Homo bruxellensis

Luckas Vander Taelen

Bij de jongste verkiezingen was het stemmenaantal voor extreemrechts in Brussel, in tegenstelling tot in Vlaanderen, niet erg hoog. Dat gaf aanleiding tot vaak ideologisch gekleurde analyses die in de afwijzing van extreemrechts een Brusselse identiteit ontwaarden. Dat is waarschijnlijk deels waar: in een groeiende, sterk evoluerende grootstad met een erg jonge bevolking ontstaat een samenhorigheidsgevoel en gaan mensen zich meer en meer identificeren met de plaats waar ze wonen. Sommigen zien zo de homo bruxellensis opstaan.

Maar die interpretatie verdient nuance. Het afwijzen van extreemrechts betekent niet dat de Brusselaars hogere morele standaarden hanteren dan de andere Belgen. Als bijna twee derde van de bevolking een migratieachtergrond heeft, is de aantrekkingskracht van slogans als ‘eigen volk eerst’ beperkt. Wèlk volk, kan de gemiddelde Brusselaar zich terecht afvragen: er is keuze uit 183 nationaliteiten.

Het afwijzen van extreemrechts betekent niet dat de Brusselaars hogere morele standaarden hanteren dan de andere Belgen.

Een andere verklaring voor het falen van extreemrechts is dat die stroming aan Franstalige kant altijd al gekenmerkt is door een gebrek aan geloofwaardige leiders en een bar slechte organisatie. Nu dienden zich twee min of meer respectabele figuren aan. Maar zowel Mischaël Modrikamen als ex-MR-parlementslid Alain Destexhe heeft een elitair imago. Door die geringe populistische uitstraling spraken ze een bijzonder klein deel van het electoraat aan.

Samen haalden de lijsten van de twee 4,3 procent van de Franstalige stemmen voor het Brussels Parlement. Als we er van uitgaan dat Liste Destexhe en Parti Populaire alleen stemmen haalden bij Belgo-Belgische kiezers, zou hun aandeel binnen die groep rond 10 procent uitkomen.

Dat ook het Vlaams Belang niet aansloeg bij het grote en vooral jonge kiespubliek is geen verrassing. Een partij met een door en door Vlaams-nationalistisch imago heeft het bijzonder moeilijk een voet aan de grond te krijgen in de meest diverse stad van de wereld, waar een kleine minderheid enig begrip van het Nederlands heeft.

Brusselse gebeurtenissen

Hoewel extreemrechts geen rol van betekenis speelde bij de Brusselse verkiezingen, geldt mogelijk het omgekeerde: dat Brusselse gebeurtenissen de extreemrechtse kiezer in Vlaanderen beïnvloedden.

Commentatoren vroegen zich af hoe het mogelijk is dat het Vlaams Belang met een antimigratiediscours zoveel stemmen haalde in steden en dorpen waar nauwelijks een allochtoon te zien is. Ik vrees dat een deel van de verklaring ligt in het onbegrip van vele Vlamingen over wat ze op tv zien of in hun krant lezen over Brussel. Denk aan rellen na een voetbalwedstrijd van het Marokkaanse elftal. Aan opstootjes met oudejaar in Molenbeek, telkens met brandstichtingen. Aan de aanhoudende wantoestanden met transmigranten in het Noordstation. Of aan de hysterie bij een Schaarbeekse school over vermeend kindermisbruik.

Politici vergeten wel eens dat mensen een geheugen hebben en dat het moeilijk is in te gaan tegen repetitief negatief nieuws. Wie wel eens een kijkje op de fora van Vlaamse kranten neemt, weet dat zulke gebeurtenissen leiden tot een afkeer van de Vlaming voor Brussel.

Door het succes van het Vlaams Belang is het nog gemakkelijker om elke kritiek op de hoofdstad verdacht te maken. Dat is bijzonder kortzichtig en gevaarlijk.

Jammer genoeg valt te vrezen dat weinig Brusselse bewindvoerders het belangrijk vinden wat over hen gedacht wordt buiten hun gewest. Zeker omdat het door het succes van het Vlaams Belang nog gemakkelijker is om elke kritiek op de hoofdstad verdacht te maken. Dat is bijzonder kortzichtig en gevaarlijk.

Nog een voorbeeld? Een tijd geleden maakte Riadh Bahri, een VRT-journalist met een migratieachtergrond, op Twitter bekend dat hij na vijf jaar Molenbeek het vuil in zijn gemeente zo beu is dat hij eraan denkt te verhuizen. Omdat dat ruime aandacht kreeg in de Vlaamse media, zou je meteen een ondubbelzinnige reactie van de Brusselse overheden verwachten. Die kwam er nauwelijks, zoals wel vaker het geval is als wantoestanden aangeklaagd worden, zeker als die van Vlamingen komen. Politici zouden zich er nochtans grote zorgen om moeten maken: Brussel kan zich als hoofdstad van dit land geen toenemend slecht imago veroorloven.

Lees verder

Tijd Connect