Weg met regels die open ruimte vernietigen

Geert Noels

Vindt u ook dat een en ander dringend op de schop moet? Dan zit u op dezelfde golflengte als onze opiniemakers. Wat keilen jullie met plezier de prullenmand in, vroegen we hun. Vandaag: Econoom Geert Noels.

Geert Noels, econoom en stichter van Econopolis

©Dries Luyten

‘Wat mag er in de prullenmand? Welke wet of regelgeving, gebruik of hinderende maatregel zou je willen elimineren?’ Een prikkelende vraag van de Tijd-redactie die al enkele weken door mijn hoofd spookt. Zo gebeurde het dat ik op de fiets door de Alpen reed met in mijn hoofd ‘prullenmandideeën’. De absurde soldenwetgeving bijvoorbeeld. Of de postsubsidie voor het leveren van de papieren kranten, die aanvoelt als het subsidiëren van de oude economie. Maar zo’n idee zou natuurlijk vloeken in deze kerk zijn.

Terwijl de cols steiler werden, wilde ik het monopolie op het uitbetalen van de werkloosheidsuitkeringen door de vakbonden in herinnering brengen. Een inkomstenstroom die een knoert van een belangenconflict oplevert. Maar ook de niet-inkomensgerelateerde subsidiëring van elektrische wagens, waardoor vermogenden een duwtje krijgen om hun peperdure stalen-maar-duurzame-ros te financieren, smeet ik in de virtuele prullenmand. En al die onzinnige ‘minimale uitgavennormen’ zoals de 0,7 procent voor ontwikkelingssamenwerking, die alle rationele discussie weghaalt uit een belangrijk debat.

Bedrijfssubsidies

Het afschaffen van alle bedrijfssubsidies en ze omzetten in een eenvoudige lastenverlaging is uiteraard een topidee. Dat geldt voor alle uitzonderingsclausules - fiscale aftrekken en belastingverminderingen - ooit ingevoerd om een doelgroep plezier te doen. De afschaffing zou de tienduizenden ambtenaren van Financiën kunnen vrijmaken om de grotere fraude aan te pakken.

Maar die ideeën haalden de eindmeet niet. Voor mijn ‘prullenbak’ verkies ik niet de fiscale koterijen, maar de echte. Wat maakt van België - correctie, vooral Vlaanderen - zo’n onnavolgbaar chaotisch geordend land? Welke regelgeving leidt ertoe dat vanuit de lucht de landsgrenzen goed zichtbaar zijn? Sta je weer op de begane grond, dan doorkruis je al snel de lelijkheid van onze lintbebouwing. De gevolgen zijn echter maatschappelijk, economisch en ecologisch rampzalig: duurder openbaar vervoer, congestie, verkeersonveiligheid, slechtere energie-efficiëntie van onze huizen, vervreemding en een krimpend natuurbestand.

Het verschil in openbare ordening verklaart veel van de efficiëntieverschillen met andere kleine landen zoals Denemarken, Nederland, Zwitserland.

Het verschil in openbare ordening verklaart veel van de efficiëntieverschillen met andere kleine landen zoals Denemarken, Nederland, Zwitserland. Die zijn er wel in geslaagd van de vrijwaring van de openbare ruimte een prioriteit te maken. De wegen zijn er bijvoorbeeld efficiënter, ‘zuiniger’ maar op de koop toe veiliger.

De Belg blijft zweren bij nieuwbouw. De bouwlobby blijft duwen voor meer verkavelingen ‘omwille van de tewerkstelling’. Dit beleid is niet duurzaam, omdat het stilaan op de grenzen van de verkavelingswoede botst. Er zou dus nog meer een beleid van vernieuwbouw en zelfs van afbraak van wildbouw uit het verleden moeten komen. Maatschappelijk verdedigbaar mits planning op lange termijn. Maar het impliceert ook dat in onze steden meer in de hoogte mag worden gebouwd, wat dan weer door andere wetgeving wordt bemoeilijkt. Onze wetgeving telt absurde ‘opvul- of afwerkingsregels’, die lintbebouwing institutionaliseren.

Wet-Major

De slechte coördinatie tussen de gemeenten en de regionale en federale overheden leidt dan weer tot ‘elk dorp zijn bedrijventerrein’. Nog absurder is dat de onwil om iets te doen aan de Wet-Major over de havenarbeid een belangrijke drijfveer is om ‘de haven te laten starten aan de rand van de Major-perimeter’. Dat gebeurt ook om de congestie te ontwijken die het gevolg is van het hierboven beschreven beleid, met als gevolg allerlei nieuwe containerhavens en logistieke parken, die dan weer toegang vragen tot spoor- en snelweg. Een vicieuze cirkel.

Maar zelfs de afschaffing van alle wetgeving die onze open ruimte doet verdwijnen, zal niet volstaan. Er moet iets gebeuren met de houding van beleidsmakers om bij elk nieuw idee beslag te willen leggen op een stukje ongerepte open ruimte. De typische verdediging dat ‘die nieuwe projecten, nieuwe jobs brengen’ mag meestal doorprikt worden. Doorgaans gaat het om ‘verschoven jobs’, slechts zelden om ‘nieuwe jobs’. De studies die het beslag op de open ruimte met ‘de jobcreatie’ ondersteunen, mogen door media én economen best wat kritischer bekeken worden. Niet alleen valt steeds de opgeblazen post ‘indirecte jobs’ op, onlangs zag ik daarbovenop zelfs het innovatieve begrip ‘geïnduceerde jobs’. Als je een onderzoeksrapport betaalt dat jobs verzint, gaan veel deuren open. Een betere samenwerking tussen overheden zou veel terreinwinst kunnen opleveren. Meer coördinatie en een optimalisatie van de beperkte overheidsmiddelen komen alle spelers ten goede. Een betere samenwerking tussen de havens zou de investeringen efficiënter maken. Nieuwe projecten op zee in plaats van op de beperkte ruimte op land zijn daarvan een voorbeeld.

Jammer genoeg is veel van het onheil al geschied. In feite zou ons land een groot afbraakprogramma moeten opzetten, gespreid over meerdere decennia. Een gecontroleerd uitdoofscenario van ‘wildbouw’ en de herwaardering van dorps- en stedelijke kernen. Dat zou onze bouwers heel wat nieuwe opdrachten kunnen geven en ons land efficiënter maken voor de grote uitdagingen: energie, milieu, vergrijzing, mobiliteit.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Partner content