Een vervelende buur

Voor de linkse oppositie in het parlement - sp.a, PS, Ecolo en Groen - is de PVDA/PTB stilaan een vervelende buur, die zonder schroom het sociale discours kaapt.

©© Bart Leye

Zou het kunnen dat de heisa over de geldbergen van de intercommunales en over sommige politici die daar maar al te graag langs de kassa passeren een promotiestunt was voor ‘Graailand’, het recente boek van PVDA-voorzitter Peter Mertens? Als we Karel De Gucht mogen geloven, komt het daarop neer. In zijn altijd puntige zaterdagcolumn in Het Laatste Nieuws bestempelde de gewezen Open VLD-voorzitter en voormalig Europees Commissaris Mertens als ‘de gangmaker van dienst’.

Tot groot ongenoegen van De Gucht wordt die Mertens door enkele ‘gewillige journalisten’ opgevoerd als ‘de maatstaf voor ons handelen en in het bijzonder voor het definitieve oordeel over de politiek’. Daarom waarschuwt hij de nietsvermoedende krantenlezer voor de voorzitter van de ultralinkse PVDA. Die heeft goede contacten met de Grote Leider van Noord-Korea Kim Jong-un, die onlangs zijn halfbroer Kim Jong-nam uit de weg liet ruimen. Als het Van De Gucht afhangt, mag Mertens - die volgens hem de communistische welvaartsstaat bepleit waar iedereen hetzelfde verdient - alvast vertrekken naar het Noord-Koreaanse walhalla van Kim Jong-un.

De Gucht heeft intussen zijn eigen columns samengebracht in een bundel. De titel ‘Ketterijen’ slaat vooral op wat zijn tegenstanders denken. Wellicht is dat een van de redenen waarom hij het boek van Mertens niet of nauwelijks heeft gelezen. Want wie hoopt dat diens ‘Graailand’ bol staat van enthousiaste verwijzingen naar communistische heilstaten als Cuba, Noord-Korea of de Volksrepubliek China - die in een ver verleden de PVDA en haar voorloper Amada al eens financiële middelen toestopte - blijft op zijn honger. In Mertens’ boek, intussen al aan de derde druk toe, is geen sprake van fabrieksraden, vijfjarenplannen, verwensingen aan het adres van renegaten die kwaad spreken van Jozef Stalin, noch van metaaloventjes waarin de gehoorzame burger zijn bezittingen smelt om de staat van grondstoffen te voorzien. Bij de ooit maoïstische PVDA komt de macht niet langer uit de loop van een geweer. De partij heeft ervoor gekozen zich voorbeeldig in te passen in de parlementaire democratie. In Franstalig België - waar de partij als Parti du Travail de Belgique (PTB) bekendstaat - met gevoelig meer succes dan in Vlaanderen. En voor parlementair links - sp.a, PS, Groen en Ecolo - is de PVDA/PTB stilaan een vervelende buur die het sociaal discours kaapt.

Zoals uit ‘Graailand’ blijkt, beschikt de partij daarvoor over een vlijtige studiedienst, die intussen een complete fondslijst bij de bevriende uitgeverij EPO vult. De PVDA toonde als eerste aan dat de notionele intrestaftrek neerkomt op een miljardenhold-up die nauwelijks banen oplevert. Bijzonder gênant waren de lijsten die de partij publiceerde met topbedrijven die in deze tijden van inleveringen geen of nauwelijks belastingen betalen. Ronduit verwoestend was ‘Opgelicht’, het boek waarin een andere PVDA-auteur Tom De Meester de liberalisering van de energiesector die onder paars-groen was ingezet, de groenestroomcertificaten en de manier waarop de elektriciteitsprijzen hoog worden gehouden onder de lamp legde.

De toenemende ongelijkheid is het centrale thema van ‘Graailand’. Op wat Thomas Piketty al in ‘Kapitaal in de 21ste eeuw’ aanreikte, borduurt Mertens voort aan de hand van feiten en cijfers, en vooral van studies, die door de media veronachtzaamd werden. Samengevat komt Mertens’ boek neer op de simpele boodschap die de Amerikaanse opperrechter Louis Brandeis ooit verwoordde: ‘We kunnen in dit land democratie hebben, of we kunnen de concentratie van de rijkdom in de handen van enkelen laten, maar we kunnen onmogelijk beide hebben.’

Electorale bijbedoelingen

Mertens is niet bang van wat angstaanjagerij, bijvoorbeeld over de robotisering die de tewerkstelling bedreigt. De overheid, zowel de Europese, de federale als de regionale, telkens gecontroleerd door de machtspartijen, ziet hij als een nurkse suppoost voor wie de gewone man altijd de risicodrager van de laatste toevlucht is.

Aan de hand van verhalen schetst Mertens de lamentabele toestand in sommige rusthuizen, de totstandkoming van de Turteltaks of de Freyafactuur, de verwevenheid van partijen met Optima Bank en vastgoedmogols en de fiscale fraude op Panamaschaal. Hij heeft het ook over het gekonkel tussen de grote fracties in het Europees Parlement om een onderzoek naar fraude van het Spaanse waterbedrijf Acuamed met de hulp van de Spaanse commissaris Miguel Cañete af te blokken, en groot graaiende gewezen Europese commissarissen als Karel De Gucht en José Manuel Barroso. Terloops wordt nog eens herinnerd aan de rol van voormalig Antwerps burgmeester Patrick Janssens in het casinokapitalisme van Dexia en de Gemeentelijke Holding, waarvoor het stadspersoneel naderhand de rekening gepresenteerd kreeg.

Dat laatste is geen toeval. ‘Graailand’ is een politiek boek met electorale bijbedoelingen. In elk hoofdstuk worden op een slimme manier de regeringspartijen, de rechtse N-VA voorop, maar vooral de politieke concurrentie voor paal gezet, zowel de socialisten, die verdoolden op de Derde Weg, als de groene partijen, die dorsten naar macht. Met kennelijk plezier herinnert Mertens eraan hoe de groene spring-in-’t-veld Kristof Calvo in het televisieprogramma ‘Van Gils & gasten’ haast in adoratie zwijmelde voor de ondernemer Marc Coucke, die net tot de lijst van miljardairs was toegetreden. Volgens Mertens is paus Franciscus radicaler dan tien Calvo’s samen.

Opmerkelijk: in ‘Graailand’ houdt Mertens zich ver van communautaire geschillen en van de asiel- en vluchtelingenproblemen. Dat laatste valt ook op in het parlementaire optreden van de PVDA/PTB. Al zijn hun militanten discreet in de weer met het bijstaan van asielzoekers en hun verzet tegen mogelijke uitwijzing. Maar het is wel duidelijk dat de partij de achterban niet voor het hoofd wil stoten.

Toch had ‘Graailand’ geschreven kunnen worden door de voorzitter van de sp.a of de PS. Paul Magnette, de echte PS-leider, probeerde met ‘Onsterfelijk links’ het socialisme nieuw leven in te blazen. Met zijn brochures ‘Ctrl+Alt+Del’ resette sp.a-voorzitter John Crombez de economische en sociale boodschap van zijn partij. Maar Magnette en Crombez werden plots bijgebeend door de rauwe politieke werkelijkheid, door hun beleidsverleden en door de machtsarrogantie van sommige mandatarissen.

Crombez heeft nu de handen vol met de opmaak van het schadebestek na de recente onthullingen over de bijverdiensten van enkele prominente partijgenoten, en met het uitwerken van maatregelen om zulke excessen te voorkomen. Dat de sp.a in Antwerpen, ooit een socialistische bolwerk, zou inzetten op kartelplannen met Groen, dat in de peilingen op en neer jojoot, illustreert het wankele zelfvertrouwen van de partij.

De socialisten, zelfs de ooit almachtige PS die nu door het stof moet als gevolg van de Publifin-onthullingen, hebben hun toekomst niet meer in handen.

In Wallonië en Brussel zit de PS vastgeklonken aan de macht. Ze moet daar de saneringen doorvoeren die Europa oplegt, maar die ook een gevolg zijn van de zesde staatshervorming die de partij zelf met de regering van Elio Di Rupo uitwerkte. De socialisten, zelfs de ooit almachtige PS die nu door het stof moet als gevolg van de Publifin-onthullingen, hebben hun toekomst niet meer in handen. Die wordt straks bepaald door een eventuele electorale doorstoot van de PVDA en de PTB. Dat die daarbij in toenemende mate worden gesteund vanuit de socialistische en de christelijke vakbonden maakt het allemaal nog wat pijnlijker.

Peter Mertens - Graailand. Het leven boven onze stand - Epo, 20 euro

Lees verder

Tijd Connect