De bank der banken

Er was weer politiek krakeel over een aantal directeursmandaten en een eventuele inkrimping van het directiecomité van de Nationale Bank van België. Terwijl het imposante gebouw langs de Brusselse Berlaimontlaan niet meer is dan een groot uitgevallen loket van de ECB.

©rv

Het is met knikkende knieën dat de Europese leiders later deze maand naar de Italiaanse hoofdstad trekken voor de zestigste verjaardag van het Verdrag van Rome. Of daar wat te vieren valt, is de vraag.

Zopas heeft Jean-Claude Juncker, de voorzitter van de Europese Commissie die het na één ambtstermijn al voor bekeken houdt, de lidstaten liefst vijf routeplannen voorgelegd voor een toekomst van de Europese Unie zonder de Britten. Kortom: bij de Europese Commissie weten ze ook niet meer waar het heen moet. Dat was toch even anders met de werkgroep rond de Belgische minister van Buitenlandse Zaken Paul-Henri Spaak, die tijdens de winter van 1956-57 in het kasteel van Hertoginnedal de teksten redigeerde voor het Verdrag van Rome, de geboorteakte van de Europese Gemeenschap.

Terwijl de Europese commissarissen zo te horen wat wezenloos door het raam van hun kantoor in het Berlaymontgebouw zitten te staren, wordt niet alleen het monetaire maar ook het economische beleid gestuurd vanuit het hoofdkwartier van de Europese Centrale Bank (ECB) in Frankfurt. Het sluipende autoritarisme waarmee dat gebeurt, werd afgelopen week nog eens gedemonstreerd door ECB-voorzitter Mario Draghi.

Die kondigde aan dat de rente onveranderd laag blijft, ook al heeft de inflatie de kaap van de beoogde 2 procent bereikt. Om die kaap te halen kocht de ECB voor zo’n 1.500 miljard euro extra allerhande schuldpapier uit de markt. Al dat papier weegt nu gevaarlijk op de balansen van de centrale banken van lidstaten zoals België. En die kwantitatieve versoepeling blijft nog minstens een jaar doorgaan. Een operatie die door de bodemkoers van de rente in België alleen al aan de spaarders miljarden koopkracht kost. De opstoten van antisysteempartijen in een aantal eurolanden zijn daar niet vreemd aan.

Terwijl de Europese politici werkloos bleven, heeft Draghi met zijn ‘we will do whatever it takes’-opkoopprogramma alvast de euro gered en de Europese economie een nieuw elan gegeven. Althans, volgens UGent-econoom Koen Schoors in een opiniestuk in De Tijd. Dat elan valt nog te bekijken. Het is maar de vraag of dat niet veeleer te danken is aan de lage energieprijzen en de lage eurokoers. Al lijkt dat niet de bedoeling, toch dreigt met die ‘low for long’ stilaan een Japans scenario van jarenlange zeer lage groei en zeer lage inflatie.

Als bank der banken mag de ECB dan de financiële sector een aantal keer uit het moeras hebben gered, zoals Schoors schrijft, toch blijft die fragiel. Bovendien heeft de ECB met haar wilde aankoopprogramma de beursmuziek die in oktober 2008 plots stopte, opnieuw aangezwengeld. Maar nu met nieuwe dansers, zoals de schaduwbanken, die intussen een systemisch belang hebben en het klassieke bankenmodel uithollen.

Het pijnlijke is dat niemand Draghi en de ECB om rekenschap kan vragen. Een blunderende ECB-voorzitter kan daar niet op worden aangesproken. Zo bracht Jean-Claude Trichet als gouverneur van de Banque de France met zijn franc fort-politiek nogal wat schade toe aan de Franse begroting en het lokale bedrijfsleven. Wat niet belette dat hij daarna tot ECB-voorzitter werd gezalfd.

Haar onafhankelijkheid, nodig om de prijsstabiliteit te handhaven, staat in de statuten van de ECB gebeiteld. ‘Het is noch de ECB, noch een nationale centrale bank, noch enig lid van hun besluitvormende organen toegestaan instructies te vragen aan dan wel te aanvaarden van instellingen of organen van de EU, van regeringen van lidstaten of van enig ander orgaan.’ Elke kritiek op de ECB, vaak vanuit Duitsland, wordt steevast afgedaan als een aanval op haar sacrosancte onafhankelijkheid.

Transmissieband

Dat alles is niet onbelangrijk voor de relatie tussen de federale regering en de Nationale Bank. De jongste weken was er weer wat te doen over het verlengen van een aantal directeursmandaten en een eventuele inkrimping van het directiecomité van de Nationale Bank van België. Dat gebeurde wel vaker in een verder verleden. Destijds al ontstond zowel binnen als buiten de Bank oproer toen Fons Verplaetse na zijn kabinetsperiode bij premier Wilfried Martens tot lid van het directiecomité werd benoemd. Verplaetse zou naderhand de laatste echt onafhankelijke gouverneur worden en vanuit zijn gouverneurskantoor het herstelplan van Jean-Luc Dehaene aansturen.

Waar het in die mandatendiscussies nooit over gaat, is over de vraag of het in stand houden van zo’n Nationale Bank nog zin heeft. Het imposante gebouw langs de Brusselse Berlaimontlaan is sinds de invoering van de euro niet meer dan een groot uitgevallen loket van de ECB. Zelfs het toezicht op de systemische banken gebeurt vanuit Frankfurt. Huidig gouverneur Jan Smets verneemt de beslissingen van ECB-voorzitter Draghi zoals elke andere burger, alleen een dag of wat eerder.

Wat is de rol nog van de Nationale Bank, en wie mandateert de beursgenoteerde instelling, waarvan de staat en een aantal grootbanken de meerderheid van de aandelen controleren? Het is een vraag die af en toe wordt gesteld en onlangs in Le Soir werd herhaald door Benoît Tonglet, econoom en gewezen vakbondsafgevaardigde van de socialistische Bond van Bedienden, Technici en Kaderleden (BBTK).

Tonglet ergert zich aan de manier waarop in het jongste jaarverslag van de Nationale Bank de aanpak van de federale regering in goedkeurende termen werd becommentarieerd, vooral de banengroei. Hij merkt op dat de opstellers van het jaarverslag geen rekening houden met de veelal lage verloning die met die nieuwe jobs gepaard gaan. Terwijl de regering zelf verantwoordelijk is voor de gestegen inflatie door een aantal verhoogde taksen, en een gat slaat in de sociale zekerheid door de verlaagde werkgeversbijdragen. Tonglet merkt ook op dat ze bij de NBB kennelijk blind blijven voor de vaststelling dat - ondanks de Panama Papers en de LuxLeaks - de aanpak van de fiscale fraude onbestaand is.

Tonglets opmerkingen zijn gerechtvaardigd. Los van de vaststelling dat de inleidende teksten bij het NBB-jaarverslag inderdaad voorzichtiger zijn geformuleerd dan de deskundige uiteenzettingen verderop en de soms pijnlijke tabellen achteraan over de schuld die weer is gestegen en het verschil tussen de werkloosheid in Wallonië, Brussel en Vlaanderen. Overigens zijn de rapporten van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) over België soms scherper gesteld dan die van de Nationale Bank. Tonglet zegt ook terecht dat de muntpolitiek niet het exclusieve werkterrein is van de haute finance, maar een zaak van algemeen belang.

Vandaag is de Nationale Bank, die de jongste jaren belangrijk onderzoek en studiewerk verricht in opdracht van de overheid, de transmissieband voor de ECB-richtlijnen. Richtlijnen die in toenemende mate politiek zijn en die worden uitgevaardigd door economen en financiers die door niemand werden verkozen. Door mensen die bovendien weinig lessen hebben getrokken uit de grote bankenkrach van 2008, en met hun kwantitatieve versoepeling nieuwe bubbels blazen en de rekeningen laten doorschuiven naar de werknemers en de kleine spaarders.

Is het niet gevaarlijk het beleid in handen te laten van mensen die nooit de gevolgen van hun verkeerde beslissingen dragen?

Is het niet gevaarlijk, zoals de econoom Thomas Sowell zich al afvroeg, om het beleid in handen te laten van mensen die nooit de gevolgen van hun verkeerde beslissingen dragen? Een grondige discussie daarover lijkt veel zinniger dan getwist over de verdeling van mandaten in het directiecomité van de Nationale Bank.

Lees verder

Tijd Connect