1

Kinderen van het kalifaat

Syrische kinderen uit de stad Kobane spelen soldaatje in een vluchtelingenkamp in de Turkse stad Sanliurfa ©EPA

Het uit elkaar vallen van Islamitische Staat in Syrië en Irak wekt in Europa niet alleen vreugde op maar ook angst. Er werd eerder al gewaarschuwd voor terugkerende IS-strijders en hun vrouwen. Nu voegt Hans-Georg Maassen, de chef van de Duitse inlichtingendienst, daar ook de kinderen en jongeren van het kalifaat aan toe. Terwijl IS overal terrein verliest, proberen veel Europese vrijwilligers nog snel hun gezin over te brengen naar het veilige Westen. Maassen noemt die kinderen ‘gehersenspoeld en in sterke mate geradicaliseerd’. ‘Ze vormen een probleem omdat ze soms gevaarlijk kunnen zijn.’

De islamitische religieuze opvoeding vormt op zich geen probleem. Dat wordt ze pas als men kinderen minachting en zelfs haat voor alles wat anders is, begint op te lepelen.

Volgens minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon (N-VA) bevinden zich ongeveer 115 kinderen van Belgische jihadi’s in Syrië en Irak. Die kinderen, van wie het merendeel jonger is dan zes jaar, leven al het grootste stuk van hun leven in een oorlogsgebied en zijn blootgesteld aan indoctrinatie met de meest verwerpelijke en extreme vorm van de islam. Het is niet ondenkbaar dat een groot deel van hen met hun ouders zal terugkeren.

Wat te doen met die kinderen? In 1985, toen de grote boeman van het Westen zich achter het IJzeren Gordijn bevond en de CIA Osama bin Laden nog een vrijheidsstrijder noemde, zong Sting ‘I hope the Russians love their children too’. Die hoop moet ons uitgangspunt zijn. Dan kunnen we geloven dat (voormalige) jihadi’s en hun vrouwen hun kinderen niet opvoeden met als enige doel zichzelf zo snel mogelijk op te blazen op een kerstmarkt, concert of voetbalwedstrijd. Dat ook zij een betere wereld voor ogen hebben voor hun kinderen. Al ziet hun paradijs er anders uit dan het onze.

Als een minderheid die in ons midden leeft er bijzonder radicale ideeën op na houdt, hoeft dat geen probleem te zijn. Zelfs al gaat dat gedachtegoed soms regelrecht in tegen wat wij als verworven vrijheden beschouwen. We kunnen niet eeuwig trachten te verbinden wat niet meer te verbinden valt. Je kan je nooit meester maken van de gedachten van een ander. Als maatschappij moeten we dan wel strikte krijtlijnen uittekenen. Er achterhaalde ideeën op na houden is niet verboden door de wet. Maar discrimineren en haat zaaien wel.

Professor Ednan Aslan van het Institut für Islamisch-theologische Studien in Wenen bestudeert al jaren de zowat 600 islamitische kinderopvanginstellingen en kleuterscholen in de Oostenrijkse hoofdstad. Volgens hem begint radicalisme al in de peutertuin. De islamitische religieuze opvoeding vormt op zich geen probleem. Dat wordt ze pas als men kinderen minachting en zelfs haat voor alles wat anders is, begint op te lepelen. Dan komen ze terecht in het vacuüm van de politieke islam die hen vervreemdt van onze samenleving en klaarstoomt tot een makkelijke prooi voor de ronselaars van een toekomstig kalifaat.

Door te aanvaarden dat een deel van een gemeenschap onze normen en waarden afwijst, kunnen we ons meer concentreren op dat deel van die gemeenschap dat die waarden wel deelt. En dat onder een toenemende druk staat. Door hun radicale geloofsgenoten die hen voorhouden niet zuiver genoeg te zijn in de leer. En door racisme en discriminatie op de arbeidsmarkt, in het onderwijs en in het uitgaansleven.

Het radicale islamisme is een beweging die op lange termijn twee kanten uit kan. Ofwel wordt ze verwezen naar de geschiedenisboeken, ofwel dicteert ze wat er in die geschiedenisboeken zal staan. De keuze ligt voorlopig nog bij ons.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Partner content