De militante democratie

De gebeurtenissen van dit jaar dwingen tot nadenken over de grenzen van de democratische tolerantie. Dinsdag verdedigde de Nederlandse rechtsfilosoof Bastiaan Rijpkema aan de Universiteit Leiden zijn proefschrift over de weerbaarheid en de tolerantie die de democratie aan de dag moet leggen.

©Saskia Vanderstichele

‘Altijd al streven mensen naar vrijheid en telkens zijn ze opgelucht als ze die weer kwijt zijn. Beter nog: ze hebben er alles aan gedaan, zich ingespannen om ze kwijt te spelen. Hoe valt anders de bezetenheid te verklaren waarmee ze de liberale regimes hebben geliquideerd en hun enthousiasme voor de dictatuur?’ Met die vaststelling opent de Roemeens-Franse schrijver Emil Cioran een van zijn minder stichtende vooroorlogse essays.

Cioran maakte in Berlijn mee hoe Adolf Hitler na zijn democratische staatsgreep de nazidictatuur installeerde. Hoe het kon dat de Duitsers enthousiast hun democratisch vrijheid inleverden en de dictatuur omarmden, was een vraag die tijdgenoten van Cioran bezighield. Een van hen was de Duitser Karl Loewenstein, de bedenker van ‘de militante democratie’. Hij betoogde dat de democratie zich moet verdedigen tegen partijen, groepen die haar belagen, zelfs als die daarvoor, zoals de nazipartij, de democratische weg volgen. Loewenstein stond lijnrecht tegenover zijn Oostenrijkse collega Hans Kelsen en diens stelling dat een democratie zich niet tegen de wil van de meerderheid mag handhaven, ‘want dan houdt ze op een democratie te zijn’. Nadat hij de nazi’s ontvluchtte en zich in de Verenigde Staten vestigde, zou Kelsen die stelling nuanceren.

Rond die tijd ook, in 1936, hield de Nederlandse jurist en socialistische politicus George van den Bergh aan de Universiteit van Amsterdam zijn hier te weinig bekende oratie, ‘De democratische staat en de niet-democratische partijen’. De tekst van die uiteenzetting werd vorig jaar heruitgegeven door het blad Elsevier met een inleiding van de jonge politicoloog en publicist Bastiaan Rijpkema. Geïnspireerd door Van den Bergh verdedigde Rijpkema afgelopen dinsdag aan de Universiteit Leiden zijn proefschrift over de ‘Weerbare democratie’, waarin hij de grenzen van de democratische tolerantie aftast. Het intussen uitgegeven proefschrift komt op zijn tijd. Want als de jongste terreuraanslagen en de verkiezingsuitslagen in enkele Europese lidstaten al dwingen over iets na te denken, dan wel over de grenzen van een weerbare democratie.

Niet iedereen is verguld met die strijdbare democratie. Jan Wouters, hoogleraar Internationaal Recht aan de KU Leuven, waarschuwde onlangs in De Tijd dat antiterrorisme niet onevenredig ten koste van de mensenrechten mag gaan. Hij had er moeite mee dat Frankrijk de noodtoestand uitriep en meteen de Raad van Europa informeerde dat het van bepaalde artikelen van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) zou afwijken.

Zijn Nederlandse collega Tom Zwart van de Universiteit Utrecht noemde de zware veroordeling in eigen land van negen verdachten voor het oproepen tot en het faciliteren van deelname aan de gewapende jihad in Syrië, een paardenmiddel. ‘Liever geen strijdbare democratie’, luidde de titel boven zijn commentaarstuk in de Nederlandse krant NRC. Ook Zwart greep naar het EVRM om zijn standpunt te stutten. Volgens hem kon van veroordeling geen sprake zijn omdat de verdachten worden beschermd door de vrijheid van meningsuiting en omdat het conflict in Syrië een internationaal karakter heeft. Om zich te kunnen verdedigen moet de democratie allereerst haar waarden verduidelijken, schreef Zwart.

En die duidelijkheid is niet terug te vinden in de rechtspraak binnen de EU. Eind november werd de Franse stand-upcomedian Dieudonné M’bala M’bala door een Luikse rechtbank veroordeeld tot twee jaar cel en 9.000 euro boete wegens antisemitische uitlatingen tijdens een optreden in Herstal. Dieudonné, de bedenker van de ‘omgekeerde Hitlergroet’, de zogenaamde quenelle, werd eerder al schuldig geacht aan ‘het verspreiden van haat’ door het Europees Hof voor de Mensenrechten.

De Nederlandse rapper Ismo, populair bij allochtone jongeren, werd in Breda voor de rechtbank gedaagd vanwege zijn racistische teksten over ‘flikkers’, die hij geen hand geeft, en over ‘de fucking Joden’, die hij nog meer haat dan de nazi’s. Hier volgde de rechter Ismo’s bewering dat dit nu eenmaal het straattaaltje is waarvan rappers als hij zich bedienen, en sprak hem vrij.

Democratische kosten

Bastiaan is een verdediger van de mili-tante democratie. De antidemocratische propaganda van haatpredikers en hun organisaties die oproepen tot geweld of geweld plegen, vormt een ernstige bedreiging voor de democratische rechtsorde. Dat probleem moet op de eerste plaats door de veiligheidsdiensten en met de inzet van het strafrecht worden aangepakt, stelt hij.

‘De weerbare democratie komt in beweging als antidemocraten zich organiseren en zich op het terrein van de verenigingsvrijheid begeven’, zegt Rijpkema. Hij verkiest de actieve verdediging boven de passieve verdediging middels onwijzigbare grondwetclausules, zoals de ‘Ewigkeitsgarantie’ in artikel 79 van de Duitse grondwet. Die eeuwigheidsclausule voorziet erin dat bepaalde grondwetsartikelen ten eeuwigen dage ongewijzigd blijven.

Duitsland heeft, gelet op zijn verleden, na de Tweede Wereldoorlog zowel extreemrechts als extreemlinks uit het partijlandschap gebannen. De neonazistische Socialistische Rijkspartij (SRP) en de Kommunistische Partij van Duitsland (KPD) werden verboden. In het geval van de KPD zelfs met de steun van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Dat zag in de ambitie van de KPD om ‘een dictatuur van het proletariaat’ te vestigen een voldoende bedreiging voor de Duitse democratische orde.

Of het Hof die uitspraak ook voor een ander land dan Duitsland zou hebben gedaan, is niet zeker. Duitsland ondervond ook weinig hinder bij de potige aanpak van de terreurorganisatie Rote Armee Fraktion en haar linkse sympathisanten.

Antidemocratische partijen moeten zo lang mogelijk met het democratische debat worden bestreden.

Maar zelfs in de actieve bestrijding van antidemocratische partijen zal Rijpkema niet meteen naar de botte bijl grijpen. Het partijverbod kan alleen in het uiterste geval. Antidemocratische partijen moeten zo lang mogelijk met het democratische debat worden bestreden. Want de democratische kosten van een partijverbod kunnen hoger oplopen dan die van het laten voortbestaan van een partij, oordeelt Rijpkema. Bovendien staat vaak, zoals in het geval van het Vlaams Blok, al een vervanger klaar nog voor de veroordeling wordt uitgesproken. Volgens de politicoloog mag in geen geval het stigma zich uitstrekken tot de politieke thema’s waarmee de verboden partij zich bezighield. Wat in België al te lang gebeurde met de maatschappelijke kwesties aangekaart door het Vlaams Blok/Vlaams Belang.

Maar de weerbare democratie vraagt ook iets van de mensen die haar instituties bevolken, zij die daadwerkelijk aan de knoppen draaien. Want die instellingen zijn de sterkhouders van de democratie. Rijpkema roept er de wetenschapsfilosoof Karl Popper bij, die in ‘De open samenleving’ schreef dat zelfs de best uitgedachte instellingen afhankelijk zijn van de personen die ze besturen en die hun regels moeten toepassen. ‘Instituties zijn als forten: ze moeten goed ontworpen én bemand worden. Anders gezegd: een democratie moet ook een wil tot behoud van haar instellingen laten zien.’ Daarom, besluit Rijpkema, vraagt een weerbare democratie ook om weerbare democraten. Daar wil het in Europa al eens aan ontbreken.

Bastiaan Rijpkema - Weerbare democratie. De grenzen van democratische tolerantie - Amsterdam, Nieuw Amsterdam, 24,99 euro.

Lees verder

Gesponsorde inhoud