Het oorspronkelijke Copernicusidee van een efficiënte overheid met verantwoordelijke overheidsmanagers wordt sedert 2003 steeds verder afgebroken. Straks rest enkel een reusachtig zinkgat.

Door Frank Van Massenhove, voorzitter van de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid. Schrijft in eigen naam.

I'm a fool to do your dirty work, Oh yeah

I don't want to do your dirty work no more

Dirty Work, Steely Dan, Can't Buy A Thrill, 1972

Ik ben er na een lange, verkwikkende vakantie terug, lieve lezer. Zo verkwikkend dat ik me zelfs mijn paswoorden niet meer herinnerde. Dat is blijkbaar ook het geval voor onze regeringsleden, die zich hun pensioenbeslissingen niet meer voor de geest konden halen. Dinsdag kwam het college van de voorzitters van de federale ministeries samen en zij konden zich niet meer herinneren dat hun advies gevraagd was over de elfde verandering van het mandatenstatuut die de regering op de laatste werkdag voor de vakantie beslist had. Dat had niets met de vakantiezon te maken. Het was hun gewoon niet gevraagd.

De minister van Ambtenarenzaken heeft de gewoonte om zelfs over pietluttigheden het advies van de belangrijkste ambtenaren van het land te vragen, maar als het gaat over de selectie en de evaluatie van die overheidsmanagers blijkt hij ineens lak te hebben aan hun mening

Raar, want de minister van Ambtenarenzaken heeft de gewoonte om zelfs over pietluttigheden het advies van de belangrijkste ambtenaren van het land te vragen, maar als het gaat over de selectie en de evaluatie van die overheidsmanagers blijkt hij ineens lak te hebben aan hun mening. Nu zou je kunnen zeggen dat de voorzitters te vooringenomen zouden kunnen zijn in een materie die op hen van toepassing is. Maar dan moeten politici wel consequent zijn: dan horen ze zelf ook niet te beslissen over hun statuut en hun directe en vooral zeer indirecte inkomsten.

Toch kan dat niet de echte reden zijn voor het negeren van de voorzitters, want de minister van Ambtenarenzaken vroeg wel het advies van het College van de Administrateurs-generaal van de Openbare Instellingen van Sociale Zekerheid. Niet dat hij echt geïnteresseerd was in hun mening, want hij wachtte hun advies niet eens af om de regering zijn voorstel te laten goedkeuren. Ondertussen is dat advies er. Het is vernietigend.

We hebben minutenlang gegierd toen iemand de vergadering erop attendeerde dat de regering met de verandering de depolitisering van de administratie wilde bevorderen en meer privésectormanagers wilde aantrekken.

Toch was het niet louter kommer en kwel op de vergadering van de voorzitters. We hebben minutenlang gegierd toen iemand de vergadering erop attendeerde dat de regering met de verandering de depolitisering van de administratie wilde bevorderen en meer privésectormanagers wilde aantrekken.

Over politisering kunnen we kort zijn: zolang managers door politici worden aangeduid en geëvalueerd - en daar verandert met de nieuwe regeling niets aan - zal dat meerkoppige monster een rustig bestaan kennen. De politisering bij de rechters heeft pas een einde genomen toen niet de regering maar de benoemings- en aanwijzingscommissie kon bepalen wie rechter werd en welke rechters bevorderd hoorden te worden. De eenvoudige regel dat tien van de veertien leden zich akkoord moeten verklaren over wie het meest geschikt is, heeft de ziekelijke situatie in een paar jaar gesaneerd. Zo’n eenvoudige oplossing stond de regering niet voor ogen. Ook de oppositie niet, want ze had niet het begin van kritiek op de regeringsbeslissing.

Over politisering kunnen we kort zijn: zolang managers door politici worden aangeduid en geëvalueerd - en daar verandert met de nieuwe regeling niets aan - zal dat meerkoppige monster een rustig bestaan kennen

De vaststelling dat bedroevend weinig managers uit de privésector zich aangesproken voelen om hun talenten bot te vieren in de publieke sector is correct. Ik heb daar in mijn lange loopbaan veel collega’s uit de privésectorcollega’s proberen toe aan te zetten. Sommigen overwogen even de overstap, maar haakten af na verhalen van politieke inmenging, druk en chantage en van tot evaluaties omgebouwde disciplineringsmachines. Voor mensen uit de privésector staat de ijselijke manier waarop opeenvolgende regeringen een einde maakten aan de opdrachten van mensen zoals Johnny Thijs bij De Post, Karel Vinck bij de NMBS en Didier Bellens bij Belgacom, nog helder voor de geest.

Het nieuwe besluit van de regering zal daar niets aan veranderen. Integendeel, vanaf nu kan een overheidsmanager zijn job maximaal twee mandaten van zes jaar uitoefenen. Na twaalf jaar krijg je een oprotpremie en loopbaanbegeleiding. Tenzij je ambtenaar bent. Dan krijg je een hoge benoeming - een joekel van discriminatie die de Raad van State, die zich nog over die beslissing moet uitspreken, toch moeilijk kan ontgaan.

Met de beperking van het aantal mandaten wil de regering meer mobiliteit creëren en dat is een goede doelstelling. Alleen doe je dat niet door mensen na twaalf jaar de professionele afgrond in te kegelen.

Als er al mensen uit de privésector de overstap naar de overheid durven te wagen, dan is het dus weinig waarschijnlijk dat ze jonger zullen zijn dan 53 jaar. Iemand van 45 weet dat hij misschien op zijn 51ste na een evaluatie, maar zeker op zijn 57ste op zoek moet gaan naar een nieuwe uitdaging. Met de beperking van het aantal mandaten wil de regering meer mobiliteit creëren en dat is een goede doelstelling. Alleen doe je dat niet door mensen na twaalf jaar de professionele afgrond in te kegelen.

De hele regeling is een rommeltje. Mocht u denken, Frank voelt zich geviseerd, weet dan dat ik, op anderhalf jaar van het einde van mijn mandaat, niet geïmpacteerd ben door de regeringsbeslissing. Wat wel wringt, is de vaststelling dat het oorspronkelijke Copernicusidee van een efficiënte overheid met verantwoordelijke overheidsmanagers sedert 2003 steeds verder afgebroken wordt. Straks rest enkel een reusachtig zinkgat.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Partner content