Niet meer, wel anders herverdelen

Andreas Tirez

Er is kritiek op de hervorming van de kinderbijslag. Die hervorming zou te weinig aangewend zijn tegen de kinderarmoede. Hoe dan ook, er is nood aan een focus op kinderarmoede. Het buitenland leert dat dat niet gepaard hoeft te gaan met meer herverdeling.

Door Andreas Tirez, kernlid van de liberale denktank Liberales. Blogt op economieblog.be

In een eerdere column (De Tijd, 16 juni) stelde ik vast dat in België de inkomensongelijkheid relatief laag is, en dit dankzij de Belgische overheid. De marktinkomens, dus vóór herverdeling, zijn immers relatief sterk ongelijk verdeeld, ongelijker dan bijvoorbeeld in Nederland. De beschikbare inkomens, dus na herverdeling, zijn in België daarentegen gelijker verdeeld dan in Nederland.

Als we vergelijken met andere landen blijkt de herverdeling in België te weinig terecht te komen bij diegenen die er het meeste baat bij hebben.

Toch zijn er aanwijzingen dat dit in België niet leidt tot meer gelijke kansen dan elders. Zo is de correlatie tussen de prestaties van armere kinderen en hun ouders relatief hoog. Er is discussie of dat verklaard kan worden door aangeboren talent (bijvoorbeeld intelligentie) dan wel door sociaaleconomische factoren. Maar zelfs al zou het voornamelijk verklaard kunnen worden door de sociaaleconomische factoren, lijkt meer herverdelen niet aangewezen. We behoren immers al tot de top van herverdelende landen. Ik pleit dan ook voor meer niet-materiële ondersteuning van kansarme gezinnen met jonge kinderen, om zo gelijkere kansen te creëren.

Tweede spoor

Er is echter nog een tweede, complementair spoor, en dat is de focus op een andere herverdeling. België doet het ondanks een lage inkomensongelijkheid niet zo goed voor kinderarmoede. Dat zie je op bijgaande figuur.

©ipadgraph

Het eerste wat opvalt, is dat er wel degelijk een correlatie is tussen kinderarmoede en de totale inkomensongelijkheid: hoe lager die ongelijkheid, hoe lager de kinderarmoede. Dat is wat men zou verwachten. Die correlatie is wel niet perfect: inkomensongelijkheid verklaart slechts 75 procent van het verschil in kinderarmoede tussen deze landen. Er zijn dus ook nog voor 25 procent onverklaarbare factoren.

De landen onder de schuine rechte doen het beter voor kinderarmoede dan je op basis van hun inkomensongelijkheid zou verwachten. Zweden en Nederland bijvoorbeeld. Landen boven de rechte, zoals België, doen het slechter dan men zou mogen verwachten.

De paradox is dan dat Nederland en Zweden met een iets hogere inkomensongelijkheid veel beter presteren voor kinderarmoede dan België. Dezelfde vaststelling kan worden gemaakt als men kijkt naar de mate van vermindering van de inkomensongelijkheid: Zweden en Nederland reduceren de inkomensongelijkheid een pak minder dan België, maar hebben wel een lagere kinderarmoede.

Rechtvaardiger

Net de kinderarmoede zou echter centraal moeten staan in het beleid, veel meer dan de totale inkomensongelijkheid. Een focus op kinderarmoede is rechtvaardiger, aangezien kinderen nog geen eigen verantwoordelijkheid hebben voor hun economische positie. Bovendien is zich richten op kinderarmoede ook efficiënter, omdat het de maatschappij wellicht veel meer kan opleveren want kinderen die niet in armoede opgroeien, zullen gemiddeld succesvoller zijn in het leven.

Is er een betere investering denkbaar dan investeren in kansarme kinderen?

De vaststelling is dan dat België weliswaar veel herverdeelt, maar dat we dat niet zo rechtvaardig en efficiënt doen. Als we vergelijken met andere landen blijkt de herverdeling in België te weinig terecht te komen bij diegenen die er het meeste baat bij hebben.

Kinderbijslag

Dat doet natuurlijk denken aan de recente discussie over de hervorming van de kinderbijslag, ondertussen een Vlaamse bevoegdheid. De kritiek is dat die hervorming onvoldoende is aangewend om de kinderarmoede terug te dringen. De bovenstaande cijfers bevestigen in ieder geval de nood aan een focus op kinderarmoede. En het buitenland leert dat dat niet gepaard hoeft te gaan met meer herverdeling.

De Vlaamse regering zou dan ook de hervorming van de kinderbijslag moeten herbekijken of bijkomende maatregelen nemen om de kinderarmoede terug te dringen. En ze kan dat misschien buiten haar structureel begrotingsbudget houden, gezien de nieuwe begrotingsregels die minister Van Overtveldt bepleit voor investeringen. En is er een betere investering denkbaar dan investeren in kansarme kinderen?

Lees verder

Tijd Connect