Fut mag niet uit financiële hervormingen

Net na het instorten van Lehman Brothers twee jaar geleden stond de hervorming van de financiële regelgeving bovenaan op de agenda. Op de laatste G20-top vorige maand was dat thema nog slechts een aandenken.

Door Nicolas Véron, senior fellow bij de Brusselse denktank Bruegel en visiting fellow aan het Peterson Institute for International Economics in Washington.

Let wel, de voorbije twee jaar hebben aanzienlijke verwezenlijkingen gebracht. In de VS introduceerde de Dodd-Frank Act talloze veranderingen die verre van marginaal zijn. En in de EU is de oprichting van de drie European Supervisory Authorities een belangrijke doorbraak. De kapitaalvereisten voor banken worden substantieel opgetrokken.

Maar deze maatregelen blijven onvoldoende, gezien de omvang van de crisis en de kettingreactie die ze op gang bracht. Drie immense uitdagingen vragen om volgehouden en gezamenlijke actie.

De eerste uitdaging kunnen we omschrijven als ‘slechte grote banken’, waarvan het bankroet zo ontwrichtend zou zijn dat overheden verkiezen om ze te redden. Over dit probleem wordt actief gediscussieerd in de VS, terwijl het nochtans acuter is in Europa. Daar zijn de bankstelsels van landen veel meer geconcentreerd en ontbreekt op Europees niveau een consistent kader om bankproblemen op te lossen.

De tweede uitdaging is ongewenste gevolgen van de hervormingen te vermijden, zoals financiële fragmentatie. Een omkering van het momentum van voor de crisis naar meer financiële integratie zou wellicht de globale groeivooruitzichten schaden, en moet dus worden vermeden. Maar daarvoor is wel meer samenhang nodig in het reguleren van sleutelinfrastructuur van de kapitaalmarkten. De nog steeds aan de gang zijnde saga van de harmonisering van de internationale boekhoudkundige regels illustreert hoe moeilijk zo’n inspanning kan zijn.

De derde uitdaging is dat de herregulering van financiële systemen hun capaciteit om de economische groei te bevorderen niet mag lamleggen. In de opkomende markten is de kredietverschaffing onvoldoende, en in de ontwikkelde economieën wordt het krediet niet gericht op de ontleners die er het beste gebruik van zouden kunnen maken, en dan vooral de snelgroeiende bedrijven. Bezorgdheid over stabiliteit mag nuttige financiële ontwikkelingen niet afremmen.

Op elk van deze drie vlakken wordt de beleidsvoering geplaagd door grote analytische onzekerheden, en nog verergerd door een verrassende schaarste aan relevante gegevens en academisch onderzoek. We moeten niet verwachten dat deze snel zullen kunnen worden aangepakt.

Bovendien zal de financiële hervorming bepaald worden door een steeds onvoorspelbaarder wordende interactie met de nationale politiek, aangezien zowel de publieke opinie als de politici wil dat de financiële sector een prijs betaalt voor de crisis. Een bijkomende moeilijkheid is de wisselwerking tussen verschillende geografische niveaus van hervorming. Van de drie uitdagingen impliceert de eerste een mix van lokale en globale initiatieven. De tweede is vooral globaal, en de derde vooral lokaal. En dat maakt vooruitgang boeken voor het geheel moeilijker.

Financiële hervorming is een nooit eindigende inspanning, en de cyclus die startte met de crisis is verre van af. Om de kansen te maximaliseren op een financieel systeem dat de gewenste eigenschappen van stabiliteit, openheid, efficiëntie en rechtvaardigheid combineert, zullen de beleidsmakers nog meer visie en creativiteit aan de dag moeten leggen dan tot dusver het geval is.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content