Vrijhandel en sociale zekerheid

Roland Duchâtelet

Donald Trump zou net zo goed de btw kunnen verhogen in plaats van een invoerheffing van 35 procent te overwegen. En dat zonder een handelsverdrag te wijzigen.

Door Roland Duchâtelet, voorzitter van Melexis

Vrijhandel is goed voor iedereen. Dat is het gangbare standpunt van de politieke wereld en van de meeste economen. Deze overtuiging volgt uit de logische redenering dat indien uw buur iets beter kan dan u en dat u iets anders beter kunt dan hem, jullie er belang bij hebben om te ruilen.

Door onze hoge belasting op tewerkstelling was vrijhandel dus niét goed voor iedereen. Onze politici hebben toen geslapen.

Dat was ook min of meer zo in 1948, toen de sociale zekerheid maar 2,5 procent van de overheidsuitgaven vertegenwoordigde en de andere overheidsuitgaven relatief gezien maar de helft van nu. De belastingen waren zeer laag in vergelijking met nu. Daardoor was de ‘ruil’ toen nagenoeg vrij van belastingen. Vandaag zijn de overheidsuitgaven en de belastingen in de meeste West-Europese landen zeer hoog.

Tot de val van de Muur van Berlijn in 1989 bestond onze economische wereld uit West-Europa, de Verenigde Staten en Japan, samen 1 miljard inwoners. In deze landen werd de sociale zekerheid gefinancierd met belastingen op de tewerkstelling, zoals bij ons.

©REUTERS

Toen het communisme in elkaar zakte stelden de Oostbloklanden, de Sovjet-Unie, China, India en andere Aziatische landen zich open naar het Westen. Plots waren er vele miljarden consumenten bij, interessant om onze producten aan te verkopen. Er kwamen echter ook arbeidskrachten bij, veel goedkoper dan de onze. Niet enkel omdat de nettolonen daar veel lager waren, maar vooral omdat er geen of heel weinig belasting op tewerkstelling was.

Daardoor besloten vele bedrijven hun fabrieken in Europa en de VS te sluiten en er te openen in de nieuwe goedkope landen.

Door onze hoge belasting op tewerkstelling was vrijhandel dus niét goed voor iedereen. Onze politici hebben toen geslapen. Hadden ze de belasting op tewerkstelling afgeschaft tot een bedrag van 1.500 euro per maand, dan produceerden Renault, Opel en Ford nog steeds auto’s in België.

De discussie welke belastingen bij onze welvaart passen is net zo belangrijk als de discussie rond vrijhandel. Meer zelfs, ze kan daar niet los van gezien worden.

De toekomstige Amerikaanse president Donald Trump stelt een heffing voor van 35 procent op producten die uit Mexico naar de VS komen. Dat zou bijvoorbeeld auto’s die in Mexico worden gemaakt even duur maken als wagens die in de VS van de band lopen. Die 35 procent is immers in grootteorde vergelijkbaar met de belastingen op tewerkstelling mochten de auto’s (onderdelen inbegrepen) in de VS gemaakt worden. Dat is het idee van Trump.

Door de belasting op werknemers die in de VS auto’s maken af te schaffen en de btw op alle auto’s die in de VS verkocht worden te verhogen, zou Trump echter hetzelfde effect bereiken, en dat zonder een handelsverdrag te moeten wijzigen. De kost van een auto exclusief btw wordt lager door het wegvallen van de belasting op tewerkstelling. De verhoogde btw is gelijk aan die kostendaling, zodat de prijs voor de consument (dus inclusief btw) gelijk blijft.

Vrijhandel is economisch optimaal als er geen belastingen zijn. Belastingen zijn echter nodig om de welvaart te herverdelen en de diensten van de overheid te betalen. De discussie welke belastingen bij onze welvaart passen is net zo belangrijk als de discussie rond vrijhandel. Meer zelfs, ze kan daar niet los van gezien worden.

Lees verder

Tijd Connect