grieken in de sterren geschreven. Europa kan zich een Griekse faling immers niet veroorloven vooraleer Spanje en Italië echt onder controle zijn, anders zouden deze cruciale landen meteen in een onblusbare uitslaande brand belanden. Als Italië en Spanje gebruik zouden maken van de nieuwe levenslijn bij de ECB en zich dus zouden onderwerpen aan stabiliserende Europese controle, zal de kans op een Griekse exit groter worden.

Zo gaat de slow motion treincrash die de eurocrisis heet, tergend traag verder. De ECB heeft voor de zoveelste keer tijd gekocht en geld gemaakt. Het resultaat van deze monetaire creativiteit zal afhangen van de politieke wil in de probleemlanden om Europese controle te aanvaarden en van hun vermogen tot daadwerkelijk economisch herstel om markten te kalmeren. Precies dezelfde uitdagingen als zonder de ECB, alleen iets minder moeilijk te bereiken. Wat ook het eindscenario moge zijn: de oplossing van de eurocrisis zal nog jaren duren. Wat ook het eindresultaat moge zijn: het zal nog veel offers en geld vragen van alle burgers in alle deelnemende landen. Wat per saldo op het spel staat, is niets minder dan de rol van Europa voor de Europeanen en in de wereld van de 21ste eeuw.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud