Vooruitgang in het bankendebat

De Britse Onafhankelijke Commissie voor de Banken, onder leiding van de Oxford-econoom John Vickers, publiceerde vorige week een langverwacht tussentijds rapport over de hervormingsopties voor de Britse banksector. Als de conclusies in september, bij de publicatie van het definitieve rapport, bevestigd worden, is dat een mijlpaal in de discussie over de internationale bankhervorming. Op twee gebieden levert de Commissie-Vickers een belangrijke bijdrage.

Door Nicolas Véron, onderzoeker bij Bruegel in Brussel en gastdocent bij het Peterson Institute for International Economics in Washington.

Allereerst poogt het rapport een duidelijk onderscheid in te voeren tussen het nationaal en het internationaal bankieren. Het zakenbankieren bestaat voornamelijk uit verhandelbare diensten die gemakkelijk van het ene naar het andere land gebracht kunnen worden. De dienstverlening volgt daarbij de klanten, voornamelijk institutionele beleggers en grote bedrijven. Het lokale bankieren is niet zo mobiel: de meeste gezinnen en kleine bedrijven zoeken geen buitenlandse bank op om hun kredieten af te sluiten. Door beide te scheiden levert het rapport een geloofwaardig raamwerk om het lokale bankieren in het Verenigd Koninkrijk te reguleren, terwijl het internationaal bankieren overgelaten wordt aan de internationale instanties, zoals de Financial Stability Board. Zonder twijfel zal het onderscheid tussen het zakenbankieren en het retailbankieren in een en dezelfde financiële groep een belangrijke praktische uitdaging betekenen, maar het rapport heeft het bij het rechte eind als het dat als beheersbaar omschrijft.

Daarnaast legt het rapport nadruk op de concurrentie als centraal element in het reguleren van banken. Dat hoeft niet te verwonderen: John Vickers was zelf een concurrentieregulator. Om een hele reeks redenen wordt bij het financieel toezicht te vaak de nadruk gelegd op de financiële systemen en wordt de rol van de concurrentie geminimaliseerd wanneer het gaat om de marktwerking en de financiële stabiliteit. Meer concurrentie is nochtans een onmisbaar antwoord op de uitdaging van de instellingen die ‘too big to fail’ zijn. Het tussentijdse rapport concentreert zich op de lokale markt en het retailbankieren.

Hoewel het tussentijdse rapport zich vooral inlaat met de Britse toestanden, heeft het een bredere relevantie voor de Europese Unie. Op het eerste gezicht lijkt het afzonderen van de Britse operaties in strijd met de eengemaakte Europese markt voor financiële diensten. Maar omdat de financiële sector een effectieve regulering moet hebben om goed te kunnen functioneren, moeten er ook adequate instellingen zijn die de regulering kunnen afdwingen. Dat betekent gecentraliseerde Europese autoriteiten voor het toezicht op de banken en, in het geval van een faling, een opvang voor banken met pan-Europees bereik. Zolang die instellingen niet bestaan - en de pas opgerichte European Banking Authority schiet nog steeds tekort - blijft een eengemaakte bankenmarkt fictie. Door die contradictie bloot te leggen, levert de Commissie-Vickers een belangrijke bijdrage aan de overheden in de EU.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content