De 1 meioptochten en -toespraken zijn achter de rug, de vlaggen opgerold, de springkastelen afgebroken, de instrumenten opgeborgen. Vandaag worden de socialisten, net als alle andere partijen, opnieuw met de Belgische en vooral de Europese werkelijkheid geconfronteerd.

Het grote probleem van Frank Vandenbroucke is dat hij altijd de waarheid spreekt, wat hem totaal ongeschikt maakt voor de Belgische partijpolitiek. Met zijn recente uitspraken over de pensioenhervorming in het Leuvense studentenblad Veto heeft Vandenbroucke het Wetstraatvolk - en zijn partij sp.a in het bijzonder - alweer ongemakkelijk gestemd.

©rv

Eerlijkheid leidt in de politiek geheid tot verwarring. De Franse toneelschrijver Jean Anouilh beschreef dat in ‘Becket’, waarin hij paus Alexander III laat zuchten dat eerlijke mensen als Thomas Becket hem van slag brengen. Waarop zijn adviseur kardinaal Zambelli de paus uitlegt dat eerlijkheid soms van pas kan komen. ‘In bepaalde, zeer moeilijke onderhandelingen, wanneer de situatie volkomen klem zit en geen enkel manoeuvre nog uitkomst biedt, durf ik me al eens van de eerlijkheid te bedienen’, legt Anouilh de kardinaal in de mond. ‘Mijn tegenstander trapt doorgaans meteen in de val. Hij vermoedt immers een heel subtiel plan, wordt op het verkeerde been gezet en raakt verstrikt. Gevaarlijk wordt het als de tegenstander tegelijk eenzelfde eerlijkheid aan de dag legt. Ja, dan wordt het spel bijzonder ingewikkeld.’

Maar dat laatste, dat verschillende partijen zich plots van de waarheid gaan bedienen, komt zelden voor in de Wetstraat. Vandenbroucke blijft evenwel op zijn lijn, zeker nu hij uit de partijpolitiek is gestapt. Door Veto gevraagd of de sp.a, waarvan hij ooit voorzitter was, linkser en radicaler moet worden, antwoordt Vandenbroucke geheel terecht: ‘In de jaren tachtig heeft Labour dat in Groot-Brittannië geprobeerd als reactie op Thatcher, die steeds rechtser en nationalistischer werd. Op de duur was het socialisme er dood.’

In sp.a- en PS-kringen worden Vandenbrouckes denkoefeningen op nukkig gemompel onthaald. Ze passen niet in de oppositieplannen die eind september vorig jaar door de top van de Socialistische Gemeenschappelijke Actie werden bedisseld, maar die nu in ademnood geraken. De socialistische oppositie tegen de centrumrechtse ploeg rond premier Charles Michel (MR) steunde vooral op de syndicale acties. Maar die krijgen, volgens een recente opiniepeiling, geen bijval van het grote publiek. Zelfs in het doorgaans militantere Wallonië staat amper een derde van de bevolking voluit achter de voorbije stakingsacties.

Gekende gevolgen

Vandenbrouckes uitspraken over langer werken en het afschaffen van het brugpensioen in al zijn vormen, passen in alles wat hij de afgelopen jaren voorhield. Zijn eerste alarmkreet dateert intussen van tien jaar geleden. Toen stelde hij in een open brief dat, om de toekomstige pensioenlast te kunnen betalen, alle overheden samen gedurende minstens twee regeerperiodes een belangrijk overschot op hun begrotingen moesten realiseren. Daar kwam niets van terecht, met de gekende gevolgen.

Het enige wat een Belgische politicus nog kan doen, is proberen het sociaal systeem, waarvoor de werknemers hebben betaald, te vrijwaren.

Na die pijnlijke vaststellingen werd Vandenbroucke pronto tot de orde geroepen en de mond gesnoerd. Toenmalig sp.a-voorzitter Steve Stevaert keerde daarvoor zelfs ijlings terug uit Cuba waar hij net de weldaden van het Castro-regime had gehuldigd en een krans had neergelegd op het graf van beroepsagitator Che Guevara.

In tegenstelling tot de meesten van zijn partijgenoten besefte Vandenbroucke toen al wat de gevolgen waren van de Europese Monetaire Unie en de invoering van de euro. Die werden onlangs nog eens kernachtig samengevat door The Economist: ‘Alle eurolanden hebben nood aan een flexibele arbeidsmarkt, want ze kunnen niet devalueren om hun concurrentiekracht op te krikken. In de plaats daarvan moeten ze noodgedwongen kiezen voor een hardvochtige interne devaluatie om de arbeidskosten te kunnen verlagen.’

Daarmee schetst het blad ook het probleem waarmee de Belgische socialisten, de sp.a en de PS, en bij uitbreiding de hele Europese linkerzijde worstelen. Want nu de 1 meistoeten en de bijbehorende militante toespraken achter de rug zijn, worden de socialisten opnieuw met de Belgische en vooral de Europese werkelijkheid geconfronteerd.

Telegenieke windbuil

Tot voor kort keken sommige sp.a’ers nog hoopvol naar Griekenland, waar de linkse ultra’s van Syriza, aangevoerd door premier Alexis Tsipras en Yanis Varoufakis, de telegenieke windbuil op het departement van Financiën, Europa op zijn nummer gingen zetten. Dat pakte verkeerd uit. Net als hun voorgangers en andere Zuid-Europese premiers, bleken Tsipras en Varoufakis uiteindelijk niets anders te zijn dan de belangenbehartigers van de Europese Centrale Bank, van hun Noord-Europese geldleners en van Goldman Sachs.

Eind vorig jaar stelde Wolfgang Streeck, de directeur van het Duitse Max Planck Instituut en auteur van ‘Gekochte tijd’, in een interview met De Tijd onomwonden: ‘De euro breekt de ruggengraat van de nationale democratieën. De politici hebben hun macht afgestaan en ze kunnen die niet terugkrijgen.’ Dat geldt niet alleen voor de Grieken en de andere Zuid-Europeanen, dat geldt voor de hele eurozone. Europees commissaris Valdis Dombrovskis liet daarover weinig twijfel in zijn jongste gesprek met De Tijd.

Een federale minister kan wel, zoals Johan Vande Lanotte, wat morrelen aan de btw op elektriciteit, al blijkt die zinloze btw-verlaging vooral de kostprijs van de groenestroomcertificaten en de prijsverhoging door de intercommunales te maskeren. Maar een vermogensbelasting invoeren, dat kan hij dan weer niet.

Het enige wat een Belgische politicus nog kan doen, is proberen het sociaal systeem, waarvoor de werknemers hebben betaald, te vrijwaren. Hij kan ook het pensioenstelsel overeindhouden. Daarvoor bestaan geen 65 middelen. Er zal langer moeten worden gewerkt. Maar die maatregel heeft weinig zin als het brugpensioen mogelijk blijft, waarschuwt Vandenbroucke. En dat laatste hoort men dan weer niet graag in regeringskringen. ‘Want belangrijke regeringsbeslissingen moeten worden geschraagd door een zo breed mogelijk maatschappelijk draagvlak’, heet het dan. Zoiets klinkt heel wijs als een politicus dat zegt in het avondjournaal. Maar eigenlijk bedoelt hij of zij: ‘De sociale partners moeten het eens zijn met de beslissing en zij moeten hun deel van de koek krijgen.’

Nochtans is sinds het midden van de jaren zeventig dat sociaal overleg gaandeweg uitgehold door de terugval van de traditionele industrie, het uitdeinen van de dienstensector, het vallen van de Muur en vooral de invoering van de Europese eenheidsmunt. De bijeenkomsten van de Tien zijn een vorm van sociaal façadisme. Het sociaal overleg moet de indruk wekken dat over verdeling wordt gepraat. Jammer genoeg valt er nog weinig te verdelen, tenzij de overheid bereid is het nodige geld op tafel te leggen. Maar het geld is op. Wat verdeeld wordt, is geleend geld.

Het verschil tussen de sp.a en de PS en de regeringspartijen bestaat erin dat zij in de oppositie zitten en niet eens de indruk kunnen wekken dat ze daadwerkelijk regeren. Maar dat krijg je in een 1 meitoespraak niet uitgelegd.

 

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud