Parallelle universums

Marion Debruyne

Het seizoen van de jaarresultaten is weer voorbij en de eindbalans is opgemaakt. Via de beurskoers klonk applaus of boegeroep. Wie niet voldeed aan de winstverwachtingen tuimelde naar beneden. Wie positief kon verrassen ging erop vooruit.

Tegelijk speelt een compleet andere dynamiek in digitaal land. De resultaten en de waardering lijken er nauwelijks iets met elkaar te maken te hebben. Dat blijkt nog het duidelijkst uit de IPO’s waar in 2018 de spotlichten op staan. Dropbox was de eerste. De filesharing service heeft naar verluidt 500 miljoen gebruikers, al zijn er maar 11 miljoen die ook effectief betalen. Op een omzet van 1,1 miljard dollar maakt het een verlies van 112 miljoen. Maar daarom niet getreurd, Dropbox kreeg toch een marktwaardering van meer dan 9 miljard dollar mee, en sprong de eerste week meteen 60 procent hoger.

Traditionele bedrijven die tot digitale bedrijven vervellen, kunnen niet op dezelfde goodwill inzake hun winst rekenen als de van oorsprong digitale spelers.

Spotify is de volgende in de rij. De van oorsprong Zweedse muziekabonnementendienst groeide in 10 jaar tijd naar 157 miljoen gebruikers. Vorige week maakte het bedrijf zijn beursdebuut met een verwachte waardering van 20 miljard dollar. Op de eerste dag sprong die al meteen naar 26 miljard, ook al lijdt het bedrijf fors verlies.

De IPO waar het meest naar uitgekeken wordt, volgt wellicht begin volgend jaar, wanneer Uber de sprong zou wagen. De verwachte waarde van het taxiplatform ligt ergens tussen 50 en 70 miljard dollar. Gigantische cijfers voor een bedrijf dat nog nooit winst heeft gemaakt.

Spotify, Dropbox en Uber hebben drie dingen gemeen: het zijn digitale bedrijven, ze krijgen torenhoge waarderingen en ze maken geen winst. Het lijkt alsof er twee parallelle universums bestaan. Een van de traditionele bedrijven, waar er elk kwartaal druk is om winstgevende groei te realiseren. Wat het moeilijk maakt om op lange termijn te denken. En een van de ‘nieuwe’ bedrijven, waar winst totaal irrelevant lijkt, zolang er maar gegroeid wordt. En waar we moeten geloven in een verre toekomst, wanneer de return komt. Het resultaat van een digitale bubbel, weg van alle rationaliteit? Als we Vijay Govindarajan mogen geloven alvast niet.

Govindarajan, professor aan Dartmouth College, is een gerenommeerd auteur over innovatiestrategie. Hij schreef enkele weken geleden in een opmerkelijk opiniestuk voor Harvard Business Review dat het geen zin heeft naar de balans en de resultatenrekening van digitale bedrijven te kijken. Omdat die simpelweg niet goed weergeven hoe digitale bedrijven functioneren.

Basisprincipe

De reden is dat de traditionele financiële rapporten niet in staat zijn het basisprincipe te vatten dat aan de basis ligt van de competitiviteit van digitale bedrijven. Dat basisprincipe heet ‘toenemende schaalvoordelen op immateriële activa’. Die immateriële activa zijn zaken zoals software, kennis, netwerken en data.

Denk aan het algoritme van Netflix dat adviseert wat je wel eens leuk zou vinden om naar te kijken. Dat algoritme wordt beter en slimmer als het meer gebruikt wordt. Of denk aan de mogelijkheid die Dropbox je geeft om documenten te delen met anderen. Dat wordt alleen maar nuttiger naarmate meer mensen gebruik maken van Dropbox. Dat heet toenemende schaalvoordelen.

Als financiële rapporten niet de goeie basis zijn om digitale bedrijven te beoordelen, moeten we onder de motorkap kunnen kijken.

Meng immateriële activa met toenemende schaalvoordelen en je krijgt het basisrecept van ‘winner take all’-markten. Vandaar dus de focus op groei en het geloof dat uiteindelijk één winnaar overblijft, die op dat moment winst kan putten uit die positie.

Er schuilt gevaar in dat geloof. Vooral als het een blind geloof wordt dat alles wat digitaal is ook ‘winner take all’ is. Als financiële rapporten niet de goeie basis zijn om digitale bedrijven te beoordelen, moeten we onder de motorkap kunnen kijken. Dat vereist een stevige strategische analyse eerder dan een financiële analyse, om de onderliggende dynamiek van het businessmodel te begrijpen. En het vergt ook transparantie van de digitale bedrijven zelf. Welke zijn hun immateriële activa en de kosten die ermee gepaard gaan? En hoe creëren ze waarde voor hun klanten en plaatsen ze een hefboom op de groei?

Daarnaast kunnen we ons de vraag stellen hoe we die parallelle universums bij elkaar brengen. Geen enkel bedrijf kan het zich nog veroorloven niet digitaal te zijn. Die vaak pijnlijke transformatie weegt op de kosten. Maar traditionele bedrijven die vervellen tot digitale bedrijven kunnen niet rekenen op dezelfde goodwill met betrekking tot hun winst. Nochtans investeren ze net in dezelfde dynamieken waar digitale bedrijven hun toekomst op bouwen. Dat Govindarajan zijn opiniestuk samen met zijn accountingcollega’s schreef is tekenend. Want financiële modellen en innovatiemodellen samenbrengen is de gemeenschappelijke uitdaging voor elk bedrijf.

Lees verder

Tijd Connect