weekboek

Waalse export gevangen in vicieuze cirkel

Stefaan Michielsen

Internationalisering staat niet hoog op de agenda van de meeste Waalse ondernemers en bedrijfsleiders, stelt de consultant EY in een rapport over de groeiperspectieven van de Waalse bedrijven. De ondernemingen in Wallonië met grote exportambities zitten gevangen in een vicieuze cirkel.

Op de Consumer Electronics Show (CES), de grote technologiebeurs in Las Vegas eerder deze maand, waren veertien kleine Waalse bedrijven en start-ups aanwezig via een groepsstand georganiseerd door Awex, het Waalse exportagentschap. Zijn Vlaamse tegenhanger Flanders Investment & Trade was er niet met een groepsstand. ‘Te duur’, oordeelde men daar. ‘Het zou een te grote hap zijn uit ons budget. En er is geen vraag naar. De meeste Vlaamse bedrijven die op de CES-beurs willen staan, beschikken over voldoende slagkracht om dat op eigen houtje te doen. Ze kunnen daarvoor een subsidie krijgen.’

Het Leuvense onderzoekscentrum voor nanotechnologie Imec stond op CES met een eigen stand. Net als het West-Vlaamse Smappee, dat een apparaatje ontwikkelde om het energieverbruik te monitoren, en het Antwerpse Byteflies, dat actief is in draagbare gezondheidsmeters. Waalse bedrijven hebben echter blijkbaar drempelvrees en moesten daarom door Awex bij het handje worden genomen. ‘Ondernemers in het zuiden van het land, ongeacht het domein waarop ze actief zijn, missen te vaak het lef om ervoor te gaan en de confrontatie aan te gaan met de grotere spelers in hun sector.’ Dat zegt Pascale Delcomminette, de algemeen directeur van Awex.

De studie ‘Quelles clés pour stimuler la croissance des pépites wallonnes’ die het advieskantoor EY deze week publiceerde, bevestigt dat. Internationalisering staat niet hoog op de agenda van de Waalse bedrijfsleiders. De meesten kiezen ervoor zich te concentreren op markten en klanten die ze al kennen, concludeert EY op basis van een enquête.

Nochtans telt Wallonië ook aardig wat bedrijfsparels die sterk staan in hun niche. Maar ze zijn niet bijzonder gebeten om de wereldmarkt te veroveren. Dat is ook zichtbaar op de enkele federale handelsmissies die ons land elk jaar nog organiseert naar vooral de verre exportmarkten, geleid door prinses Astrid. Vooral Vlaamse bedrijven, van allerlei aard, reizen mee, en ze hebben veelal een drukke afsprakenagenda. De Waalse ondernemers vormen een minderheid en ze leggen meestal niet hetzelfde commercieel enthousiasme aan de dag.

Geldbelust

Wat houdt de Waalse bedrijven tegen om internationaal hun vleugels uit te slaan? EY wijst in zijn rapport op de taalbarrière. Maar die zou toch vrij makkelijk overwonnen moeten kunnen worden. Er is meer aan de hand. Een groot aantal van de door het advieskantoor ondervraagde ondernemers en bedrijfsleiders zegt dat ze geen sterke ambitie hebben om te groeien. En ze verwijzen daarvoor naar de cultuur in Wallonië die het ondernemerschap niet hoog acht.

‘Ambitieus zijn wordt in Wallonië vaak gelijkgesteld met geldbelust zijn’, zegt Eric Domb, oprichter en CEO van het dierenpark Pairi Daiza, in het EY-rapport. ‘Het woord succes klinkt een beetje gênant in Wallonië, het woord groei is bijna vulgair’, stelt de Luikse professor Bernard Surlemont. Pour vivre heureux, vivons cachés. Een aantal succesvolle Waalse bedrijven blijft liever in de schaduw, hoewel ze een inspiratiebron kunnen zijn voor andere, beginnende ondernemers.

Namur, nous avons un problème. In zijn Rapport sur l’Economie Wallonne 2017 erkent het Waalse statistisch bureau Iweps dat de regio te weinig gebruikmaakt van de opportuniteiten die de internationale handel biedt. Wallonië telt enkele exportkampioenen. De wapenfabrikant FN Herstal, de vliegtuigmotorenbouwer Safran Aero Boosters, de vliegtuigonderdelenfabrikant Sonaca en de vaccinspecialist GSK realiseren het grootste deel van hun omzet in het buitenland.

Maar de Waalse economie in haar geheel presteert op uitvoervlak ondermaats. De uitvoeractiviteiten vertegenwoordigen 22 procent van de toegevoerde waarde die de Waalse economie realiseert en tekenen voor 19 procent van de werkgelegenheid. In Vlaanderen is dat respectievelijk 34 procent en 31 procent. Dat de ondernemingen te veel onder de kerktoren blijven, blijkt in Wallonië een groter probleem dan in Vlaanderen.

Taalgrens

Nauwere banden met Vlaanderen zijn voor Waalse bedrijven een opstapje naar grotere inter- nationalisering.

Wallonië probeert zijn zwakke exportprestaties te camoufleren door te stellen dat de regio via haar economische relaties met Brussel en Vlaanderen direct en indirect toch voor zowat 30 procent op het buitenland is gericht. En Iweps adviseert de Waalse bedrijven, als de verre export te moeilijk is, in te zetten op het aanhalen van de economische banden met Vlaanderen en Brussel.

Maar zelfs dat is niet zo evident. Waalse bedrijven die naar de andere regio’s in het land willen exporteren botsen op een soort ‘grens’. En dat grenseffect speelt vooral voor dienstenbedrijven en meer voor de export richting Vlaanderen dan Brussel, stelt het Iweps-rapport. Een betere interregionale mobiliteit kan helpen om die grens neer te halen, klinkt het. En ook: ‘het aanleren van de andere landstaal’.

Voorzichtig - Iweps is een overheidsinstantie en dit is Wallonië - kaart het rapport ook de kwestie van de hoge loonkosten aan. Sommige Waalse bedrijven hebben zo’n sterk product dat ze hun prijzen makkelijk kunnen verhogen. Voor andere is dat niet het geval. Het verhogen van de verkoopprijzen is delicaat voor bedrijven die tegen de internationale concurrentie moeten opboksen. De andere optie die ze hebben, is snijden in de kosten. En dan komen ze al gauw bij de personeelskosten uit, waarschuwt Iweps.

Het belang van de uitvoer voor de Waalse economie is niet groot genoeg om de bekommernissen erover hoog op de politieke agenda te zetten. Daardoor komen er ook te weinig stimulansen in Wallonië om volop in te zetten op internationalisering. Dat is de vicieuze cirkel waarin de Waalse exporterende bedrijven gevangenzitten.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content