Belevenissen van een directiesecretaresse

Hans Bourlon

Januari is de maand van de evaluaties. Maar, zoals u vermoedeijk weet, is het vandaag in hr-middens trendy om die klassieke evaluaties gewoon te schrappen. Mensen willen geen jaar wachten om te weten of ze goed bezig zijn. Ze willen dat de hele tijd weten, is een van de redenen.

Of ook: zo’n evaluatie heeft iets van een schoolexamen, waarbij de manager als een leraar punten geeft. Dat veroorzaakt frustratie. Trouwens, waar leidt zo’n jaarlijkse evaluatie toe? Vaak tot pijnlijke situaties en gedemotiveerde medewerkers. Eén negatieve opmerking op zo’n officieel moment kan maanden blijven hangen.

Eén negatieve opmerking op een officieel moment kan maanden blijven hangen.

Dat flitst door mijn hoofd als ik Hilde, de directiesecretaresse, in het zaaltje zie zitten, klaar voor haar evaluatie. Met niemand heb ik zo veel contact als met haar. We bellen en mailen voortdurend. Eigenlijk orkestreert ze mijn leven. Ze beheert mijn agenda, boekt reizen. Ze kent mijn voorkeur voor restaurants. Maar ook voor mensen. Ze is proactief, filtert mails en telefoons. Ze denkt mee, is mijn extern geheugen. Ze kent mijn doen en laten, ook privé. Maar vooral, ze bevrijdt me van een hoop beslommeringen.

Maar nooit zit ze mee op restaurant. Nooit gaat ze mee naar het buitenland. Ze heeft haar eigen gezin en zorgen, terwijl ze zonder een kik te geven de mijne oplost. Zou ze daarmee worstelen? Ik besluit het op tafel te gooien.

‘Uw problemen zijn voor mij een uitdaging’, zegt Hilde vrolijk. ‘Ik hou ervan alles te regelen. Hoe complexer hoe liever. Weet je nog die uitstap met die Duitse delegatie? Ze moesten in één dag al onze parken zien. Dan maar met de helikopter.’ Ze lacht.

‘Zou je dan niet zelf willen meevliegen?’, vraag ik. Nu aarzelt ze even. ‘Veel meemaken, de wereld zien. Ja, dat moet leuk zijn’, zegt ze. ‘Maar ik zou niet willen ruilen. 24 uur per dag en zeven dagen per week in de weer zijn. Die verantwoordelijkheid, die beslissingen. De aandacht van de pers. Altijd op je hoede zijn. En je afvragen hoe oprecht mensen zijn. Dat moet zwaar wegen.’

‘Is het moeilijk om geheimen te bewaren?’, vraag ik. Contracten, ontslagen, besparingen, alles passeert door haar handen, maar niets mag ze naar buiten brengen. ‘Alles draait om discretie’, zegt ze. ‘Ik ben een gewoon personeelslid, zonder privileges. Maar tegelijk moet ik afstand houden, tegenover iedereen. Gelukkig heb ik een collega. Maar we horen bij geen enkele afdeling. Soms is dat eenzaam. Toch springen mensen hier vaak binnen om hun hart te luchten. Maar ook daar moet ik weer discreet over zijn.’

Als ik vraag wat de job aangenaam maakt, passeert een rist anekdotes de revue. ‘Stylingadvies geven ’s morgens. Babysitten op de kleine katjes die je soms meebrengt. Of onze codewoorden gebruiken: ‘ik ben in Oezbekistan’ betekent ‘ik ben niet bereikbaar’. Ze proest het uit. ‘Of liedjes zingen als je Sinterklaas speelt voor het personeel.’

Lachend geeft ze toe dat ze wel eens misbruik maakt van haar positie. Mijn naam gebruiken zorgt ervoor dat er wel nog plaats is in een overvol restaurant of dat de zaken plots sneller gaan. ‘En ik durf bij een aanwerving wel eens een goed woordje te doen voor de knapste kandidaat’, floept ze eruit.

‘Maar onvergetelijk was die keer dat Erik Van Looy binnenkwam en me drie kussen gaf voor mijn verjaardag. Hij was voor opnames in huis en je wist dat ik fan was.’

Kijk, dat was nu eens een deugddoend gesprek. Zelfs al mailen en spreken we elkaar ontelbare keren, zo’n officieel moment is echt de moeite waard.

Hans Bourlon is CEO van Studio 100

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content