Empathie heeft een gezicht nodig

Caroline Pauwels

Andermans leed wordt pas echt als het een gezicht krijgt. De Sovjetdictator Jozef Stalin wordt de uitspraak toegeschreven: ‘De dood van één mens is een tragedie, de dood van miljoenen slechts een statistiek.’ Hoe cynisch dat ook mag klinken, het is wellicht niet anders.

Goed voelen we ons daar niet bij, merk je telkens als een golf van solidariteit op gang komt. Als we meeleven met Thaise voetballertjes die vastzitten in een grot en treuren over het lot van het verdronken vluchtelingenjongetje Aylan, is er altijd wel iemand die opmerkt: ‘Waarom leven we mee met deze slachtoffers en niet met die talloze andere?’

Van anoniem leed nemen we hoofdschuddend akte om vervolgens over te gaan tot de orde van de dag.

Omdat medeleven zo werkt, aldus biologen. ‘Empathie heeft een gezicht nodig’, schreef de Amerikaans-Nederlandse bioloog Frans de Waal. ‘Identificatie met anderen opent de deur naar empathie, de afwezigheid van identificatie gooit die deur dicht.’ Van anoniem leed nemen we hoofdschuddend akte om vervolgens over te gaan tot de orde van de dag. Als leed een gezicht krijgt, herkennen we ons erin: dat had ook mij of mijn geliefden kunnen overkomen. Dan ontstaat betrokkenheid.

Uiteraard moeten we onze soort niet mooier maken dan ze is. We zijn ook heel goed in staat dat identificatiemechanisme uit te schakelen. En dat gebeurt ook, bijvoorbeeld als conflicten escaleren. Dan is die ander al snel geen gezicht meer, maar een lid van een anonieme groep anderen. Soms ontmenselijken we die anderen helemaal, tot ‘ongedierte’ of ‘ondermensen’. Dan verdwijnt elk medeleven en zijn we tot het ergste in staat.

Biologen weten overigens ook waar de kritische stem vandaan komt die de vraag stelt waarom we met sommige slachtoffers meeleven en niet met die talloze andere. Mensen leefden het grootste deel van hun geschiedenis in kleine groepjes, die maar konden overleven als er werd samengewerkt. Daarom zijn we bijzonder goed in het ontmaskeren van zwartrijders en hypocrieten. Wie moraliseert, meten we aan hogere normen. Wie op de sociale media laat weten andermans leed heel erg te vinden, krijgt de bal teruggekaatst: ‘En wat doe jij om het te verhelpen?’

Ook daarom krijgt wie morele argumenten introduceert in de politiek, vroeg of laat de rekening gepresenteerd. Wie links is, houdt er best geen dure auto op na. Wie groen is, let op zijn ecologische voetafdruk.

Los van dat alles blijft de tegenwerping knagen: waarom meeleven met sommige slachtoffers en niet met die talloze andere? Empathie is noodzakelijk als je solidariteit op gang wil brengen, maar het volstaat niet. We maken de wereld niet tot een betere plek als we ons alleen door empathie laten leiden. Meer zelfs: soms maken we daardoor de ellende zelfs groter.

We maken de wereld niet tot een betere plek als we ons alleen door empathie laten leiden. Meer zelfs: soms maken we daardoor de ellende zelfs groter.

In 2004 maakte een verwoestende tsunami duizenden slachtoffers in Zuidoost-Azië. Over de hele wereld kwam een ongeziene golf van solidariteit op gang. In België werd 48 miljoen euro hulpgeld verzameld, wereldwijd zo’n 11,5 miljard. Alle hulporganisaties voelden zich aangesproken en haastten zich naar het getroffen gebied. Er kwamen er nogal wat onvoorbereid toe, ze liepen elkaar voor de voeten of ze deden dingen waarmee ze geen ervaring hadden. De druk van de media, het beschikbare geld en de noodzaak om iets te doen, waren groot. Maar heeft die dadendrang de bevolking ook altijd echt geholpen?

De Australische filosoof Peter Singer pleit daarom voor ‘effectief altruïsme’: volg niet je gevoel, maar je verstand. Als je zoals Bill Gates en Warren Buffett aan goede doelen doneert, vraag je dan af: ‘Zal mijn bijdrage tot drastische verbeteringen in een groot aantal levens leiden?’ Geef aan goede doelen die worden verwaarloosd, omdat ze weinig tot de verbeelding spreken. Laat je leiden door organisaties die uitzoeken hoe effectief charitatieve instellingen zijn. En vooral: geef genoeg. Singer besteedt een derde van zijn inkomen aan liefdadigheid.

Hoe hoog we onze morele lat leggen, is onze eigen keuze en verantwoordelijkheid. Laten we elkaars keuze ook respecteren. Wie zijn hart wil volgen, moet dat vooral doen. Wie voor het hoofd kiest ook. Het allerbelangrijkste is dat we minstens proberen zo min mogelijk leed te berokkenen. Dat is vaak al een hele opgave.

Lees verder

Tijd Connect