De toekomst van thuiswerk

Professor management aan de University of New South Wales in Sydney

Stilaan dringt het besef door dat het kantoor zoals we het kenden zijn beste tijd heeft gehad. Thuiswerk is een blijver. Maar hoe moet dat thuiswerk eruitzien?

Ja, ik wil nog een tijdje doorbomen over werken postcorona. Waarom? Pandemieën hebben doorheen de geschiedenis de maatschappij fundamenteel veranderd. Dat zal deze keer niet anders zijn. Maar het is zoals de ‘fog of war’ - op het slagveld is het moeilijk de grote omwentelingen te zien. Je hoopt vooral te overleven. Maar als de rook om je hoofd is verdwenen, merk je dat de oorlog is gestreden en het pact al bezegeld.

Ik wil vermijden dat die nieuwe toekomst van werk ons gewoon overkomt. Dit is een unieke tijd, een korte opening in de geschiedenis, waarbij een resetknop ingeduwd werd die nieuwe manieren van denken en doen mogelijk maakt. We kunnen schoon schip maken. Even hebben we de kans nieuwe keuzes te maken die onze gezondheid, productiviteit en innovatie in de komende jaren bepalen.

Hoeveel dagen werken mensen ideaal van thuis uit? Dat is de verkeerde vraag.

Hoeveel dagen werken mensen ideaal van thuis uit? Dat is de verkeerde vraag. Adviseurs zeggen maximaal twee dagen per week, maar hun adviezen zijn gebaseerd op oud, grootste-gemene-deleronderzoek. Het advies doet geen recht aan de oneindige variatie aan jobs, organisaties en individuele behoeften. Ook als je de vraag omdraait - hoeveel tijd werkt iemand het best op kantoor? - komen we nergens. Ze gaat uit van een bestaande duale situatie, waarbij zoiets bestaat als een werk- en een thuiskantoor.

Kenniswerk

Laten we van een blanco blad vertrekken en nadenken over hoe een bedrijf kenniswerk het best organiseert. Ik zie drie grote uitdagingen.

Een. Individueel, gefocust werk kan een kenniswerker makkelijk thuis uitvoeren, als hij een goed, ergonomisch en digitaal ingericht thuiskantoor heeft. Maar de taken moeten nog altijd worden gecoördineerd. Leidinggevenden moeten leren op eindresultaten te sturen en mensen te verbinden.

We zien al een wildgroei aan ‘surveillance software’. Mensen moeten ’s morgens online inchecken, hun status op Teams wordt in het oog gehouden. Dinosaurusbedrijven zijn op zoek naar software om het aantal actieve werkuren van thuiswerkers te monitoren. Het is terug naar af: een prikklok op virtuele wijze. Niet doen. Resultaten, niet tijd, zijn wat telt.

We zien al een wildgroei aan ‘surveillance software’. Dinosaurusbedrijven zijn op zoek naar software om het aantal actieve werkuren van thuiswerkers te monitoren. Het is terug naar af.

Twee. Hoe organiseer je digitale samenwerking, vergaderingen en informatie-uitwisseling? Virtuele kantoren en online ontmoetingsruimtes komen een eind tegemoet aan onze werknoden. Onderzoek toont aan dat synchroon ‘in sprintjes’ werken ook online vrij productief is. Ik verwacht ook veel van virtual reality om samenwerking te bevorderen. De investeringsbank UBS experimenteert met de Hololens om zijn traders samen te brengen op de virtuele beursvloer, al zit elke beurshandelaar in realiteit gewoon thuis.

Ik weet het, het klinkt utopisch, maar enkele jaren geleden was wat we nu elke dag doen ook utopisch. Walmart trainde al meer dan 1 miljoen werknemers in virtual reality. De toekomst is al hier.

Community hubs

Maar menselijke ontmoetingen en connectie blijven onvervangbaar. Dat is de derde uitdaging voor bedrijven. Werk heeft een sociale functie en geeft betekenis en identiteit in relatie tot anderen. We moeten echter af van het idee dat er één hoofdkantoor is waar alle mensen naartoe moeten. Bedrijven kunnen ook georganiseerd worden als een netwerk van kleinere communityhubs, werkplaatsen waar collega’s elkaar ontmoeten.

Werk heeft een sociale functie en geeft betekenis en identiteit in relatie tot anderen. We moeten echter af van het idee dat er daarom één hoofdkantoor is waar alle mensen naartoe moeten.

Hoe werkplaatsen in ons leven geïntegreerd worden, kan volstrekt herdacht worden. Het is het ideaal van de 15 minutenstad waar Parijs en Sydney volop op inzetten. In ‘la ville du quart d’heure’ kan je dagelijkse leven zich binnen een cirkel van een kwartier wandelen of fietsen afspelen, met winkels, kantoren, scholen, gezondheidszorg, sport, cultuur en ontspanning. In een smart city wordt het werk organisch ingebed in de onmiddellijke leefomgeving.

Elk van de drie uitdagingen biedt opwindende mogelijkheden als we bereid zijn even rondom ons te kijken, naar plaatsen waar ze al met die nieuwe oplossingen experimenteren. Nu snel terugschakelen naar een oude routine is aanlokkelijk, maar dan missen we een uniek moment om te herdenken hoe we in de toekomst willen werken en leven.

Frederik Anseel

Professor management aan de University of New South Wales in Sydney.

Lees verder

Gesponsorde inhoud