Frank Van Massenhove

De klassieke media conncentreren zich te weinig op het checken van de feiten.

Frank Van Massenhove is voorzitter FOD Sociale Zekerheid

Toen de Soedansaga ‘Thuis’ in lengte dreigde te overtreffen vond premier Michel het welletjes. Hij zette de puntjes, zijn punten, op de i in een Facebook-bericht. Dat werd niet gesmaakt door de klassieke pers. Hij hoorde dat te doen op radio, op tv en in de krant, en niet op de sociale media, waar fake news welig tiert. De econoom Geert Noels plaatste in een opiniestuk in De Morgen terecht vraagtekens bij die kritiek. Hij werd erover geïnterviewd in ‘De ochtend’. De vragen die hij kreeg, waren tekenend voor wat gebeurt als je je kritisch uitlaat over de media: de journalist houdt op journalist te zijn en kruipt in de rol van aangevallene. Sommige radiomakers spelen het spel slimmer en zeggen lacherig: ‘Ach, het is weer de schuld van de media, zeker?’ Exit vraagstelling over de rol van de klassieke media.

©BELGA

Ook nu verscheen na Noels’ opiniestuk niet één artikel dat dieper inging op de rol van de klassieke media in een wereld die wordt overrompeld door sociale media. Wel werd er, op een manier die sterk deed denken aan de wijze waarop de BRT reageerde op de komst van een commerciële zender, vooral op de nagel getimmerd: klassieke media plaatsen feiten in een context, internetmedia niet. Een Michel zonder filter is ongezond voor de bevolking. Volgens Noels moeten de klassieke media zich meer concentreren op het checken van feiten en het garanderen van de volledigheid van de feiten.

Weinig journalisten zullen dat tegenspreken. Het probleem is dat dezelfde journalisten ervan overtuigd zijn dat ze dat voldoende doen. Dan zou je verwachten dat het bericht over de onthoofding van de Franse priester in 2016 - die te voorkomen was geweest als de politie niet had geblunderd - voor hen een wake-upcall zou zijn. Het nieuws werd namelijk niet ontrafeld door Le Monde, maar door de onderzoekssite Mediapart.

Dan zou je toch verwachten dat de klassieke media de vraag stellen of het wel oorbaar is dat een politica op voorstel van haar partijvoorzitter de Europese begroting gaat controleren. Ik hoorde, las of zag ze niet. Ook politici die moord en brand en schreeuwen over een gebrek aan neutraliteit als ze een ambtenaar met hoofddoek ontwaren, hebben er geen enkel probleem mee dat iemand die openlijk een politieke kleur aankleeft een controlefunctie krijgt in een overheidsfunctie.

Blijkbaar vindt men het ook normaal dat een zware en belangrijke job niet wordt toegekend aan iemand die blijk geeft van de grootste expertise na een algemene oproep, maar aan iemand die geen examen of assessment aflegde. Hetzelfde kan worden gezegd over Fientje Moerman, die door dezelfde partijvoorzitter in het Grondwettelijk Hof wordt gezet. Voor beide dames - voor wie ik verder de grootste waardering heb en die ik de functies van harte gun - is dat cadeau van hun partijvoorzitter een vorm van gutmachung, na de kille manier waarop ze door hun partij politiek kaltgestellt zijn. Hoe jammer toch dat ze niet via de grote poort kunnen binnenkomen als een reële erkenning van hun talenten in een open strijd na het publiekelijk openstellen van de functie. Hoe schandalig ook dat overheidsgeld wordt gebruikt om problemen in een politieke partij op te lossen.

Blijkbaar zitten de term ‘politieke benoeming’ niet in het bakje ‘politiek graaien’ van de klassieke journalist.

Enkele maanden geleden schreef ik hier dat het politiek graaien geen uitwas is van dat soort praktijken, maar een logisch gevolg. ‘Alle partijvoorzitters maken gretig gebruik van de aalmoezenpot die wordt gevoed door mandaten om ontgoochelde partijleden te sussen. Hij stut de voorzitterszetel’, schreef ik toen. Blijkbaar zitten de term ‘politieke benoeming’ niet in het bakje ‘politiek graaien’ van de klassieke journalist. In de artikels over de aanstelling van Turtelboom kreeg je nog eens, voor de zoveelste keer, de verhalen over de Turteltaks en de politieke gevolgen. Gemakkelijke journalistiek op basis van archiefknipsels, zoals je die ook vindt in commentaren op Twitter en Facebook.

Van journalisten in de klassieke media mag je prangende vragen over neutraliteit, oorbaarheid en wenselijkheid verwachten. En natuurlijk ook vragen over hun rol. ‘Where are we now?’, dus.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Partner content