Welvaartskloof regio's is een hardnekkig beest

©RV DOC

In Engeland is de welvaart ongelijk verspreid over de verschillende regio’s. De verschillen zijn er groter dan in België, en het noorden doet het slechter dan het zuiden. De economische geografie kan licht werpen op deze hardnekkige trend.

Door Andreas Tirez. Blogt op Economieblog.be en is kernlid van de liberale denktank Liberales

De Britse welvaartskloof is groot. De ongelijkheid is er hoger dan in België. Maar nog sterker dan hier is de welvaart er geografisch ongelijk verspreid. In het noorden liggen vooral de arme regio’s, in het zuiden de rijkere regio’s, met op kop de hoofdstad Londen. In tien jaar tijd is dat nauwelijks veranderd.

Het armere noorden heeft de neergang van de zware industrie nog steeds niet verteerd. In die zin lijkt het wat op België, dat ook een geografische, economische ongelijkheid kent. Toch zijn de verschillen in het VK groter en zijn de arme regio’s er economisch nog slechter aan toe. Ongeveer één op de vijf (zie tabel), brengt een lagere koopkracht voort dan in Henegouwen, de armste regio van België.

Nochtans hebben de Britten niet de zogenaamde problemen die wij in België hebben en die soms aangehaald worden om de mindere prestaties van Wallonië te verklaren. Om te beginnen spreekt iedereen er dezelfde taal, wat de geografische arbeidsmobiliteit zou moeten vergemakkelijken. Men kan evenmin wijzen op de ingewikkelde politieke structuur van het land, aangezien het geen federaal land is. Het Verenigd Koninkrijk kent bovendien slechts uitzonderlijk een coalitieregering: meestal krijgt de grootste partij alle macht, of die nu een absolute meerderheid heeft of niet. Het zorgt ervoor dat regeringen op een paar dagen gevormd zijn.

Ten slotte zijn de belastingen er een pak lager. De totale overheidsinkomsten lagen in 2013 op 41,3 procent, tegenover 52 procent in België.

Men zou kunnen opwerpen dat België klein is en dat de economische activiteit homogener verspreid zou moeten zijn, maar ook dat gaat niet op. Hoewel het noorden duidelijk armer is, zijn er regio’s die er veel beter presteren, zoals Chesire. Die regio doet het beter dan bijvoorbeeld West-Vlaanderen. Chesire ligt vlak naast Staffordshire en Shropshire, die het dan weer slechter doen dan Henegouwen.

Zoals gezegd is de welvaartskloof niet nieuw. Het noorden doet het al decennia slechter en er lijkt niet onmiddellijk beterschap op komst. Het is een fenomeen in vele landen. In de Verenigde Staten zijn de zuidelijke staten zoals Mississippi en Alabama al decennia het armst. In Duitsland zijn de Länder van het voormalige Oost-Duitsland nog lang niet op hetzelfde niveau als voormalig West-Duitsland. En ook in Italië boert het zuiden nog steeds achterop. Het gaat telkens om een zeer hardnekkige kloof, bovendien in landen waar dezelfde taal wordt gesproken.

De verklaring is volgens mij te zoeken in de theorie van de economische geografie. In die theorie tracht men rekening te houden met de ruimtelijke dimensie in de economie. Uiteraard betreft dat de transportkosten, maar evenzeer concentratie- of agglomeratie-effecten. Voor veel aspecten, zoals het vinden van geschikt personeel, is het voor bedrijven voordelig om zich dicht bij elkaar te vestigen. Zodra een cluster gevormd is, krijgt dat een zelfversterkende dynamiek: de cluster trekt bijkomende activiteit aan.

Een groot nadeel aan clustervorming is echter dat dat zeer slecht gestuurd kan worden. De politiek kan wel de algemene voorwaarden trachten te verbeteren, maar de bedrijven zullen uiteindelijk toch die locatie kiezen die hen het beste past. Meer nog, het creëren van een beter economisch klimaat kan clustervorming nog versterken. Daardoor kunnen bepaalde regio’s nog armer worden, ook al wordt dat verlies meer dan gecompenseerd door de al rijke regio’s die nog rijker worden. Het land als geheel gaat er dan wel op vooruit, maar dan ten nadele van zij die het al moeilijk hadden.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect