Vlaanderen onafhankelijk? Momentje

Vlaanderen onafhankelijk, en we roepen dat eventjes uit. Alsof het een fluitje van een cent is. Maar volkenrechtelijk?

We wensen allemaal dat Bart De Wever (N-VA), de winnaar van de verkiezingen aan Vlaamse zijde, slaagt in de onderhandelingen om een regering op de been te brengen. Maar stel nu even dat ze mislukken omdat de Vlamingen onverkort vasthouden aan het territorialiteitsbeginsel, terwijl de Franstaligen het personaliteitsbeginsel verdedigen. In die omstandigheden is een eenzijdige uitroeping van de Vlaamse onafhankelijkheid en een afscheiding van België niet langer fictie. Wat zijn daarvan de volkenrechtelijke gevolgen?

Volkenrechtelijk moet een staat voldoen aan drie criteria: er moet een volk zijn, een grondgebied en een regering die daarover gezag uitoefent. Vlaanderen voldoet moeiteloos aan die criteria. Soms voegt men een vierde criterium toe: een staat moet kunnen deelnemen aan de internationale betrekkingen. Een voldoende aantal landen moet de nieuwe staat erkennen opdat die kan worden beschouwd als volwaardig lid van de internationale samenleving.

Maar over dat criterium heerst onenigheid: men kan de deelname aan de internationale samenleving ook veeleer beschouwen als een gevolg van diplomatieke erkenning dan als een voorwaarde. Of een staat een andere staat diplomatiek erkent, is veel meer een politieke dan een volkenrechtelijke kwestie. Staten worden meestal diplomatiek erkend na een oorlog: dan hebben ze hun waarde blijkbaar bewezen. In de 19de eeuw ontstonden vooral staten in West-Europa (België, Duitsland, Italië), de Balkan (Servië, Bulgarije, Montenegro, Roemenië) en in Latijns-Amerika. Na de Eerste Wereldoorlog zagen nieuwe staten het daglicht als gevolg van de ontbinding van Oostenrijk-Hongarije en het Ottomaanse Rijk. Na de Tweede Wereldoorlog ontstonden veel nieuwe staten in Azië en Afrika als gevolg van de dekolonisatie. Na de Koude Oorlog kwamen nieuwe staten tot stand op het territorium van de vroegere Sovjet-Unie, Joegoslavië en Tsjechoslowakije.

Erik Faucompret

Is hoogleraar internationale betrekkingen en internationaal recht aan de Universiteit Antwerpen.

Stelt dat een staat in ruil voor onafhankelijkheid concessies moet doen. Anders dreigt collectieve verarming.

Die nieuwe staten werden vrijwel automatisch diplomatiek erkend door alle bestaande staten. Dat gold zowel voor kolonies die onafhankelijk werden van een moederland als voor staten die voortkwamen uit landen die uit elkaar vielen, de zogenaamde ‘dismembratio’. De internationale gemeenschap staat echter vrij negatief tegenover gebieden die zich eenzijdig afscheuren van een staat, zelfs al voldoen die gebieden aan de criteria. Geen enkele staat erkende de thuislanden van Zuid-Afrika, Rhodesië in 1965 of Biafra in 1967. Bangladesh in 1971 was de grote uitzondering, maar daar golden speciale omstandigheden.

Soms is de internationale gemeenschap verdeeld. Taiwan wordt erkend door 25 staten. Palestina wordt alleen erkend door de Arabische wereld. De Arabische Democratische republiek Sahara wordt erkend door een veertigtal (meestal Afrikaanse) staten. De Noord-Turkse Republiek van Cyprus wordt alleen erkend door Turkije. Kosovo wordt erkend door een zestigtal staten. Zuid-Ossetië en Abchazië worden erkend door drie landen.

Een staat die niet erkend wordt, bestaat de facto, maar aan zijn bestaan zijn geen volkenrechtelijke gevolgen verbonden. Die staat kan bijvoorbeeld geen diplomatieke betrekkingen aanknopen, kan geen verdragen sluiten, kan geen eigendom verwerven in het buitenland, kan geen internationaal rechtsgeding aanspannen, kan geen diplomatiek beschermrecht uitoefenen ten gunste van zijn burgers.

Maar het ergst van al is dat zo’n staat (wellicht) niet kan toetreden tot internationale organisaties. Vandaag stellen staten slechts iets voor in de internationale samenleving als ze behoren tot grotere verbanden. Ze hebben internationale organisaties nodig om sociaal, economisch, cultureel en politiek te kunnen overleven. Dankzij buitenlandse handel, investeringen en hulp kunnen ze welvaart voor hun bevolking creëren. In de meeste internationale organisaties moet in het orgaan waarin alle lidstaten zijn vertegenwoordigd de meerderheid van de leden akkoord gaan met de kandidatuur van een land, opdat het tot de organisatie kan toetreden.

Een land dat via eenzijdige afscheiding tot stand is gekomen en niet wordt erkend, zal moeilijk kunnen toetreden tot de Verenigde Naties, want daarvoor is het positief advies van de Veiligheidsraad nodig en een meerderheid van de leden in de Algemene Vergadering. Ook het lidmaatschap van de gespecialiseerde organisaties van de VN (Internationale Arbeidsorganisatie, Wereldgezondheidsorganisatie, Voedsel- en Landbouworganisatie,…) ligt wellicht buiten bereik, omdat de helft plus één van het aantal stemmen in de Vergadering vereist is. Dat zijn belangrijke internationale organisaties, want zij regelen onder meer het internationaal vliegverkeer, de internationale telecommunicatie en het internationaal postverkeer.

Unanimiteit

Ook toetreding tot de Raad van Europa is niet vanzelfsprekend: daar is een tweederde meerderheid nodig in het Comité van Ministers. Lidmaatschap van de NAVO en de Europese Unie is nog moeilijker, want daar is unanimiteit vereist. Om lid te worden van de Europese Unie moet een land voldoen aan de criteria van Kopenhagen.

Wat de economische criteria betreft, rijzen er voor Vlaanderen wellicht weinig problemen. Maar er zijn ook andere criteria: bescherming van minderheden en goede relaties met de buurlanden, om er maar twee te noemen. In het geval van Kosovo weigeren bijvoorbeeld vijf EU-landen de nieuwe staat te erkennen: Spanje, Griekenland, Cyprus, Roemenië en Slowakije. Ze vrezen namelijk het precedent: ze hebben zelf te kampen met secessie (Noord-Cyprus, Baskenland, Catalonië, Transdjestrië). Daarom is het lidmaatschap van de Europese Unie buiten bereik voor Kosovo.

Als Vlaanderen dus onafhankelijk wil worden, is het van levensbelang dat dat gebeurt via ‘dismembratio’, en niet via eenzijdige afscheiding. In het laatste geval blijft België (of wat daarvan overblijft) lid van internationale organisaties. In het eerste geval ontstaan er twee nieuwe staten - Vlaanderen en Wallonië - die elk diplomatiek moeten worden erkend en het lidmaatschap van internationale organisaties moeten aanvragen. De nieuwe staten die ontstonden op het gebied van de voormalige Sovjet-Unie, Joegoslavië en Tsjechoslowakije hebben die procedure gevolgd en zijn vrij vlot diplomatiek erkend door andere staten en lid geworden van alle belangrijke internationale organisaties. Een land als Kosovo slaagt daar niet in omdat Servië de onafhankelijkheid van dat gebiedsdeel niet erkent en twee derde van de VN-lidstaten Servië daarin steunen.

Om zo’n scenario te vermijden zal Vlaanderen dus met de Franstaligen onderhandelingen moeten voeren over onder meer Brussel, rechten van minderheden en afbakening van grenzen. Het is in het belang van een eventuele onafhankelijke republiek Vlaanderen dat die met succes worden bekroond. In ruil voor onafhankelijkheid moet een staat concessies doen. In het andere geval dreigt collectieve verarming.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud