We kunnen onze discriminatiereflex beteugelen

Neuropsychiater. Auteur van ‘Ontketen je brein’ (Lannoo, 2015)

De bewering: ‘Ik discrimineer niemand’, mag u in de prullenmand gooien. We hebben allen een aangeboren discriminatiereflex, maar we kunnen die wel beteugelen met een moeizaam aan te leren antiracistische reflex.

Theo Compernolle neuropsychiater

Historisch, antropologisch en sociocultureel onderzoek toont aan dat discriminatie van groepen die anders zijn dan mijn groep universeel is. Lees er het fascinerende ‘The World Until Yesterday’ van Jared Diamond maar op na.

We zijn allemaal racist, ook ik. Dat ontkennen helpt ons niet vooruit. Racisme zit voor een belangrijk deel in onze genen, omdat het een evolutionair voordeel bood. Oxytocine, het zogenaamde liefdeshormoon dat de binding met baby’s, geliefden en gelijken bevordert, stimuleert tegelijk de discriminatie van anderen. Het zijn twee kanten van dezelfde medaille. Maar die genen en hormonen determineren ons niet. Ze veroorzaken wel een sterke tendens, zoals bij veel gedrag.

Ook de modernste methodes waarmee het brein tegenwoordig onderzocht wordt, tonen aan dat die discriminatie van groepen die anders zijn dan de onze heel diep zit. Om te begrijpen hoe dat precies in zijn werk gaat, moeten we wel iets weten over de werking van de drie breinen die ons gedrag beïnvloeden. Om racisme beter te begrijpen beperken we ons tot het evolutionair heel jonge denkende brein, en het heel oude reflexbrein.

Alleen mensen kunnen echt bewust abstract denken, helemaal los van wat we hier en nu met onze zintuigen ervaren. Wij kunnen denken in termen als ‘wat als?’, wij kunnen denken over de mogelijke gevolgen van ons gedrag, wij kunnen een beslissing uitstellen, er nog eens over nadenken. Dat denken kan ons gedrag corrigeren, maar het is traag.

Ons reflexbrein, helemaal ingesteld op overleven en voortplanting, gaat razendsnel, in fracties van een seconde, van waarnemen naar actie. Doordat het zo snel is, is het ook levensreddend. Met alléén ons trage denkende brein kunnen we niet overleven. De wereld van het reflexbrein is louter het hier en nu, alleen wat ik met al mijn zintuigen op dit moment ervaar, bestaat. Gevolgen op lange termijn kent dat brein niet.

Het reflexbrein is zo razendsnel omdat het werkt met aangeboren snelkoppelingen. Vrees en agressie ten aanzien van mensen die anders zijn dan wij, is er één van. Moderne hersenonderzoeken die ultrasnelle reacties meten, tonen dat ook mensen die duidelijk antiracistisch zijn, een onbewuste racistische reflex vertonen, die ze echter heel snel corrigeren. Die correctie gaat zo snel dat het verschil tussen de eerste discriminerende reflex en het niet-discriminerende gedrag enkel met de modernste methodes te meten is. Die correctie kan razendsnel, omdat ons reflexbrein ook aangeleerde snelkoppelingen gebruikt. Het zijn aangeleerde reflexen, gewoontes: nieuwe gedrag dat we doen zonder erbij na te denken.

Samenleven en samen werken met honderden mensen, de ene al meer ‘anders’ dan de andere, lukt nooit als we de aangeboren reflexvijandigheid niet corrigeren met nieuwe aangeleerde reflexen.

Dat woord ‘aangeleerd’ is cruciaal. Anders dan onze voorouders in de savanne, die leefden en overleefden in hun beperkte stam, leven wij in een multiculturele omgeving, waar we om te overleven moeten samenleven en samenwerken met honderden mensen, de ene al meer ‘anders’ dan de andere. Dat lukt nooit als we de aangeboren reflexvijandigheid niet corrigeren met nieuwe aangeleerde reflexen. Dat leren gebeurt door opvoeding en dagelijkse ervaring. Het probleem is dat iets enkele malen uitleggen aan ons denkende brein absoluut niet werkt, en zeker niet snel genoeg om gedrag dat is uitgelokt door aangeboren reflexen te corrigeren. Het moeten nieuwe aangeleerde reflexen worden, zodat we zonder nadenken de juiste dingen zeggen en doen.

Het aanleren van die reflexen vergt inspanning. De belangrijkste factor is de opvoeding. Ouders en leerkrachten moeten zich realiseren dat een lesje over discriminatie absoluut niet helpt. Je moet honderden malen herhalen, voortdurend het goede voorbeeld geven, steevast corrigeren. Het niet-discrimineren van anderen wordt dan een tweede natuur, met nadruk op tweede.

Schrik daarom niet van een onverwachte discriminerende reflex (ook van jezelf). Het ontkennen van die aangeboren reflex is een gemiste kans om er wat van te leren, op je hoede te blijven voor de aangeboren reflexen en ze te blijven corrigeren.

Kortom, we zijn allemaal racist, we kunnen racisme niet echt helemaal afleren, maar we kunnen wel leren het bliksemsnel te corrigeren.

 

Theo Compernolle is auteur van 'Ontketen je brein' (Lannoo, 2015)

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud