Armoedegrens steunt terecht op sociale norm

Andreas Tirez

Mensen willen erbij horen of op zijn minst niet te ver van de sociale norm zitten. Het is dus logisch en consequent dat de armoedegrens steunt op de sociale norm en dat de armoedegrens relatief is.

Dinsdag was het de internationale dag tegen de armoede. Die is ook voor België relevant, want 21 procent van de bevolking loopt het risico op armoede of sociale uitsluiting. Een opvallend hoog cijfer, omdat België veel herverdeelt, wat effectief een lage ongelijkheid oplevert. Als je België vergelijkt met de buurlanden en Scandinavië had in 2016 enkel Finland een lagere ongelijkheid, gemeten met de Ginicoëfficiënt.

We vergelijken ons met anderen en worden ook beoordeeld door anderen. Daaruit halen we veel eigenwaarde of een gebrek eraan. En doordat we steeds rijker worden, gaat die sociale norm telkens omhoog.

De Gini-coëfficiënt (100 staat voor volledige ongelijkheid en 0 voor perfecte gelijkheid) meet de algemene ongelijkheid en niet de armoede. Die twee zijn niet hetzelfde. De grafiek toont de Gini-coëfficiënt op de horizontale as en het percentage van de bevolking dat het risico op armoede of sociale uitsluiting loopt op de verticale as. Er is een correlatie tussen de twee. Een hoge ongelijkheid leidt gemiddeld gezien ook tot een hoog armoederisico. Maar de correlatie is lang niet perfect. Ondanks een lage algemene ongelijkheid lopen relatief veel Belgen een armoederisico. Enkel Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk doen slechter. We herverdelen veel, maar blijkbaar niet efficiënt genoeg om de armoede navenant te verminderen.

©Twitter

Sommigen betwijfelen of de armoede in België wel zo’n groot probleem is als de cijfers lijken te zeggen. De armoedegrens is immers - letterlijk - relatief, want bepaald ten opzichte van het mediane inkomen. Als het gezinsinkomen 40 procent onder dat mediane inkomen ligt, zit het op de armoedegrens. Critici van de grens zeggen dat als alle inkomens zouden stijgen, de armoede volgens deze parameter niet zal dalen, omdat ook het mediane inkomen stijgt.

Dat klopt. Maar armoede gaat om meer dan materiële ontbering. Al dan niet arm zijn gaat er in essentie over of je een goed leven kunt leiden of niet. Genoeg eten en een dak boven je hoofd volstaan niet. We zijn sociale wezens. We willen erbij horen of op zijn minst niet ver van de sociale norm zitten. We vergelijken ons met anderen en worden ook beoordeeld door anderen. Daaruit halen we veel eigenwaarde of een gebrek eraan. En doordat we steeds rijker worden, gaat die sociale norm telkens omhoog.

©Mediafin

Bekijk het eens niet van de kant van de armoede, maar van die van de middenklasse. Veel jonge middenklassegezinnen met kinderen zijn tweeverdieners. Een drukke periode in het leven, waarbij de vrije tijd vaak ook nog eens wordt volgepropt met allerlei activiteiten. Het regent dan ook berichten over stress en burn-out.

Braeckman

In een prachtig interview in De Tijd riep de moraalfilosoof Johan Braeckman (UGent) deze zomer op om het rustiger aan te doen, om minder te consumeren en trager te leven. Velen laten zich meezuigen door de dwingende sociale norm en dreigen zichzelf voorbij te lopen. ‘Keeping up with the Joneses’ is wijdverspreid: als je buurman een grote auto heeft of naar dat nieuwe restaurant gaat, wil jij dat ook. En we gaan toch niemand uitnodigen als ons huis niet tiptop afgewerkt is?

Als het allemaal zo druk is, met stress en burn-out tot gevolg, waarom dan niet wat rustiger aan? We zijn toch rijk genoeg? Maar we doen het niet.

Braeckmans oproep is de logica zelve. Als het allemaal zo druk is, met stress en burn-out tot gevolg, waarom dan niet wat rustiger aan? We zijn toch rijk genoeg? Maar we doen het niet. Of lang niet voldoende. Braeckman is de zoveelste in een rij die oproept om te ‘consuminderen’ en om vaker te doen wat ertoe doet. We lezen instemmend, maar gaan komende winter weer lekker skiën en klagen dat alles te druk is.

Voldoen aan de sociale norm is voor de overgrote meerderheid erg belangrijk. Dat geldt in alle inkomensklassen. Zolang dat zo is, is het logisch en consequent dat de armoedegrens steunt op de sociale norm en dat de armoedegrens dus een relatieve grens is.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Partner content