Investeer in kinderen en beloon werken

Andreas Tirez

Volgens de federale regering garandeert het begrotingsakkoord dat werken beter beloond wordt. Maar ze mag ook de gelijke kansen voor kinderen niet uit het oog verliezen.

Door Andreas Tirez, kernlid denktank Liberales. Blogt op economieblog.be

Een paar decennia geleden werd ongelijkheid gezien als een belangrijke prikkel om mensen te doen vooruitgaan. Het communistisch failliet had getoond wat er gebeurt als er sterk genivelleerd wordt. Niemand heeft dan nog een reden om hard te werken en dat leidt tot een lagere welvaart voor iedereen. In een maatschappij die ongelijkheid toelaat, zouden mensen hun talenten ten volle ontwikkelen. Als er voldoende gelijke kansen zijn, zullen ook talentvolle kinderen uit lagere klassen de sociaaleconomische ladder beklimmen. Dat leidt tot sociale mobiliteit.

Grote ongelijkheid zonder sociale mobiliteit is onrechtvaardig.

Onderzoekers hebben die stelling de voorbije jaren sterk bekritiseerd. Ongelijkheid kan ook te hoog zijn, waardoor de sporten onderaan op de ladder te ver uiteen staan. Opklimmen wordt dan onmogelijk, ook voor talentvolle jongeren uit arme milieus. Grote ongelijkheid zonder sociale mobiliteit is onrechtvaardig. De cijfers lijken hen gelijk te geven: in landen met een grote inkomensongelijkheid is de sociale mobiliteit doorgaans laag.

Herverdeling

Een recente paper van Rasmus Landerso en James Heckman* nuanceert die kritiek. Zij berekenden in hoeverre het inkomen van het kind als het gaat werken verschilt van dat van zijn ouders: de inkomensmobiliteit. Ze vergelijken Denemarken met de VS. Het valt op dat die mobiliteit afhangt van hoe het inkomen gemeten wordt. Kijk je enkel naar lonen en transfers (herverdeling) dan is de inkomensmobiliteit in Denemarken erg hoog en in de VS erg laag. Neem je het totale bruto inkomen zonder transfers dan is de mobiliteit in Denemarken flink lager en komt ze in de buurt van die in de VS.

©Twitter

Vooral de sterk herverdelende overheid creëert dus inkomensmobiliteit in Denemarken, niet zozeer de individuen zelf. Bovendien liggen de lonen er veel dichter bij elkaar dan in de VS. Dan kom je met iets meer of minder te verdienen dan je ouders al snel een paar percentielen hoger of lager op de inkomensladder, terwijl je in de VS in dezelfde klasse blijft steken.

Ook verrassend is dat de mobiliteit in opleiding voor de VS en Denemarken niet erg verschilt. De onderzoekers verwijzen onder meer naar cijfers van de OESO. In de grafiek heb ik ook cijfers voor Vlaanderen toegevoegd. Voor de drie landen is de link tussen wie hoger onderwijs volgt en het diploma van de ouders gelijkaardig.

Toen de Deense overheid de minimumleeftijd verhoogde waarop jongeren kunnen genieten van een volledige sociale uitkering, bleken juist die jongeren die door de maatregel werden getroffen meer hoger onderwijs te volgen.

Dat is opmerkelijk omdat de cognitieve vaardigheden van 15-jarige scholieren in Denemarken dichter bij elkaar liggen dan in de Verenigde Staten. Erg lage scores komen veel minder voor in Denemarken. De grote investeringen van de Deense overheid in gelijke kansen hebben dus wel degelijk effect. In de VS, met veel minder investeringen in gelijke kansen, is dat effect er niet.

Prikkel

Dat dat in Denemarken niet leidt tot meer participatie in het hoger onderwijs van kinderen met ouders die een lagere opleiding genoten hebben, kan volgens de onderzoekers niet verklaard worden door financiële barrières. Ze leggen de oorzaak bij de sterk progressieve belastingen en de hoge uitkeringen. Daardoor verlaagt de opbrengst van een diploma hoger onderwijs en bijgevolg de prikkel om voort te studeren.

©MEDIAFIN

Ze hebben daar ook een indirect bewijs voor: toen de Deense overheid de minimumleeftijd verhoogde waarop jongeren kunnen genieten van een volledige sociale uitkering, bleken juist die jongeren die door de maatregel werden getroffen meer hoger onderwijs te volgen.

Hun conclusie is dan ook dat investeren in het hoger onderwijs meer beloond moet worden, zonder de inspanningen om kansarme jongeren meer kansen te bieden uit het oog te verliezen.

We moeten dus blijven investeren in gelijke kansen voor kinderen, maar ook garanderen dat het hoger onderwijs meer opbrengt en dat werken beter beloond wordt. Met dit begrotingsakkoord beweert de federale regering het laatste te doen. Ze mag daarbij het eerste niet uit het oog verliezen.

* www.nber.org/papers/w22465

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Partner content