opinie

Vlaanderen is zijn buurten vergeten.

Vlaanderen is niet volgebouwd, maar de lintbebouwinig moet écht wel verdwijnen.

Door Gaëtan Hannecart

©Lieven Van Assche

Deze week wordt op Canvas ingegaan op de toekomst van wonen in Vlaanderen. Het horrorbeeld dat in een van de reportages wordt opgeroepen, is dat van een vormeloze massa suburbia: families die in uniforme ‘dozen’ wonen, boodschappen doen in een shoppingmall en urenlang naar het werk pendelen. In Vlaanderen heeft dat fenomeen zich veel minder extreem doorgezet, maar het resultaat is vergelijkbaar.

Vlaanderen is niet volgebouwd, Vlaanderen is ondoordacht bebouwd.

Er wordt regelmatig gesteld dat Vlaanderen volgebouwd is. Dat is objectief niet zo. Volgens cijfers van het Federaal Planbureau komen er in Vlaanderen tussen nu en 2030 zo’n 284.000 nieuwe gezinnen bij, een stijging met meer dan 10 procent. Als we uitgaan van een comfortabele woondichtheid van 30 woningen en appartementen per hectare dan heb je daarvoor zo’n 100 km² nodig. Dat is een ruimtebeslag van niet meer dan 0,7 procent van de totale oppervlakte van Vlaanderen voor de periode tot 2030. Vlaanderen is niet volgebouwd, Vlaanderen is ondoordacht bebouwd.

Wat is er misgelopen? Volgens een rapport van het European Environment Agency is België een van de meest versnipperde landen van Europa, 60 keer meer dan het Europese gemiddelde. Eerst en vooral was dat historisch al zo - men hoeft maar naar de kaarten van de Ferraris van 1780 te kijken. De wet-De Taeye die na WOII aan iedereen een eigen woonst ‘in het groen’ wilde bezorgen, heeft, samen met later gekomen ‘opvulregel’, een intergenerationele transfer veroorzaakt die de versnippering alleen maar versterkt heeft en de huidige generaties opgezadeld heeft met een erfenis van verspreide bebouwing, lintbebouwing en frietjesverkavelingen.

De geesten zijn intussen gerijpt, maar de lintbebouwing lijkt moeilijk te stoppen, laat staan terug te draaien. Meer dan 15 jaar na het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen én de duizenden bladzijden regelgeving nadien worden nog steeds nieuwe woningen in linten opgetrokken. Daardoor rijgen de dorpskernen zich als het ware aaneen en krijgen we de indruk dat Vlaanderen volgebouwd is. De nieuwe Vlaamse regering legt in haar regeringsakkoord terecht de vinger op de wonde wanneer ze oproept tot verdichting, renovatie en hergebruik, maar zal ze erin slagen de trend te keren?

Kernversterkend

Ik ben al 20 jaar een vurig pleitbezorger voor het invoeren van marktconforme, transfereerbare ontwikkelingsrechten in plaats van het dysfunctionele systeem van planbaten en planschade. Wil de overheid de lintbebouwing werkelijk afbouwen, dan zal ze méér moeten doen dan een systeem van verhandelbare bouwrechten ‘onderzoeken’, ze zal er werk van moeten maken. Op sommige plaatsen gelden nu nog altijd bouwrechten, terwijl iedereen het erover eens is dat we er beter niet meer zouden bouwen, omdat ze te afgelegen zijn, of onveilig langs drukke wegen, of omdat het risico op overstroming er te groot is. Die bouwrechten zou men op een marktconforme manier moeten kunnen transfereren naar andere plekken, die wél kernversterkend en inbreidingsgericht zijn. Ik zie hier een grote rol weggelegd voor de nieuwe regering om dat op het getouw te zetten.

Het is ook essentieel om werk te maken van een reglementair kader dat ambtenaren duidelijkheid biedt over de langetermijnvisie op de ordening van de ruimte in Vlaanderen, maar hun tegelijkertijd het vertrouwen en de vrijheid geeft om binnen dat kader de juiste beslissingen te nemen. Willen we aangepaste vormen van wonen stimuleren, de woondensiteit verhogen, de versnippering tegengaan - zonder evenwel mensen hun privacy af te nemen - dan moeten we de zeer gedetailleerde aanwijzingen die in de loop der jaren zijn ontstaan en die elke vorm van evolutie in de weg staan ter discussie durven te stellen. De huidige generaties willen niet per se een voortuin en zijtuinen, maar wel nog steeds graag een private achtertuin of ruim terras. Alleen laten de bouwvoorschriften aangepaste typologieën dikwijls niet toe. Vandaar mijn tweede oproep aan de regering: zorg voor een sterke visie én een flexibel uitvoeringskader dat mee kan evolueren met de veranderingen in de maatschappij.

Maar laat ons bovenal de buurten reanimeren. Een aangename buurt - zowel landelijk als stedelijk - is een goed ontsloten en gezonde mix van wonen, werken, winkelen waar we zonder gevaar voor ons leven de straat kunnen oversteken naar de school of bakker om de hoek. Dat betekent niet dat we hartstochtelijk moeten proberen de wereld waarin onze grootouders woonden te recreëren, als een copypaste van een vervlogen ansichtkaart. Dat betekent ook niet dat we de slinger te ver naar de andere kant moeten forceren, naar woonvormen als cohousing, die de Vlaming niet wenst.

Dat betekent wél dat we de principes die eeuwenlang een buurt tot een buurt gemaakt hebben moeten herontdekken en herinvoeren: gemeenschappen van 2.000 tot 7.000 bewoners met niet alle focus op de schoonheid van een individueel gebouw, maar met aandacht voor de integratie van elk gebouw in zijn omgeving en de schoonheid van het geheel. Met publieke ruimtes die echte ontmoetingsplaatsen zijn, voor kinderen om samen te spelen, voor buren om een praatje te slaan, en met voorzieningen als buurtwinkels en scholen op wandel- of fietsafstand. Vandaar mijn derde oproep aan de regering: de vorige fusies van de gemeenten hebben veel buurtgevoel vernietigd; wees voorzichtig om bij toekomstige - administratief noodzakelijke - fusies die fout uit het verleden niet te herhalen maar te herstellen.

We zorgen vandaag voor veel druk op mensen: druk door de vergrijzing, de vraag naar een hogere productiviteit, een 24 uur bereikbaarheid... Als er één tijdperk is dat nood heeft aan een woonst waar mensen zich geborgen voelen, aan buurten waar mensen zich goed voelen, dan is het welde onze. Vlaanderen, breng de buurten terug als essentiële bouwsteen van een doordachte ordening van de ruimte en van onze maatschappij.

Gaëtan Hannecart is CEO van Matexi en twintig jaar actief in de vastgoedsector.

Lees verder

Gesponsorde inhoud