Weddenschap wapent tegen vrijblijvende opinies

Andreas Tirez

Meningen worden nauwkeuriger en beter gestoeld op feiten als je er weddenschappen over afsluit. En minder vrijblijvend.

Door Andreas Tirez, kernlid van de denktank Liberales. Blogt op Economieblog.be

In het publieke debat zijn opinies vaak te vrijblijvend. Opiniemakers en politici worden onvoldoende afgerekend op uitspraken die niet gehinderd worden door feiten. Soms zijn er echter niet genoeg data om goed geïnformeerd te discussiëren. Mensen vallen dan terug op hun eigen ervaringen en hun mens- en wereldbeeld.

Een voorbeeld is de terreurdreiging in Brussel na de aanslagen in Parijs, waarbij Brussel vier dagen lang een belegerde stad leek. Voor sommigen een totaal overdreven maatregel, voor anderen kon men niet voorzichtig genoeg zijn. Hoezeer iemands standpunt beïnvloed wordt door de persoonlijke situatie is moeilijk te bepalen.

Zelf heb ik met Rik Van Cauwelaert, columnist van deze krant, een weddenschap lopen over de overheidsschuld.

Als je ver van Brussel woont en werkt, is het niet ondenkbaar dat je het gevaar minder sterk inschat dan als je elke dag het drukke, internationale treinstation Brussel Zuid moet passeren. De Brusselse pendelaar heeft er meer objectief belang bij dat de dreiging hoger wordt ingeschat dan de thuiswerker op het platteland.

De onterechte invloed van je situatie op je opinie kun je verminderen door een weddenschap aan te gaan over een mogelijke gebeurtenis. Ik zocht en vond een tegenpartij die met mij een weddenschap wilde aangaan over de terreurdreiging in Brussel. Mijn stelling is dat de kans dat een grote aanslag zoals in Parijs ook in Brussel kan gebeuren niet verwaarloosbaar is in 2016, terwijl dat volgens mijn tegenpartij wel zo is. Ik werk in Brussel, terwijl mijn tegenpartij veilig in een centrumstad blijft. De opbrengst werd na wat discussie vastgesteld op 10 euro als er geen grote aanslag zou plaatsvinden (ik zou dan moeten betalen), en 1.000 euro als dat wel het geval was (dan zou ik dat bedrag ontvangen).

©Twitter

Weddenschappen aangaan vermijdt niet alleen vrijblijvendheid, maar dwingt ook tot het nauwkeurig formuleren van de opinie, letterlijk tot na de komma. Zo werd het begrip ‘verwaarloosbaar’ gedefinieerd als ‘kleiner dan 1 procent’ (vandaar de ratio 10 tegen 1.000 euro). Om te kunnen vergelijken met de Parijse aanslag, werd een grote aanslag gedefinieerd als een aanslag met minstens 100 doden.

Die precieze informatie is eigenlijk altijd nodig als je wil begrijpen wat je gesprekspartner nu net bedoelt, maar er wordt in discussies zelden op ingegaan. Nu er een weddenschap is aangegaan, werd automatisch naar die informatie gevraagd om te weten welke voorwaarden je aanvaardt.

Ik acht de vrijblijvendheid van opinies schadelijker dan het lugubere karakter van de weddenschap.

De weddenschap werd kenbaar gemaakt op Twitter. Ze stuitte echter al heel snel op protest. Mensen zagen er vooral een middel in om geld te verdienen op het al dan niet gebeuren van een aanslag zoals in Parijs, wat luguber overkomt. Die reactie is begrijpelijk, maar ze gaat voorbij aan het doel van de weddenschap: de vrijblijvendheid van opinies verminderen. En dat is juist nodig als het gaat om zulke belangrijke dingen als de terreurdreiging. Hoe luguber het ook mag lijken, het spelelement dat een weddenschap oproept, is hier niet de essentie. Bovendien acht ik de vrijblijvendheid van opinies schadelijker dan het lugubere karakter van de weddenschap.

Toch bedachten we de oplossing om de opbrengst van de weddenschap aan een goed doel te schenken, zodat we de beeldvorming konden tegengaan dat we geld wilden verdienen aan een mogelijke aanslag. Het nadeel is wel dat het veel moeilijker wordt om nog een tegenpartij te vinden, omdat je enkel kunt verliezen aan dergelijke weddenschappen.

Ik heb met Rik Van Cauwelaert, columnist van deze krant, een weddenschap lopen over de overheidsschuld. Een paar maanden geleden stelde ik dat de overheidsschuld geen 111 procent van het bruto binnenlands product is, zoals op Twitter beweerd werd, maar eerder 106 procent. Van Cauwelaert was sceptisch over mijn stelling, wat ik te vrijblijvend vond van hem. Hij was bereid tot een weddenschap: hij stelt dat de overheidsschuld eind dit jaar boven 108,5 procent uitkomt, en ik stel het omgekeerde. De inzet is maar een fles sterkedrank en een boek, maar ik kan niet wachten om ze in ontvangst te nemen!

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Partner content