Na alle hoogdravende regeerverklaringen confronteert het jaarlijkse Global Competitiveness Report van het World Economic Forum pijnlijk met de realiteit. Die indicatoren meten de aantrekkelijkheid van een land voor buitenlandse investeerders. Een soort Test-Aankoop voor landen dus.

Het slechte nieuws is dat we voor het derde jaar op rij gezakt zijn, deze keer naar positie 22. Buurland Nederland staat op de vierde plaats en is het best gerangschikte Europese land. Vaak wordt schamper gedaan over zulke rankings, zeker in landen die minder goed scoren of dalen. Dan wordt gewezen op alle goede initiatieven en de verandering die in het verschiet ligt. Toch nemen we onze afkalvende reputatie maar beter serieus.

©BNP Paribas Fortis

Zeker als klein land hebben we er baat bij hoger te klimmen op de lijst. België, Ierland, Luxemburg of Nederland hebben vaak hun gebrek aan schaalgrootte gecompenseerd met fiscale gunstmaatregelen of uitzonderingsregimes. In België denken we dan aan de coördinatiecentra, de excess profit rulings of de notionele interestaftrek. Daardoor slaagden we er toch in buitenlandse investeringen aan te trekken. Dat de treinen hopeloos te laat kwamen, de tunnels instortten of de overheid inefficiënt was, deed er dan niet zoveel toe.

Vergeet het opstellen van een Vlaams canon, het aanplanten van Waalse hagen of het bannen van Brusselse auto’s.

Dachten we. Die fiscale gunstregimes liggen massaal onder vuur van de Europese Commissie en de denktank OESO. Meer dan waarschijnlijk worden ze de volgende jaren verder afgebouwd, mee onder druk van de grote landen in de EU. Als het Europese fiscale speelveld gelijker wordt, kunnen kleine landen niet langer het verschil maken met hun gunstregimes. Ze moeten dan de concurrentie aangaan met wat echt telt. Ondernemerschap, de efficiëntie van de overheid, de loonkosten, administratieve eenvoud, het onderwijs of de kwaliteit van de basisinfrastructuur. Voor België en Vlaanderen een grote uitdaging.

Net daarom is het WEF-rapport bijzonder nuttig. Een ruim gamma cijfers voedt het. Van het aantal mobiele telefoonabonnementen tot de mate waarin de overheid openstaat voor verandering. Van de lasten op arbeid tot ondernemerschap. Van de stabiliteit van het financieel systeem tot de kwaliteit van de weginfrastructuur. Het rapport houdt ons een spiegel voor en is waardevol voor het toekomstige beleid.

Half zoveel inwoners

Op een groot aantal indicatoren heeft de overheid zelf een grote invloed. Voor de 'complexiteit van de regulering' staat België op de 94ste plaats, voor de ‘visie van de overheid op de lange termijn’ zijn we beschamend 91ste. Voor infrastructuur krijgen we een belabberde 54ste plaats. Als we het op die drie criteria beter willen doen, kijken we het best naar een land als Singapore. Met half zoveel inwoners als België haalt het in elk van de drie bovenstaande categorieën de gouden medaille.

Op ondernemerschap scoort België evenmin bijster goed. Onze bereidheid risico’s te nemen, de groei van innovatieve bedrijven of de adoptie van disruptieve ideeën kunnen veel beter. Daarvoor voert Israël de ranglijsten aan.

De landen waaraan we ons kunnen spiegelen, zijn geen mastodonten.

Voor elk van onze zwaktes kunnen we een land vinden om als voorbeeld te nemen. Singapore voor infrastructuur, efficiënte overheid en visionair bestuur. Israël voor start-ups, innovatie en ondernemerschap. Zwitserland en Finland voor onderwijs en vorming op de arbeidsmarkt. En de arbeidsmarkt flexibeler maken moeten we leren van Estland.

Ziet u de rode draad? De landen waaraan we ons kunnen spiegelen, zijn geen mastodonten. Meer nog: het machtige en veelgeprezen China staat in geen enkele deelcategorie bovenaan. De Verenigde Staten voeren nauwelijks een handvol ranglijsten aan. De landen die we als voorbeeld moeten gebruiken, hebben een grootte vergelijkbaar met die van België, Vlaanderen of Wallonië. Er is dus geen enkel geldig excuus om die ranglijsten niet vroeg of laat te kunnen aanvoeren.

Vergeet het opstellen van een Vlaams canon, het aanplanten van Waalse hagen of het bannen van Brusselse auto’s. De echte inzet is hoe we ons aantrekkelijker maken voor buitenlandse investeringen en buitenlands talent. Hoe lokken we wetenschappers en ondernemers om hier welvaart te komen creëren? Die welvaart hebben we de volgende decennia hard nodig om alle grote maatschappelijke uitdagingen te financieren.

Hogerop raken in de ranglijsten zou de ambitie moeten zijn. Een hogere plaats moet zelfs nog niet het absolute doel zijn. Spiegelen we ons op de belangrijkste beleidsdomeinen voortaan aan Finland, Zwitserland, Estland, Israël of Singapore, dan raken we vanzelf veel hoger, veel verder en wordt alles vanzelf veel beter.

Lees verder

Tijd Connect