Een taxshift kan ook binnen de inkomensbelasting

©Emy Elleboog

Het debat over de taxshift richt zich op een verschuiving weg van lasten op arbeid naar meer lasten op consumptie, milieu en/of vermogen. Er is echter een vierde mogelijkheid. Een shift binnen de inkomensbelasting kan zonder opzichtige veranderingen bijna een miljard opleveren.

Door Andreas Tirez, kernlid van de liberale denktank Liberales. Blogt op Economieblog.be

Die shift zou moeten gaan van laag en midden naar hoog, waarbij de lasten op de lagere en middeninkomens dalen, terwijl die op de hogere inkomens stijgen. Dat is ook het advies van Anthony Atkinson, de bekende Britse econoom die net een boek over ongelijkheid uit heeft. Daarin ook een aantal maatregelen, zoals het verder laten doorstijgen van de progressiviteit van inkomensbelastingen. Concreet stelt hij een inkomensbelasting van 55 procent voor vanaf 100.000 pond (138.000 euro) en 65 procent vanaf 200.000 pond (278.000 euro).

©Twitter

Deze marginale belastingvoeten zijn vrij spectaculair en het lijkt me onwaarschijnlijk dat ze in de huidige politieke context haalbaar zijn. Het zou ook niet meer dan een symbolische taxshift zijn, omdat de opbrengst, gesimuleerd met de Flemosi-tool van de KULeuven, niet hoger zou liggen dan 83 miljoen euro. Dit lage cijfer moet waarschijnlijk wel genuanceerd worden omdat de tool werkt op basis van inkomensenquêtes, waardoor topinkomens ondervertegenwoordigd en ondergerapporteerd zijn.

Toch is de discussie over een taxshift naar hoge inkomens daarmee niet noodzakelijk van de baan. Laten we eens de effectieve inkomensbelasting nemen voor de top 10 procent in België voor 2005 en 2012. Opgedeeld in tien percentielen (de 10 hoogste inkomensklassen op een totaal van 100), start het 91ste percentiel in 2012 vanaf een jaarlijks netto belastbaar inkomen van 60.000 euro. De laag daarboven, het 100ste percentiel of de top 1 procent inkomens, start vanaf 133.500 euro.

Als de effectieve belastingvoet in 2012 hetzelfde was gebleven als in 2005, zou de top 10 procent inkomens 472 miljoen euro extra belastingen betaald hebben, waarvan 209 miljoen door de top 1 procent.

Uit de cijfers blijkt dat de effectieve belastingvoet voor de top 10 procent licht gedaald is, van gemiddeld 34,6 procent in 2005 naar 33,8 procent in 2012, een daling met 0,8 procentpunt. De daling is het grootste voor de hoogste inkomensklasse, (1,5 procentpunten). Hieruit kan afgeleid worden dat mocht de effectieve belastingvoet in 2012 hetzelfde gebleven zijn als in 2005, de top 10 procent inkomens 472 miljoen euro extra belastingen zouden betaald hebben, waarvan 209 miljoen door de top 1 procent (zonder rekening te houden met gedragsveranderingen).

Een ander opvallend punt is dat de progressiviteit van belastingen ook voor bijna de hele top 10 procent blijft toenemen: hogere inkomens betalen relatief meer belastingen. Enkel voor de top 1 procent is dat niet zo: hier daalt de effectieve belastingvoet. Die daling was nog prominenter in 2012, toen de topklasse 2,3 procentpunten minder belastingen betaalde dan de inkomensklasse er net onder. Als de progressiviteit ook voor de top 1 procent blijft stijgen, kan dit een meerinkomst opleveren van 488 miljoen euro (weerom zonder rekening te houden met gedragsveranderingen).

Je kan de twee effecten niet zomaar optellen, maar ze zouden gecombineerd 890 miljoen euro opleveren, waarvan de top 1 procent inkomens 627 miljoen euro of 70 procent voor zijn rekening neemt. Dat komt overeen met een stijging van de effectieve belastingvoet voor de hele top 10 procent met 1,5 procentpunten. Niet verwaarloosbaar, maar ook niet spectaculair. Voor de top 1 procent zou de effectieve belastingvoet met 4,5 procentpunten stijgen van 34,6 procent naar 39,1 procent. Dat is nog steeds ver af van confiscatiebelastingen.

Ik heb niet onmiddellijk een verklaring voor de daling van de gemiddelde effectieve belastingvoet van de top 10 procent inkomens tussen 2005 en 2012, noch voor de daling van de effectieve belastingvoet voor de top 1 procent. Wellicht ligt de verklaring in het aftrekken van kosten en andere fiscale maatregelen.

In ieder geval gebeurt een taxshift binnen de inkomensbelasting beter door te sleutelen aan aftrekposten en dergelijke dan door het verhogen van de marginale belastingvoeten voor de topinkomens. Dat is politiek makkelijker verteerbaar en het heeft een veel grotere impact.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content