Voorwaardelijke aanbiedingen spaarboekjes verbieden verkeerde middel voor juiste doel

©shutterstock

Het verbod op voorwaardelijke aanbiedingen bij spaarboekjes is niet het juiste middel om de financiële stabiliteit te verhogen of aan consumentenbescherming te doen.

Door Jan Bouckaert en Hans Degryse, respectievelijk hoogleraar economie aan de Universiteit Antwerpen en hoogleraar economie aan de KU Leuven.

Eén van de punten in de hervorming van het spaarboekje is dat banken niet langer zomaar hogere rentes kunnen uitbetalen aan nieuwe klanten zonder dat ook aan te bieden aan bestaande klanten. Vooral dat verbod op voorwaardelijke aanbiedingen bleek voor de banksector een heikel punt. Is het verbod een slechte zaak voor de financiële sector, en dient deze ingreep ook de belangen van de spaarders?

De typische Belgische spaarder is trouw aan zijn bank. Een studie van Ernst&Young in 2010 (De Tijd, 2 februari 2010) toont aan dat 65 procent van het Belgische bankclientèle meer dan tien jaar bij zijn hoofdbank blijft. De markt van aanbieders van gereglementeerde spaarboekjes bestaat inderdaad nog steeds uit de vier grootbanken die om en bij twee derde van de markt bedienen. Het overige derde is verspreid over tal van kleinere aanbieders.

De website ‘www.spaargids.be’ geeft een duidelijk overzicht van de intrestverschillen tussen de aanbieders. De grootbanken zijn zeker geen prijsbrekers, en dat geldt ook voor tal van kleinere aanbieders. Heel wat spaarders blijven dus, om diverse redenen, ongevoelig voor banken die interessantere intrestvoorwaarden aanbieden. De prijsongevoeligheid van bepaalde klanten maakt het voor elke onderneming die winst wil maken aantrekkelijk om met betere voorwaarden, enkel bedoeld voor nieuwe klanten, prijsgevoelige klanten aan te spreken.

Het verbod op voorwaardelijke aanbiedingen zal de grootbanken, die heel wat prijsongevoelige klanten hebben, dus minder aanzetten tot het aanbieden van hogere, aantrekkelijke intrestvoeten om nieuwe klanten aan te trekken. Het zou voor hen een heel dure strategie zijn indien ze al hun bestaande, prijsongevoelige klanten ook die hogere rente moeten aanbieden. Het gevolg van dat verbod op voorwaardelijke aanbiedingen is dat prijsgevoelige spaarders slechter af zijn, terwijl ‘luie’ spaarders beloond worden.

Concurrentie

Voor kleinere banken geldt dat argument misschien iets minder, vermits hun klantenbasis kleiner is. Hun prikkel om met betere tarieven voor iedereen uit te pakken is niet zo erg aangetast. Maar ook zij zullen de grote spelers dus minder kunnen uitdagen. De concurrentie voor spaardeposito’s zal dus afnemen wanneer conditionele aanbiedingen verboden worden, en zal inefficiënte aanbieders beschermen.

Een ander discussiepunt in de hervorming van het spaarboekje is het behouden van de getrouwheidspremie. Die houdt in dat klanten een extra rentevergoeding ontvangen indien ze hun spaarmiddelen één jaar laten staan bij dezelfde bank. De banksector en de overheid hebben beslist deze premie te behouden met als argument dat dat de financiële stabiliteit ten goede komt. Door de getrouwheidspremie zullen consumenten minder snel aangezet worden om bij de minste geruchten hun spaarmiddelen terug te trekken, omdat er nu een kostprijs (het verlies van de getrouwheidspremie over het afgelopen jaar) tegenover staat. Het maakt het voor banken eveneens makkelijker om met dezelfde kortetermijnmiddelen meer langeretermijnkredieten te ondersteunen.

Maar draagt het verbod op voorwaardelijke aanbiedingen bij tot deze stabiliteit? Verminderde competitie kan toelaten de financiële stabiliteit te verhogen, hoewel er daarvoor andere instrumenten bestaan, zoals kapitaal- en liquiditeitsverplichtingen. Een stabiele of voldoende grote depositobasis van klanten is echter cruciaal gebleken in de financiële crisis. Banken die zich in het verleden te veel op de groothandelsmarkt financierden, zullen het bij afwezigheid van voorwaardelijke aanbiedingen moeilijker hebben om hun gebrek aan klantendeposito’s aan te vullen, of kunnen dit enkel doen tegen hogere kosten.

Consumentenbescherming is gebaat met meer producttransparantie, en financiële stabiliteit is in het belang van ons allen. Maar voorwaardelijke aanbiedingen verbieden hoort daar, net zoals het plafonneren van het aantal spaarproducten, niet bij.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud