Zouden lege dozen morgen wèl belastingen betalen als we de fiscaliteit aanpassen?

©Dries Luyten

De notionele intrestaftrek en andere fiscale gunstmaatregelen halen niet alleen enkele fiscale lege dozen, maar gelukkig ook echte bedrijven naar ons land.

Door Caroline Ven, gedelegeerd bestuurder VKW en Geert Janssens, hoofdeconoom VKW Metena

De opening van de artikelenreeks in De Tijd over de Belgische fiscaliteit was meteen een voltreffer. Het is terecht dat de eerlijkheid van onze fiscaliteit, ook die van vennootschappen, ter discussie wordt gesteld. Grote internationale concerns maken - evenwel op een wettelijke wijze - gebruik van de dubbele belastingverdragen, de vrijstelling van meerwaarden en de notionele intrestaftrek. Daardoor kunnen ze ver onder het offi-ciële tarief in de vennootschapsbelasting (33,99%) blijven. Wie het handig speelt, betaalt zelfs nauwelijks winstbelasting. En vooral dat laatste lokt in sommige kringen grote verontwaardiging uit. Toch willen we waarschuwen voor al te snelle conclusies.

Het is nooit slecht om in dat soort discussies even terug te gaan in de tijd. België staat bekend als een kmo-land, maar bij nader inzien is dat slechts relatief. Internationaal vergeleken blijkt ons hoog kmo-aandeel vooral een gevolg te zijn van het ontbreken van grote bedrijven. De Belgische markt is klein en wie wil groeien is gedoemd om het buitenlands avontuur op te zoeken. Dat vergt altijd iets meer moeite dan wanneer men op de eigen markt kan blijven zitten. Het vergt ook meer extern kapitaal. Er zijn twee elkaar wederzijds versterkende manieren om daaraan te verhelpen.

De eerste manier is een aantrekkelijk land te worden voor buitenlandse investeerders. Op dat vlak deed België het de voorbije decennia relatief goed. Toen de coördinatiecentra, die daarin een rol speelden, dreigden te moeten verdwijnen, werd de notionele intrestaftrek als een valabel alternatief naar voren geschoven. Die maatregel miste zijn effect niet, maar leidde blijkbaar ook tot het aantrekken van enkele fiscale lege dozen.

Bekaert

Maar is dat laatste een grote ramp? Zouden die vehikels morgen wél belastingen betalen indien we ons fiscaal regime zouden aanpassen? Een belangrijke verdienste van de notionele intrestaftrek en andere fiscale gunstmaatregelen is nu net dat ze ook échte bedrijven naar hier halen of houden. Een voorbeeld. Bekaert betaalde in 2010 geen winstbelasting, door overgedragen verliezen uit vorige boekjaren. Maar de bijdrage van Bekaert aan onze maatschappelijke welvaart via loonlasten en andere belastingen evenaarde wel de totale winstbelasting van de 45.000 minst winstgevende vennootschappen in dat jaar. De maatschappelijke hefboom van één groot bedrijf is enorm, zelfs zonder 1 euro winstbelasting.

De nog grotere verdienste van de notionele interestaftrek is dat het eigen vermogen van kmo’s erdoor wordt versterkt. De notionele intrestaftrek trekt de ongelijke fiscale behandeling van het eigen vermogen ten opzichte van het vreemd vermogen immers grotendeels recht. Voor veel kmo’s was dat vanaf 2005 het sein om winsten niet meer uit te keren via dividenden, maar om ze in de vennootschap te houden. Het resultaat was verbijsterend. In de periode 2005-2010 trokken 14.000 kleine en middelgrote bedrijven hun eigen vermogen op met respectievelijk 62,7 en 32,9 miljard euro. Daardoor konden ze een stevige anticrisisbuffer opbouwen. De solvabiliteitsratio’s van bijna 50 procent zijn internationaal gezien uniek.

Niet rechtvaardig

De echte economische meerwaarde van de notionele intrestaftrek krijgt helaas veel minder weerklank. Sommigen zullen zeggen dat het niet rechtvaardig is dat sommige vennootschappen er heel goedkoop vanaf komen. Zij moeten evenwel beseffen dat vooraleer er in een bedrijf 1 euro winst wordt gemaakt, eerst alle grondstoffen, leveranciers, lonen en andere personeelslasten, andere belastingen,… moeten worden betaald.

Het is niet door maatregelen die ons land aantrekkelijker moeten maken voor kmo’s én voor buitenlandse investeerders steeds op de helling te zetten, dat we het jobverlies van de grote bedrijfssluitingen van de jongste maanden zullen kunnen opvangen. Het Strategisch Actieplan Limburg (SALK) ten spijt.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud