Overheid gokt te zwaar op de trein

Andreas Tirez

Honderd jaar geleden kende België een spoorwegennet van meer dan 5.000 kilometer. Vandaag is dat nog 3.600 km, een daling met 30 procent. Vooral in de jaren 50 en 60 werden veel spoorlijnen opgedoekt, lijnen die verlieslatend geworden waren door de massale opkomst van de auto en de vrachtwagen.

©Twitter

Er staat het spoor, en ander openbaar vervoer, een nieuwe technologische uitdager te wachten: de zelfrijdende auto. Verschillende autoproducenten verwachten, samen met Google, dat de zelfrijdende auto voor het publiek al binnen vijf jaar beschikbaar is. Volvo verklaarde onlangs zelfs al in 2019 klaar te zijn.

De komst van de zelfrijdende auto zal op vele domeinen een ingrijpende impact hebben, ook op het openbaar vervoer. Autodelen zal de norm worden. Uber, de Amerikaanse gigant in autodelen, kan niet wachten om de zelfrijdende auto in te voeren. Zo zullen Uber en zijn concurrenten een soort geïndividualiseerd openbaar vervoer aanbieden dat sterk zal concurreren met het collectief openbaar vervoer. Als enige aandeelhouder van het collectief openbaar vervoer moet de overheid die ontwikkelingen op de voet volgen en nagaan wat de risico’s zijn. Zeker voor investeringen die een zeer lange levensduur en dito terugbetalingsperiode hebben is dat essentieel; dat is vooral zo voor het spoor.

De vraag is of de overheid die risico’s wel goed inschat. De vorige regering keurde in 2013 het meerjareninvesteringsplan van de NMBS-Groep goed. Het gaat om 26 miljard euro voor de periode 2013-2025, of 2 miljard euro per jaar. Dat zijn gigantische bedragen waarvan men zich kan afvragen of ze verantwoord zijn. Te meer omdat het spoorvervoer voor ‘slechts’ 11 miljard reizigerskilometer instaat. Dat is tien keer minder dan via de weg. En de zelfrijdende auto zal die discrepantie nog verhogen.

©mediafin

Om de geplande spoorinvesteringen goed te kunnen vergelijken met de overheidsinvesteringen in het wegennet moeten de investeringen per reizigerskilometer berekend worden. Voor de weg schat ik de overheidsinvesteringen op 1,2 miljard euro per jaar dat aan personenvervoer kan toegewezen worden. Ik heb daarvoor enkel de snel- en gewestwegen beschouwd omdat treingebruikers ook de gemeentelijke wegen gebruiken.

De bijgaande grafiek geeft het resultaat van die berekeningen. Als ze correct zijn, dan zal de overheid jaarlijks gemiddeld 183 euro per 1.000 spoorreizigerskilometer investeren en slechts 11 euro voor de weg, of bijna 17 keer minder. De cijfers moeten correct geïnterpreteerd worden; het gaat om overheidsinvesteringen. De totale investeringen in wegvervoer zijn veel hoger, omdat autogebruikers ook moeten investeren in hun auto. Maar dat is een keuze die elk individu zelf mag maken. Dat is niet het geval met het treinvervoer: daar beslist de overheid en iedereen betaalt verplicht mee.

En die overheid zet dus zwaar in op investeringen in het spoor. Een beslissing die maar weinig individuele investeerders zouden maken, gezien de risico’s verbonden met de nakende komst van de zelfrijdende auto en de exponentiële stijging van het gebruik van mobiele apps voor autodelen.

Dat betekent niet dat er geen investeringen moeten gebeuren in het spoor, maar er is wel een rationalisatie van die investeringen nodig. 80 van de 550 spoorstations, zo’n 15 procent, tekenen voor 80 procent van de treinreizigers; de overige 470 voor nauwelijks 20 procent. In haar jaarverslag van 2013 geeft de NMBS als reden onder meer de wijzigende mobiliteit. De kans is groot dat die trend doorzet.

Het beleid kan nu nog gekeerd worden. Er zou een investeringsplan moeten komen dat rekening houdt met de waarschijnlijke en snelle komst van de zelfrijdende auto en de mobiele apps, met alle mogelijke implicaties. Wellicht is het resultaat van een dergelijke oefening de investeringen te concentreren op de meer rendabele trajecten tussen grote steden. Dat nieuwe investeringsplan zal eveneens waarschijnlijk resulteren in een verdere daling van het aantal spoorkilometers en in sluitingen van stations, zoals 50 jaar geleden. Geen nood, de zelfrijdende Uber zal wel klaarstaan om in de mobiliteitsnoden te voorzien. De daardoor uitgespaarde investeringen kunnen de discussie over taxshift en taxcut misschien wat smeren.

Door Andreas Tirez, kernlid van de liberale denktank Liberales en blogt op Economieblog.be

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Partner content