opinie

Wat is de echte rol van Ankara in de strijd tegen IS?

Docent buitenlands beleid Universiteit Antwerpen

Turkije speelt een dubbelzinnige rol in de strijd tegen Islamitische Staat (IS). Het moet nog blijken of dit de veiligheid in het Westen ten goede komt.

David Criekemans docent buitenlands beleid

©wim kempenaers (wkb)

Chaos en instabiliteit. De strategie van de IS bestaat erin om een dergelijke atmosfeer te creëren. Wanneer mensen tegen elkaar worden opgezet, gedijt IS het beste. Op 20 juli pleegde IS een zware bomaanslag in de Turks-Koerdische grensstad Suruç. Een meesterzet?

Doelwit waren jongeren die de Syrisch-Koerdische stad Kobani mee wilden heropbouwen. Maar de reactie van de Turkse president Recep Tayyip Erdogan was dubbel. Enerzijds startte Turkije met het bombarderen van IS-stellingen in Irak, anderzijds begon ze een militaire campagne tegen strijders van de Koerdische Arbeiderspartij PKK in Syrië.

In de dagen voordien waren er ook aanslagen van de PKK. Het vredesproces dat Erdogan enkele jaren geleden startte, is daarmee ten einde. Ironisch genoeg waren het net deze PKK-strijders in Syrië die de afgelopen maanden terrein boekten tegen IS. Wat is er aan de hand?

Erdogan ziet voor Turkije, en vooral voor zichzelf, een grootse rol in de internationale politiek. Het land moet daarbij aanknopen bij haar roemrijke verleden. In de Syrische kwestie was het één van de meest rabiate tegenstanders van het regime van Assad. Daarom liet het ook vluchtelingen toe in het zuiden, vandaag bijna twee miljoen mensen. Maar wanneer de Syrische Koerden door IS werden aangepakt, stond Turkije letterlijk aan de zijlijn.

Erdogan zelf werd ondertussen president. In de meest recente verkiezingen slaagde zijn AK-partij er evenwel niet in de absolute meerderheid te verkrijgen. Die was nodig om de grondwet te kunnen veranderen. Erdogan wil het land omvormen tot een zuiver presidentieel regime, om zo meer macht te krijgen. Maar pro-Koerdische partijen zoals de HDP en DBP behaalden een overwinning, en ‘ontnamen’ Erdogan zijn droom. Omdat er tot vandaag nog geen regering kon worden gevormd, komen er wellicht nieuwe verkiezingen in november.

Door de Koerden nu deels te criminaliseren kan Erdogan zich opstellen als ‘vader van de Turkse natie’ om uiteindelijk toch nog zijn doel te behalen. Economisch is het land ondertussen in het slop geraakt. Buitenlandse investeerders zullen twee keer nadenken vooraleer nieuwe projecten te ondernemen. Een verharding van de Turkse machtspolitiek moet dat deels compenseren.

NAVO-lid

Afgelopen dinsdag besliste de NAVO dat het ‘schouder aan schouder’ staat met Turkije in ‘de strijd tegen het terrorisme’. Het is aan u om te interpreteren of het hier louter en alleen gaat om Islamitische Staat of ook om de strijd tegen de PKK.

Onder de waterlijn bestaat er verdeeldheid tussen de VS en Europa. Washington is bereid de PKK op te geven in ruil voor Turkse steun tegen IS. Wederom dreigt de Obama-regering - als gevolg van een gebrek aan besef over wat er speelt op het terrein - daden te stellen die ze misschien achteraf zal betreuren. Ankara wil immers een zogenaamde bufferzone creëren in Syrië zelf, ten noorden van Aleppo. Dat lijkt een IS-vrije zone te worden, waarbij dan nog onduidelijk is wie die op het terrein gaat afdwingen.

In werkelijkheid willen de Turken verhinderen dat de Koerden de westelijke en oostelijke grenszone binnen Syrië kunnen verenigen. Als deze dan later nog aansluiting zou kunnen krijgen met het territorium van de regionale Koerdische regering in Irak, dan ontstaat een de facto vrij Koerdistan. Opnieuw: het waren net de Koerden die het meest betrouwbaar waren in de strijd tegen IS. Meerdere Europese landen menen dat het Turkse nationale verzoeningsproces met de Koerden moet worden voortgezet. In de praktijk dreigt de NAVO evenwel in deze nationale strijd verwikkeld te raken. En het Westen zou wel eens een alliantiepartner tegen IS kunnen verliezen. IS wordt dan wellicht de lachende derde.

De echte vraag is of Ankara niet langzaamaan zijn exit uit de NAVO voorbereidt. Turkije is een aspirant-grootmacht, en dat idee gaat er moeilijk mee samen.

Overigens kan men zich vragen stellen bij de betrouwbaarheid van Turkije als NAVO-partner. Ondanks alle zogenaamde spanningen met Rusland blijven Ankara en Moskou nauwe banden aanhouden. Beide hebben een verregaande samenwerking op het vlak van energie en economie. Tegen 2020 moet het Turks-Russische handelsvolume verdrievoudigen tot 100 miljard dollar. Turkije heeft geen eigen luchtafweersysteem, maar wil nu wel een Chinees systeem aanschaffen, tot grote ergernis van de NAVO-landen. De echte vraag is of Ankara niet langzaamaan zijn exit uit het westers alliantiesysteem voorbereidt. Haar rol is die van een aspirerende grootmacht, en dat idee gaat moeilijk samen met de NAVO. Als dat bewaarheid wordt, dan kan men zich de vraag stellen of de Turkse bijdrage tegen ‘terrorisme’ niet eerder destabiliserend is voor de westerse veiligheid.

David Criekemans doceert buitenlands beleid aan de Universiteit Antwerpen, internationale politiek en veiligheid aan het University College Roosevelt in Middelburg (Nederland) en geopolitiek aan het Geneva Institute of Geopolitical Studies.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud