WikiLeaks, goede of slechte facelift voor diplomatie?

De WikiLeaks-affaire zal de diplomatie onherroepelijk veranderen, al zijn de gevolgen op lange termijn moeilijk in te schatten. Hoe dan ook, het slechtste dat de overheid kan doen, is informatie nog meer beperken en controleren. U hoort het van Carne Ross, een klokkenluider in het onderzoek naar de Britse betrokkenheid bij de invasie van Irak.

De massale onthullingen van geheime Amerikaanse diplomatieke berichten door de klokkenluidersite WikiLeaks is een gebeurtenis van historisch formaat. We mogen zelfs gerust spreken van een aardverschuiving. Het aantal gelekte berichten is zo groot, en heel wat van de informatie die ze bevatten zo gevoelig, dat de gevolgen diepgaand, langdurig en veelvuldig zullen zijn.

Niemand - noch WikiLeaks, noch de Amerikaanse overheid - kan momenteel weten of die effecten goed of slecht zullen zijn. Waarschijnlijk beide. Er zullen onmiddellijke politieke gevolgen zijn, maar ook gevolgen die langer doorwerken, zeker voor de diplomatie zelf.

Vele van de gelekte diplomatieke berichten zijn bijzonder gevoelig en gênant en zullen dus zeer snel effecten hebben. Zo is het Amerikaanse diplomatieke mailverkeer dat de corruptie van de regering-Karzai in Afghanistan detailleert, heel schadelijk. Berichten van de Amerikaanse ambassade in Londen over het kruiperige pro-Amerikaanse enthousiasme van Britse politici verbazen niet, maar het is een andere zaak als je die slaafsheid zwart op wit ziet. Bovendien gelardeerd met uitspraken van individuele politici, van wie sommigen nu aan de macht zijn.

Carne Ross

Was 15 jaar Brits diplomaat. Maakte als Midden-Oostenexpert bijna vijf jaar deel uit van de Britse delegatie in de VN-Veiligheidsraad. Hij nam ontslag nadat hij geheime informatie had gegeven aan een officieel onderzoek naar de oorlog in Irak. Carne Ross stichtte en leidt Independent Diplomat, de eerste nonprofit diplomatieke adviesgroep met kantoren in onder meer New York, Londen, Washington en Brussel.

Nog schadelijker zijn de buitengewone telegrammen uit het Midden-Oosten. Één president vraagt de Verenigde Staten zelfs vliegtuigen te sturen om doelwitten in zijn eigen land te bombarderen, waarbij hij lacherig verklaart dat hij tegenover zijn eigen parlement zal liegen over de aanvallen. En een inlichtingenchef van een ander bevriend Arabisch land smeedt plannetjes met een hooggeplaatste Amerikaanse bezoeker over hoe Hamas, Hezbollah en Iran klein te krijgen. Woorden als ‘beschadigend’ en ‘gênant’ vatten zelfs niet echt de impact van zulke onthullingen. En er zijn nog veel, heel veel gelekte berichten op komst.

Als reactie op die buitengewone bres in de informatieveiligheid reppen overheden zich ongetwijfeld om hun data te beveiligen en ze meer dan ooit onder controle te houden. Maar het paard is nu eenmaal op hol geslagen. Als een overheid zo professioneel, technisch gesofistikeerd en goed beschermd als de Amerikaanse te maken kan krijgen met een bres van die omvang, is geen enkele overheid veilig.

Monopolie

In Amerika roepen politici en wijsneuzen van rechts en links dat WikiLeaks-oprichter Julian Assange, die gisteren werd aangehouden door de Britse politie, vervolgd moet worden. Ze vinden zelfs dat de klokkenluidersite gebrandmerkt moet worden als een terroristische organisatie. Maar die woede is eigenlijk een stilzwijgend toegeven dat het monopolie van de overheid op haar eigen informatie definitief tot het verleden behoort.

De onthullingen van WikiLeaks zullen grote implicaties hebben voor hoe aan diplomatie wordt gedaan, al zal je dezer dagen niet gemakkelijk een diplomaat vinden die dat wil toegeven. Overheden proberen - niet het minst tegenover elkaar - de schijn op te houden dat niks veranderd is en dat het ‘business as usual’ is. Heel wat diplomaten vertellen elkaar dat ze over enkele weken opnieuw zullen kunnen roddelen en vertrouwelijkheden uitwisselen zoals tevoren.

Toch is er wel degelijk iets subtiels en onder de oppervlakte gebeurd. Nooit meer kunnen functionarissen en diplomaten ervan uitgaan dat wat zij rapporteren nooit zijn weg zal vinden naar het web. De veronderstelling dat overheden hun zaakjes met elkaar in het geheim kunnen bedisselen, onttrokken aan de priemende ogen van de publieke opinie, is begraven door WikiLeaks.

Pessimisten beweren dat WikiLeaks leidt tot niet meer maar minder transparantie, naarmate overheden de circulatie van informatie zullen beperken en wie lekt nog zwaarder zullen straffen. Sommigen in de VS eisen zelfs dat degene die naar WikiLeaks heeft gelekt, naar verluidt een jonge Amerikaanse soldaat, geëxecuteerd wordt.

Informatiebeperking en zwaardere straffen kunnen inderdaad een van de gevolgen zijn. Maar intelligente overheden en functionarissen zullen beseffen dat zo’n reactie de weg vrijmaakt voor nog meer onthullingen. Hoe meer overheden toedekken en inperken, hoe sterker het motief voor de klokkenluiders van de toekomst. De geest is uit de fles. Zelfs als WikiLeaks voorgoed dichtgaat, zullen er meer van die websites komen.

Overheden staan dus voor een keuze. Het beste antwoord op deze dramatische gebeurtenis is dat ze zelf een veel grotere transparantie toelaten en bevorderen. WikiLeaks wordt immers gedreven door een diep en wijdverspreid gevoel dat westerse regeringen de voorbije jaren niet de waarheid hebben gesproken over de ‘war on terror’, over Afghanistan en over Irak.

Dat aanvoelen klopt ook. Ik nam ontslag bij de Britse overheid, waar ik verschillende jaren had gediend als de Irak-‘expert’ bij de Verenigde Naties, omdat ze niet de waarheid had verteld over de redenen voor de invasie van Irak. Als regeringen in staat zijn te liegen over zulke ingrijpende gebeurtenissen, waarom zouden we ze dan nog vertrouwen?

Democratie

Als overheden het vertrouwen van de bevolking willen terugwinnen, dan is meer restrictie en minder informatie het verkeerde antwoord op de WikiLeaks-affaire. Parlementen en regeringen moeten integendeel immens meer transparantie en verantwoording leveren, en de bevolking zou dat ook moeten eisen.

Uit mijn werk als diplomaat - inbegrepen de zeer gevoelige kwesties als Irak en Afghanistan - weet ik dat er veel te veel geheim wordt gehouden. Geheimhouding bevordert noch het vertrouwen, noch het nemen van goede beslissingen. Wel integendeel. We staan op een kruispunt, en het is aan de bevolking, de politiek en de democratie om te beslissen welke weg we inslaan - dicht of open, transparant of geheim - om meer te worden vertrouwd of nog meer te worden gewantrouwd.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content