Paleis der Natie | Ziekmakend debat

Als Unia met het ontslag van huisjuriste Rachida Lamrabet al iets heeft aangetoond, dan wel dat die politiek ondermijnde en door afdragers van de partijen bemande instelling volstrekt overbodig is. En dat het oeverloze gedram over identiteit nu wel mag stoppen.

Het ontslag van Unia-juriste Rachida Lamrabet doet denken aan het wegsturen van de Italiaanse kandidaat-commissaris Rocco Buttiglione door het Europees Parlement. Buttiglione werd in het najaar van 2004 door de Italiaanse regering en door toenmalig Europees Commissievoorzitter José Manuel Barroso voorgedragen als EU-commissaris voor Justitie. Hij stond bekend als een belijdend katholiek, die bovendien nauwe banden had met het Vaticaan.

Daarom werd hij door de Europese Parlementsleden stevig aan de tand gevoeld, onder meer over zijn houding tegenover homofilie. Want voor een conservatieve katholiek is dat toch zondig, werd gezegd. Waarop Buttiglione: ‘Zelfs al zou ik dat denken, toch heeft dit niet de minste invloed op politieke zaken. Het politieke probleem is dat van discriminatie. Ik ben grondig gekant tegen discriminatie van homoseksuelen, of welke discriminatie ook.’ Maar dat was iets te subtiel voor de europarlementsleden, die Buttiglione prompt wegstemden.

Wat gebeurde nu met Rachida Lamrabet? De juriste werkte al 16 jaar voor Unia, dat in 1989 in het leven werd geroepen als het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding. Het centrum was dan weer een poging tot voortzetting van het werk van Koninklijk Commissaris voor het Migrantenbeleid Paula D’Hondt. Die had aangetoond dat België toe was aan een doortastende bijsturing in de aanpak van enkele samenlevingsproblemen, en vooral van de omgang met migranten.

Het efficiëntste en daarom enige middel voor de bestrijding van racisme en discriminatie is justitie.

Lamrabet, zelf een migrantenkind, is ook een gelauwerde schrijfster. Op verzoek van het Brusselse KVS-theater schreef ze de tekst voor de kortfilm ‘Deburkanisation’. Daarin eist een in nikab gehulde vrouw, gefilmd terwijl ze op haar pc een tekst/mail schrijft, het recht op om zich in naam van haar geloofsovertuiging op deze manier af te schermen voor de buitenwereld, en dus een eigen invulling te geven aan het begrip privacy. Een gedachtegang die eerder al door westerse publicisten en juristen werd ontwikkeld.

Lamrabet zelf denkt er niet aan een nikab, boerka of hoofddoek te dragen, en heeft haar bedenkingen bij het beladen kledingstuk. Maar ze kan begrijpen dat andere vrouwen zich alleen gesluierd op straat willen begeven. Nadat Lamrabet in het weekblad Knack toelichting had gegeven bij haar denkoefening - want meer dan dat is het niet, stormden de suppoosten van de verlichting uit het maquis. Met als gevolg dat de schrijfster werd ontslagen door Unia, dat net zelf onder vuur had gelegen na een onhandig optreden in een antisemitische kwestie.

De latere publicatie van Lamrabets pamfletboek ‘Zwijg, allochtoon!’ en een dubbelinterview in de De Morgen met haar en met theatermaker Chokri Ben Chikha, joegen de als debat ingeklede uitwisseling van verwijten naar zuurstofarme hoogten. In haar boek, veeleer een verzameling van met ingehouden woede neergepende notities, herhaalt Lamrabet haar argumentatie. Waarbij ze ook enkele eigenaardige bedenkingen maakt bij het verbieden van de boerka, terwijl de ‘grote hoeden en dito zonnebrillen’ die vrouwen op Waregem Koerse al eens opzetten geen probleem blijken te zijn (p. 32).

Witte maskers

Een debat als dit over het ontslag van Lamrabet, en voordien van columnist Dyab Abou Jahjah bij De Standaard en Youssef Kobo bij CD&V, wordt gevoerd in een jargon dat meteen aangeeft aan welke kant men staat, zoals identiteit, obscurantisme, cultuurrelativisme, polarisering, gutmenschen, politieke correctheid, waardenkader, islamofobie en de overtreffend trap daarvan: racisme.

Van dat laatste werden ook Lamrabet en Ben Chikha beschuldigd omdat ze staatssecretaris voor Gelijke Kansen en Armoedebestrijding Zuhal Demir (N-VA) viseerden. Volgens hen is Demir ondanks haar Koerdisch-Turkse achtergrond geen ‘barbaar’ zoals zij, maar volledig geassimileerd, omdat ze ‘een wit masker’ heeft opgezet. Een opmerking die zo geplukt lijkt uit het in 1952 gepubliceerde ‘Zwarte huid, blanke maskers’ van Frantz Fanon, de Frans-Martinikaanse psychiater en activist die in de Algerijnse onafhankelijkheidsoorlog de zijde koos van het Front de Libération Nationale (FLN). Volgens Fanon worden zwarte mensen, kort samengevat, gedwongen ‘witte maskers’ te dragen en het innerlijke, het zwarte, het ‘onbeschaafde’ in zichzelf te verdringen, als ze tot de blanke samenleving willen worden toegelaten. Het boek van de haast vergeten Fanon werd herontdekt door publicisten uit de moslimgemeenschap zoals de Franse-Algerijnse Houria Bouteldja die er gretig uit citeert en parafraseert. Ook Lamrabet verwijst in ‘Zwijg, allochtoon!’ naar Fanon.

Actie 'Unia is een lege doos' naar aanleiding van het ontslag van Rachida Lamrabet. ©Photo News

De comeback van Fanon bewijst in elk geval dat deze debatplaat al een tijdje wordt gedraaid, maar ook dat die opgewonden identitaire discussies zo te oordelen weinig zoden aan de dijk zetten. De aanslagen door moslimterroristen en de begrijpelijke angst die daarmee gepaard gaat, hebben er nu voor gezorgd dat dit debat verziekend invreet in de samenleving. Ook al omdat in dat heen-en-weergeblaf alles door elkaar wordt gehaspeld.

Dertig jaar geleden al vatte de Franse antropoloog en filosoof Claude Lévi-Strauss, auteur van ‘Het trieste der tropen’, in een interview met zijn collega-filosoof Didier Eribon in vier punten samen waar racisme op neerkomt. Eén: er bestaat een correlatie tussen het genetisch patrimonium aan de ene kant en de intellectuele bekwaamheden en morele instelling aan de andere kant. Twee: het genetisch patrimonium is eigen aan alle leden van een bepaalde groep. Drie: die groepen, rassen, kunnen worden gehiërarchiseerd in functie van de kwaliteit van hun genetisch patrimonium. Vier: de zogeheten superieure rassen mogen op grond van die verschillen de zogezegd inferieure groepen uitbuiten en zelfs vernietigen. Europa draagt nog altijd de pijnlijke littekens van de toepassing van die doctrine.

In zijn Unesco-lezing ‘Ras en cultuur’ betoogde Lévi-Strauss dat racisme vooral niet mag worden verward met afstandelijkheid. In zijn gesprek met Eribon herhaalde de antropoloog dat het ‘niet laakbaar is als iemand een bepaalde manier van leven of denken verkiest boven alle andere, en zich weinig of niet aangetrokken voelt tot mensen die er een andere, respectabele levenswijze op nahouden omdat die te ver afstaat van de levenswijze waaraan men gehecht is’. Het zou ongepast zijn om wie die keuze maakt als een racist weg te zetten, vond Lévi-Strauss. Puttend uit zijn onderzoekswerk voegde hij daar wel een belangrijke waarschuwing aan toe: ‘Als de westerse samenlevingen niet in staat zijn tot het in stand houden en het uitdragen van sterke intellectuele en morele waarden die krachtig genoeg zijn om mensen van elders aan te trekken en ze ertoe te brengen om die over te nemen, dan pas is er reden tot paniek.’

Een instelling als Unia is van geen enkel nut in de strijd tegen racisme. Als Unia met het ontslag van Lamrabet al iets aantoonde, dan is het wel dat de politiek ondermijnde en door afdragers van de politieke partijen bemande instelling beter kan worden opgedoekt. Het efficiëntste en daarom enige middel voor de bestrijding van racisme en discriminatie is justitie. De democratische rechtsstaat, die veel nieuwkomers in hun land van herkomst nooit kenden, vormt de basis van een samenleving en is precies een van die krachtige intellectuele en morele waarden waar Lévi-Strauss het over had.

Lees verder

Tijd Connect

Gesponsorde berichten

n