Markten, politiek en euro

Een van de gedenkwaardigste quotes van de financiële crisis komt van de Duitse kanselier Angela Merkel. In mei 2010 zei ze: ‘In zekere zin gaat het om een strijd tussen de politiek en de markten. We moeten de primauteit van de politiek over de markten herstellen.’

Door Nicolas Véron, senior fellow bij de Brusselse denktank Bruegel en visiting fellow aan het Peterson Institute for International Economics in Washington.

Een sterke uitspraak, die weliswaar een wijdverspreide opvatting in Europa weerspiegelt, waar echo’s weerklinken van eeuwenlange stroeve relaties tussen politieke leiders en financiers. Van Girolamo Savonarola’s antibankiersrevolutie in de Florentijnse republiek in 1494, over Lodewijk XIV die zijn minister van Financiën Nicolas Fouquet levenslang in de gevangenis gooide in 1661, tot de Amerikaanse president Andrew Jackson die in 1833 de door de overheid geprivilegieerde Second Bank ondermijnde. Het is een terugkerend thema in de westerse geschiedenis.

Terzelfdertijd echter past de antispeculatieretoriek niet goed bij de feiten van de eurocrisis. Obligatiebeleggers worden meer door angst gemotiveerd dan door hebzucht. Het probleem is nu dat te weinig beleggers overheidspapier willen kopen van de perifere landen van de eurozone. Die ‘kopersstaking’ wordt veeleer gedreven door economische en politieke onzekerheid dan door marktmanipulatie van immorele spelers uit de privésector.

Maar het schot voor de boeg van Merkel reflecteert ook specifieke spanningen eigen aan de Europese instellingen. Europese integratie creëert niet enkel een supranationale beslissingsmachinerie die structureel wordt belemmerd door haar democratisch deficit. Ze ontneemt nationale leiders ook hefbomen in steeds meer kwesties, inbegrepen het grootste deel van het financiëlemarktenbeleid, dat nu vooral wordt beheerst door Europese wetgeving, en waarvan de supervisie meer en meer in handen zal komen van de onlangs opgerichte European Supervisory Authorities. Zoals de politicoloog Ivan Krastev het uitdrukt, heeft Europa steeds meer beleid zonder politiek op EU-niveau, en steeds meer politiek zonder beleid bij de lidstaten.

De effecten daarvan zijn heel zichtbaar bij de eurocrisis. De huidige context plaatst Duitsland in het centrum van de Europese besluitvorming. Maar de meeste Duitse beleidsmakers ontberen vaardigheden voor financieel crisismanagement waarbij ze kunnen putten uit eigen ervaringen. In de mate dat ze praten met de financiële sector, dialogeren ze vooral met de lokale bankiers in plaats van met de obligatiebeleggers, van wie de meesten nu in Londen zitten als gevolg van de Europese financiële integratie. Kortom, er gaapt een kloof tussen de Europese kwesties die een oplossing vragen en de nationale politiek, waar die oplossing om draait. De verwarrende communicatie van de Europese leiders over Griekse schuldherschikking, herprofilering, looptijdverlenging en al dan niet participatie van de privésector heeft voor meer schadelijke marktvolatiliteit gezorgd dan eender welke kwalijke ratingverlaging.

Opdat beleidsbeslissingen rationeel zouden zijn, moeten Europese leiders op EU-niveau rekening houden met elke belangengroep die hun uitkomst kan beïnvloeden. Voor de huidige instellingen is de incentive echter zich te richten op hun thuisland, met uitsluiting van alle anderen. Zolang dat het geval is, is het normaal dat Duitse leiders obligatiebeleggers beschouwen als vijandelijke buitenlandse machten, in plaats van als een groep die op een of andere manier moet worden betrokken bij de besluitvorming. De eurocrisis is net zo goed institutioneel als ze financieel of budgettair is, en dat maakt een eventuele oplossing des te moeilijker.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content