Goed in gelijkheid, niet in ondernemerschap

In tegenstelling tot wat vaak wordt beweerd, is België een van de gelijkste landen ter wereld. Toch gaat er geen dag voorbij of we worden om de oren geslagen met de stelling dat de gelijkheid hier helemaal scheef zit.

Door Peter De Keyzer, hoofdeconoom BNP Paribas Fortis

Vaak gaat het om succesvolle ondernemers die worden geplaatst tegenover individuele kansarmoede. Om dan vervolgens te ‘bewijzen’ dat de ongelijkheid in België de spuigaten uit loopt. Quod non. Er zijn géén landen te vinden waar de ongelijkheid kleiner is dan in België. Dat blijkt uit de naakte cijfers.

Credit Suisse publiceerde onlangs zijn jaarlijkse Global Wealth Report. Daaruit blijkt dat van alle 46 onderzochte landen België de meest gelijke vermogensverdeling heeft. Met andere woorden: de vermogens zijn in België zelfs gelijker verdeeld dan in Scandinavische paradijzen als Denemarken of Zweden, gelijker dan in Frankrijk of Spanje. Bovendien is het aandeel van de 10 procent rijksten in het totale vermogen de voorbije 15 jaar in België ongewijzigd gebleven.

Idem voor de inkomensverdeling. Uit een rapport van de OESO uit 2014 blijkt dat de Belgische inkomensongelijkheid erg laag is: we zitten bij het kwart landen met de laagste ongelijkheid.

Ten slotte de loonspanning tussen werknemers: ook die is bij ons bijzonder laag. Cijfers van de Hay Group tonen aan dat een hoger kaderlid hier zowat 2,8 keer meer verdient dan een gemiddelde medewerker. In slechts vijf landen is die verhouding kleiner. In Frankrijk verdient een hoger kaderlid 3,3 keer meer dan een gemiddelde medewerker, in Portugal en Griekenland bijna 5 keer meer en in Polen zelfs 8 keer meer.

Hoeft het te verbazen dat in een samenleving met een (on)gelijkheidsobsessie nauwelijks mensen willen beginnen als ondernemer?

De conclusie is duidelijk: als we ons vergelijken met de rest van de wereld, is België een egalitair land. Punt. De heftige preken over ongelijkheid van de afgelopen maanden illustreren dat eens te meer. Dat uitgerekend in zowat het gelijkste land ter wereld wordt gefulmineerd alsof we leven in een neoliberale jungle. Faut le faire...

Uiteraard menen sommigen dat de ongelijkheid zelfs in België nog altijd veel te hoog is. Het is echter onduidelijk wat het streefdoel moet zijn. Volkomen gelijkheid? Moet België echt nog verder gaan in zijn streven naar een egalitaire samenleving? Wat zouden de gevolgen daarvan zijn? Onze aversie voor ongelijkheid maakt nu al dat we het steeds moeilijker krijgen om welvaart te creëren.

Is het toeval dat we zowat de meest gelijke inkomensverdeling hebben én dat tegelijk de arbeidsparticipatie erg laag is? Dat rijkdom en succes verdacht zijn én dat ondernemerschap op een laag pitje staat? Dat we met het aantal startende bedrijven aan de staart van het Europese peloton bengelen? Hoeft het te verbazen dat in een samenleving met een gelijkheidsobsessie nauwelijks mensen willen starten als ondernemer?

Onze obsessie met (on)gelijkheid dreigt langzamerhand de welvaartstak af te zagen waarop we zitten. De prijs die we betalen voor ons streven naar een egalitaire samenleving is dat nergens in Europa minder mensen werken.

Tegelijkertijd wordt ook ondernemerschap ontmoedigd: ‘niet ondernemen’ is voor veel mensen de standaardkeuze geworden. Bovendien geldt succes als verdacht. Ja, iemand met een briljant idee zal veel sneller vooruit aken dan de rest van de samenleving. Het maakt de samenleving als geheel rijker én het maakt de ondernemer - in het beste geval - rijker dan de rest. Ondernemen is bij uitstek beter willen doen dan de rest, de middelmaat willen overstijgen, meer vooruit willen dan de rest. Met andere woorden: het verschil willen maken. Maar hoe kunnen we individuele burgers en ondernemers vragen zo veel mogelijk het verschil te maken als we als samenleving steeds allergischer worden voor verschil?

Lees verder

Tijd Connect