Advertentie

Over echt geld en valse koersen

Jos Leys

Twee van Vlaanderens machtigste personen verklaarden in De Tijd (interview met Francine Swiggers en Patrick Develtere) dat de beurskoers van de bank waarin zij het hebben en houden van hun coöperatieve holding hebben geïnvesteerd, fictief is. Ze bedoelen daar niet mee dat die koers illusoir is: ze komt werkelijk tot stand, dag na dag, door transacties van kopers en verkopers. Wat ze bedoelen, is dat de koers een zwartgallige en eigengereide leugen is, in het leven geroepen door kwaadaardige shorters die voortdurend het aandeel verkopen. De ware koers is de koers die in de eigen boekhouding staat genoteerd en die ligt zowat 530 procent hoger.

Ze vragen zich af waarom de overheid niet ingrijpt om hen te beschermen tegen shorters door die activiteit te verbieden. Dat ze er in het interview ook prat op gaan dat ‘hun’ bank haar obligatiepositie heeft geshort om zich immuun te maken voor een rentestijging, maar verzuimt dat voldoende te communiceren aan het publiek, is een aardige ironie.

De eigen boekhouding is niet marked-to-market en dat geldt ook voor het aandeel van de co- operatieve houdstermaatschappij zelf. In de kantoren van de dochterbank bank krijg je te horen dat de waarde van het coöperatieve aandeel niet aan risico onderhevig is, want het schommelt helemaal niet ‘omdat het niet op de beurs is genoteerd’.

Daarnaast krijg je een ‘marktconform dividend’, zoals ook in het interview wordt herhaald. Maar de waarheid is dat die coöperatieve aandeelhouder dat dividend niet in contant geld krijgt uitgekeerd - het wordt simpelweg bijgeschreven in de boekhouding. En dat er geen koersvorming is, betekent dat de aandeelhouder verstoken is van sociale informatie over de toekomstperspectieven van zijn belegging.

Die opmerkingen zijn louter van financiële aard, ware het niet dat de coöperatieve vennootschapsvorm in het interview wordt bedacht met een ‘ethisch’ aureool. Het is niet ondernemen louter en alleen om de winst, maar ondernemen om een behoefte in te vullen, met het oog op de lange termijn en met het oog op de belangen van de klanten, tevens aandeelhouders-coöperanten.

Maar dat is een ernstige en zelfs gevaarlijke misvatting. Zoals ondernemen via een coöperatieve structuur niet noodzakelijk meer bekwaamheid impliceert dan ondernemen via een nv-structuur, impliceert het evenmin een hogere mate van ethiek. Noch omgekeerd. Want bekwaamheid en integriteit zijn helemaal geen eigenschappen van structuren. Het zijn ethische verdiensten of gebreken van de concrete medewerkers, van hoog tot laag. Een bestuurder van een coöperatie die zijn aandeelhouders zand in de ogen strooit om hen tot onvoordelige beslissingen te brengen, is even laakbaar als een bestuurder van een beursgenoteerd bedrijf dat hetzelfde doet.

In voorliggend geval kan men niet ontsnappen aan de vraag waarom men speculeert op de financiële ongeletterdheid van zijn klanten-aandeelhouders en niet veeleer een systematische inspanning doet om hun financiële bekwaamheid te doen toenemen. Ze zijn tenslotte allemaal klant van en eigenaar van een bank. En hun financieel belang, zowel op de korte als de lange termijn, kan onmogelijk elders gelegen zijn dan in echt geld, veeleer dan in fictieve koersen.

Als die aandeelhouders finan- cieel lucide zouden zijn en zouden geloven dat hun management het bij het rechte eind heeft, dienen ze hun financieel welzijn door hun coöperatief aandeel te liquideren en vervolgens voor een veelvoud aandelen van de onderliggende bank te kopen. Zo zetten ze tegelijkertijd die vermaledijde shorters een neus.

De ethische positie van de co- operatieve bestuurders is dus weinig benijdenswaardig.

 

Jos Leys is senior research fellow aan het Center for Ethics & Value Inquiry (CEVI), UGent, Wim Vandekerckhove is senior lecturer aan de University of Greenwich Business School in London.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud