Frank Van Massenhove

‘Everyday Is A New Start’ Sun Glitters, ‘Diving Into Reality’, 2015

‘Waarom is er in de publieke sector nooit een Uber of een Airbnb opgestaan?’, vroeg Vincent Van Quickenborne (Open VLD) deze week op een druk bijgewoond debat in de De Someraula van de KU Leuven. Al gauw ging het over evaluaties bij de overheid en belandde de vraag in de nevelen van de tijd. In een katholieke universiteit zou een jezuïtische wedervraag zoals ‘Waarom ontstaat er nagenoeg geen disruptieve innovatie bij bestaande bedrijven maar wel bij start-ups?’ anders niet misstaan hebben.

©BELGA

Professor Clayton M. Christensen, de grondlegger van de theorie over disruptieve innovatie, gaf in zijn eerste publicatie daarover (uit 1995!) toen al een antwoord op beide vragen. Hij stelde vast dat disruptie niet een beter, maar een simpeler product is voor een andere doelgroep. De bestaande spelers voelen zich niet bedreigd door die nieuwe, gebrekkige producten. Managers, of ze nu in de privésector of voor de overheid werken, maken dus geen kans als ze met dit soort ‘oninteressante producten voor een onbetekenende doelgroep’ hun opdrachtgevers, of het nu hun bestuursraadsleden, hun aandeelhouders of hun ministers zijn, tot een investering proberen te overhalen.

Bovendien is er, vooral in de overheid en tot voor het hernemen van de groei ook in de privésector, geen seed money voorhanden. In 2005 vroeg ik de minister van Begroting een eenmalige investering van 10 miljoen euro met onderliggend een businessplan dat hem jaarlijks 9 miljoen euro intrest garandeerde. Na 2008 werd ik met zulke plannen in het beste geval meewarig bekeken en ontving ik ’s anderendaags een omzendbrief, met de vraag naar een bijkomende besparing van 3 procent.

Het overheidsbedrijf dat het dichtst bij disruptieve innovatie komt, is Bpost. Dat heeft, na Johnny Thijs, met Koen van Gerven weer een top- CEO. Van Gerven vertelde een muisstille De Someraula wanneer Bpost zich had ontdaan van zijn bureaucratische zelf: in 2006, toen een privépartner aan boord kwam. Pas dan kon Bpost beginnen met Management 1.1, stelde hij. Voor de goede verstaander: het einde van politieke betutteling en het begin van serieuze governance.

Dat er bij de overheid geen Ubers zijn, heeft ook te maken met de vaststelling dat ministers geen Abers, Ibers of Ebers tolereren: bedrijven die iets gelijkaardigs geprobeerd hebben maar pijnlijk mislukt en dus onbekend zijn. Geen mensen zijn meer risicoavers dan ministers. Ze zijn als de dood voor krantenberichten over mislukkingen die onvermijdelijk woorden bevatten als ‘weggegooid belastinggeld’, ‘mismanagement’ en ‘verantwoordelijke minister’. Veel overheidsmanagers zijn blij met die ministeriële risicovrees. Vernieuwing is voor velen onder hen (ons) synoniem voor ‘kop op de kapblok’. Ze zijn maar wat gelukkig met evaluaties waarbij het niet-maken van fouten en niet het durven te veranderen beloond wordt.

De grootste overheidsvooruitgang in ons land wordt geboekt door steden.

Dat het aanvaarden van mislukking nochtans een grondvoorwaarde voor innovatie is, bewijst Dimis Michaelides in ‘The Art Of Innovation’. De innovatiegoeroe is ook goochelaar. Hij moedigt mensen tijdens zijn presentaties aan even hard te applaudisseren als zijn truc met de eieren tot een ongewilde eierkoek leidt. Volgens Michaelides is innovatie onmogelijk in een traditionele, top-down aangestuurde organisatie, want die vereist behalve bescherming als een innovatiepoging mislukt, ook een hoge graad van vrijheid en engagement van de mensen in het projectteam.

Toen ik een jaar geleden tijdens een parlementaire hoorzitting over de strijd tegen de sociale fraude het belang van organisatiecultuur probeerde uit te leggen, werd ik weggehoond en met een sneer van de voorzitter naar huis gestuurd. Grappig dat juist hij afgelopen woensdag die vraag over Uber stelde. Diezelfde Van Quickenborne bewijst, samen met tal van andere burgemeesters, dat innovatie wel kan in de publieke sector. De grootste overheidsvooruitgang in ons land wordt geboekt door steden. Het sterkt me in de overtuiging dat we zo snel mogelijk tot stadsgewesten moeten komen en dat het zwaartepunt van de overheidsdienstverlening dáár en niet op federaal en/of Vlaams niveau moet liggen.

Frank Van Massenhove Voorzitter van de federale overheidsdienst Sociale Zekerheid.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Partner content