Volkslening tovert de wachtlijst voor nieuwe scholen en welzijnsvoorzieningen niet weg

Een volkslening gebruiken om spaargeld aan te wenden voor infrastructuur voor het onderwijs en de zorgsector is lovenswaardig. Maar het mag ons niet blind maken voor de lange wachtlijsten in deze sectoren. De volkslening is geen mirakeloplossing die de wachtlijsten zal wegtoveren. Neen, daarvoor zal er een grote dosis politieke moed, sociaal ondernemerschap, privaat-publieke samenwerking en meer conceptuele creativiteit voor infrastructuur nodig zijn. En duidelijke keuzes van de volgende regering.

Door Raf De Rycke, voorzitter organisatie Broeders van Liefde

De volkslening is uitvoerig gewikt en gewogen vanuit het oogpunt van de potentiële belegger. De meeste financiële experten verwachten niet onmiddellijk een groot succes, door het lage netto rendement voor een weinig liquide belegging. Het valt af te wachten in welke mate de kapitaal- en rendementsgarantie en mogelijk ook het engagement om het verzamelde kapitaal te investeren in duidelijke afgebakende sociaal-economische projecten, spaarders voldoende zal motiveren om al dan niet in te tekenen.

Ook een kritische kijk op de bestemming van het verzamelde kapitaal mag niet ontbreken.

Via een volkslening spaargeld van de burgers aanwenden voor onder meer de bouw van onderwijs-, gezondheids- en welzijnsvoorzieningen (scholen, ziekenhuizen, woon- en zorgcentra, voorzieningen voor personen met een beperking, kinderdagverblijven,…) is een lovenswaardig initiatief. De lange wachtlijsten in deze sectoren, vooral in het onderwijs,  zijn voldoende gekend. Zo is er in Vlaanderen voor de scholen een wachtlijst van 4,1 miljard euro. Een school moet vandaag 11 jaar wachten op bouwsubsidies. Bijkomende middelen zijn meer dan welkom.

Maar we moeten ook vaststellen dat deze volkslening geen fundamentele oplossing biedt voor het manifeste tekort aan bouwsubsidies in de voornoemde sectoren, ook al zou massaal ingetekend worden. Mogelijk is het wel de verwachting van de burgers dat zij door intekening bijdragen aan een oplossing voor het nijpend tekort van nieuwe voorzieningen in onderwijs, welzijn en gezondheid. Al die voorzieningen zullen wel over relatief meer mogelijkheden beschikken om investeringsleningen te bekomen bij de banken die de volkslening mogen verkopen, maar moeten die leningen uiteindelijk wel aflossen met intrest.

Subsidies

Mogelijk leeft de perceptie dat de opbrengst van de volkslening onder de vorm van subsidies zal toegekend worden aan sociale projecten en dat de overheid zal instaan voor terugbetaling. Zonder voldoende en tijdige toekenning van subsidies zullen extra investeringsleningen niet echt zoden aan de dijk brengen. De laatste jaren werden vanuit de betrokken overheden allerlei nieuwe financieringstechnieken uitgedokterd om een antwoord te bieden aan de vele infrastructuurbehoeften.

Een van die technieken is de bouw van 165 nieuwe scholen via een publiek-private samenwerking. Het gaat over een kapitaalinjectie van 1,5 miljard euro, waarbij een private partner instaat voor het ontwerpen, bouwen, financieren en onderhouden van de nieuw gebouwde scholen. De maatschappelijke kost van dat project loopt zo hoog op, dat een herhaling wellicht is uitgesloten.

In de zorgsector wordt al enkele jaren gewerkt met een spreiding van de subsidies over een periode van 20 jaar, wat natuurlijk een vorm van debudgettering is waarvan de gevolgen stilaan duidelijk worden. De in het verleden aangegane engagementen neigen stilaan het jaarlijkse budget aan subsidies op te slorpen, zodat bij gelijkblijvend budget nauwelijks nog nieuwe initiatieven tot de mogelijkheden behoren.

Aangezien de pogingen met nieuwe subsidiëringssystemen niet tot een fundamentele oplossing leiden en er ook geen mirakeloplossing mag verwacht worden van de recent gelanceerde volkslening, rijst onvermijdelijk de vraag wat er dan wel dient te gebeuren om de schrijnende situatie van wachtlijsten inzake infrastructuur op te lossen. Zeker is dat de volgende regering duidelijke keuzes zal moeten maken.

Wishful thinking

Een forse verhoging van de subsidiebudgetten is wishful thinking, rekening houdend met de beperkte budgettaire ruimte en de vaststelling dat de overgedragen budgetten voor de ziekenhuizen van de federale overheid naar de gemeenschappen en gewesten als gevolg van de 6de staatshervorming de komende jaren ook weinig soelaas zullen brengen. De enige oplossing zal erin bestaan een mix van financieringsbronnen en –mogelijkheden uit te werken, uitgaande van een masterplan voor de infrastructuurbehoeften over meerdere jaren. Alle betrokken actoren (overheden, lokale besturen, initiatiefnemers, cliënten,…) zullen inspanningen moeten leveren en de krachten moeten bundelen. Samenwerking met sociale huisvestingsmaatschappijen, publiek-private constructies of andere oplossingen schept zeker extra mogelijkheden.

Een aantal infrastructuurkosten zullen niet langer volledig door de overheid gedragen kunnen worden. Een specifieke tussenkomst in de infrastructuurkosten door de cliënten en gebruikers van de zorgsector lijkt nagenoeg onafwendbaar, met voldoende vangnetten voor zij die het financieel niet aankunnen. Voor de zorgsectoren kan daarvoor een uitbreiding van de zorgverzekering in overweging genomen worden.

De toekomstige infrastructuur zal veel meer dan vandaag multi-inzetbaar moeten worden (multifunctionele accommodatie, ontwerpen van gebouwen in functie van bestemmingswisselingen, bepaalde functies van gebouwen sector- en beleidsdomein overstijgend combineren, …) en minder gebukt mogen gaan onder de veel te vergaande regelgeving, die handenvol geld kost.

Een grote dosis politieke moed, sociaal ondernemerschap, privaat-publieke samenwerking en meer conceptuele creativiteit voor infrastructuur zijn sleutelbegrippen in dit belangrijke en complexe dossier.

 

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud