Islamitische Staat (IS) steekt opnieuw de kop op in Irak, Syrië en Afghanistan. Na haar val vorig jaar speelt de terreurgroep verstoppertje, maar ze begint stilaan weer aan een klim. Bijna letterlijk, vanuit het Hamrin-gebergte, in het noorden van Irak. Verschillende inlichtingendiensten waarschuwen dat dat hun nieuwe uitvalsbasis is. De bergketen met zijn vele schuilplaatsen en grotten is moeilijk te controleren voor Iraakse veiligheidstroepen, zeker na de terugtrekking van het Amerikaanse leger.

IS dreigt het Loch Ness van het Midden-Oosten te worden. Net als je denkt dat het boven water komt, duikt het weer naar de bodem. Al is Islamitische Staat hoegenaamd geen fabelachtig wezen. De Koerden schatten dat IS op 5.000 actieve strijders kan rekenen in Irak, en een even groot aantal in Libië. In Afghanistan druppelden na de val van het kalifaat 6.000 strijders binnen via Iran en Pakistan. Om nog maar te zwijgen over de opmars in een cluster van Sub-Saharaanse landen.

De jihadihubs hebben niet langer territoriaal gewin voor ogen, wel een nomadisch strijdgewoel dat niet per se gekoppeld is aan natievorming. De niet-territoriale jihad primeert weer. Een strijd zonder grenzen, en in zekere zin ook zonder echte leiders.

Dat 'Loch Ness-gedrag' van IS kun je vergelijken met de werking van de getijden. Voor IS komt het tij op bij toenemende geldstromen voor de aankoop van wapens, voertuigen en ander logistiek materiaal. Maar ook bij de demobilisatie van het Amerikaanse leger en de afkerigheid van Turkse troepen om IS aan te pakken.

Het terugkeerrecht van IS-kinderen koppelen aan dat van hun moeders zou getuigen van kindermishandeling.

De getijdenwerking geldt ook voor de herlokalisatie van het socialemediagebruik. Nadat Europol IS-propaganda op het internet grondig aanpakte, heeft de terreurgroep een nieuwe virtuele uitvalsbasis op de berichtendienst TamTam. IS ‘deplatformen’ blijkt geen makkie. De terreurgroep ontpopt zich tot een blijver, en dat brengt ons bij de vraag: wat met de kalifaatkinderen?

Die moeten terug. Punt. Het terugkeerrecht van die kinderen koppelen aan dat van hun moeders zou echter getuigen van kindermishandeling. De moeders vertrokken naar oorlogsgebied om van hun kinderen 'welpen van het kalifaat' te maken, wat niet meer is dan een mystificerende term voor kindsoldaat. Over kindsoldaten zegt Amnesty International dat ze vechten als soldaat, maar net zo goed kunnen werken als kok, drager of boodschapper. Meisjes die geworven worden om seks te hebben of te trouwen met soldaten worden ook beschouwd als kindsoldaten.

Een dochter komt ter wereld en wordt als minderjarige bruid doorgegeven van strijder naar strijder. En moederlief steunt dat, initieert dat. En dat soort moeders wil terugkeren?

'Meisjes die geworven worden om te trouwen met soldaten.’ Wij noemen dat jihadbruiden. Een haast aandoenlijke term, die eigenlijk hierop neerkomt: een dochter komt ter wereld en wordt als minderjarige bruid doorgegeven van strijder naar strijder. En moederlief steunt dat, initieert dat. Het is seksueel geweld in de greep van het moederschap. En dat soort moeders wil terugkeren? Een soort met risico op recidivisme, blijkt uit het geval van vrouwengroepen van de Afrikaanse IS-satelliet Boko Haram. Een deel van die vrouwen trok weg uit de terreur, om dan toch terug te keren. Ook dat heeft een naam: joiners and rejoiners, herenigd bij hoogtij.

Het kinderrechtenverdrag erkent nochtans het recht van kinderen op een verantwoorde opvoeding, een ouderlijke plicht, ter voorbereiding op een vreedzaam leven binnen de wettelijke grenzen. Op basis van die beginselen werden bijvoorbeeld kinderen weggehaald uit families van de Italiaanse maffiaorganisatie ‘Ndragheta. Dat ouderlijke gezag ontnemen kan net zo goed van toepassing zijn op kalifaatkinderen. Voor elke dag dat ze doorbrengen met hun ouders zou een dwangsom moeten komen, monsterlijk hoog voor de makers van een kinderleger.

Lees verder

Tijd Connect