Vlaamse regering blijft een knoeiboel maken van mobiliteit

©Sofie Van Hoof

Vlaanderen staat stil. De afgelopen vijf jaar steeg het aantal structurele files met een derde. Iedereen is het erover eens dat we moeten investeren in meer en beter openbaar vervoer. Maar de Vlaamse regering slaagt er niet in grote infrastructuurprojecten op een moderne, snelle en efficiënte manier tot een goed einde te brengen.

Door Björn Rzoska en Egbert Lachaert, Vlaams volksvertegenwoordigers voor Groen en voor Open VLD.

Dat blijkt eens temeer uit het vernietigende rapport van het Rekenhof over de manier waarop vijf belangrijke tramprojecten in Vlaanderen gerealiseerd zullen worden. Het gaat om het Spartacus-project in Limburg, LIVAN in Antwerpen en drie Gentse tramlijnen (Zwijnaarde, The Loop en UZ Gent). Projecten die Open VLD en Groen steunen. We zijn dus ronduit boos dat deze Vlaamse regering er weer een knoeiboel van maakt.

De kritiek van het Rekenhof is vernietigend. Niet alleen over de manier waarop De Lijn werkt, maar nog meer over hoe de Vlaamse regering dit soort projecten aanpakt. Telkens weer gaat ze uit van de eigen voorkeuren, dikwijls partijpolitiek bepaald. Ze beslist eerst en dan pas begint ze te wikken en te wegen en tracht ze allerlei studies en rapporten aan te passen aan de beslissing die ze bij aanvang voor ogen had. Op die manier zijn democratische en transparante procedures bij voorbaat uitgesloten en loop je bijna onvermijdelijk ergens in de procedure wel op een muur: van plaatselijke bewoners, deskundigen, de Raad van State en noem maar op.

Kostprijs

Gezien die manier van werken zijn de conclusies van het Rekenhof logisch. Het ontbreekt De Lijn en de Vlaamse regering aan objectieve criteria om tramprojecten tegen elkaar af te wegen, zegt het hof. Alternatieve tramtracés of andere oplossingen dan de tram werden nauwelijks overwogen of zelfs uitdrukkelijk geweerd. De Lijn besliste in 2009 dat ze criteria zou opstellen om de prioriteitenstelling van alle projecten te objectiveren. Dat is echter nooit gebeurd omdat de beslissing al genomen was. De omgekeerde wereld dus. Idem voor de maatschappelijke kosten-batenanalyses of zelfs het milieueffectenrapporten.

Vooral kwalijk is dat beslissingen genomen en doorgedrukt worden zonder dat men zich lijkt te storen aan de kostprijs. Op beslissende momenten werden de kosten zelfs niet in rekening genomen. De grote zorg is de financieringskosten uit de Vlaamse begroting te houden en via budgettaire kunstgrepen door te schuiven naar de langere termijn. Ook als dat uiteindelijk veel duurder uitvalt voor de belastingbetaler. Dat de aanvankelijk geraamde kosten nadien fors de pan uit rijzen is geen zorg.

Zo werd de sneltram Hasselt-Maastricht, het Spartacusproject, door de Vlaamse regering goedgekeurd zonder de kostprijs te kennen. Voor de twee grootste projecten werd geen raming gemaakt. Voor het LIVAN-project werd zelfs geen machtiging gevraagd aan het Vlaams Parlement. Hoe kan een minister van Mobiliteit een correcte begroting opstellen zonder de financiële inschatting van zulke grote mobiliteitsprojecten mee te nemen? Projecten met nochtans een grote impact op de begroting van De Lijn en op de Vlaamse begroting.

Goedkoper

Voor de financiering van twee van die grote tramprojecten werd gekozen voor een publiek-private samenwerking (de zogenaamde PPS/DBFM-structuur). Een totaal onredelijke beslissing. De motivering is volgens het Rekenhof volledig fout. Als men de gekozen PPS-financiering vergelijkt met een gewone financiering, dan blijkt een gewone financiering stukken goedkoper uit te vallen.

Dit alles is niet enkel de verantwoordelijkheid van De Lijn, maar duidelijk ook van de bevoegde minister. Die steekt zich maar wat graag weg achter de brede schouders van de raad van bestuur van De Lijn. Het Rekenhof stelde vast dat minister Crevits bitter weinig antwoorden had op zijn kritiek. En de antwoorden die ze gaf, verwees het Rekenhof voor een groot deel opnieuw naar de prullenmand.

Het wordt hoog tijd dat minister Crevits klare wijn schenkt over die tramprojecten. Het rapport van het Rekenhof leest als één grote aanklacht tegen de manier waarop de projecten worden uitgevoerd en gefinancierd. Het is overduidelijk dat men mordicus partijpolitieke beslissingen wou doorduwen en dat men omwille van het schijnbare begrotingsevenwicht gekozen heeft voor constructies die de belastingbetaler miljoenen euro’s meer kosten.

Dat is onaanvaardbaar. Het zorgt voor mogelijk heel slechte beslissingen en voor een onzichtbare schuld die de komende generaties en regeringen zullen moeten afbetalen. Het is bovendien tekenend voor het mobiliteitsbeleid van deze Vlaamse regering: alles wordt doorgeschoven en intussen staan we met z’n allen stil.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud