Zo saai, en zo belangrijk

Soms heb je een smalle lens nodig om de ware kenmerken van grote voorwerpen waar te nemen. De toekomst van de financiële globalisering is een van de grootste onopgeloste problemen van onze tijd. Boekhouden daarentegen wordt vaak beschouwd als een saaie technische kwestie. Nochtans zijn er met het beleidsdebat over vooral de International Financial Reporting Standards (IFRS) die in steeds meer landen de lokale boekhoudnormen vervangen, grote belangen en belangrijke lessen voor de globale financiële integratie gemoeid.

Door Nicolas Véron, senior fellow bij de Brusselse denktank Bruegel en visiting fellow aan het Peterson Institute for International Economics in Washington.

Veel waarnemers zijn recent het belang van boekhouden gaan inzien, door de controverse rond het ‘mark-to-market’-principe - de waardering van financiële instrumenten in de boekhouding op basis van hun actuele marktwaarde - tijdens de financiële crisis. Eind 2007 en begin 2008 klaagden prominente financiers en analisten dat de prijsdalingen voor hypothecaire effecten en andere activa zinloos waren, en dat deze activa tegen een lagere waardering op de balansen zetten een onvermijdelijke crisis nog zou verhaasten.

Nu weten we dat die analyse verkeerd was. De reden voor de lagere prijzen was niet tijdelijke illiquiditeit, maar een fundamenteel verlies aan waarde. Verplichte kapitaalratio’s kunnen dan wel geschikt zijn om de volatiliteit op korte termijn van de marktprijzen te filteren, maar het financiële boekhouden moet beleggers een getrouwe weerspiegeling geven van de huidige marktvoorwaarden.

Topmensen uit de financiële sector en hun lobbyisten hebben het debat zo vertroebeld dat veel beleidsmakers er nog steeds van overtuigd zijn dat ‘fair value’-accounting een belangrijke factor was die de crisis in gang heeft gestoken. Dit zet een kenmerk van boekhouden in de verf dat zich ook uitstrekt tot de meeste andere domeinen van de financiële regulering: omdat de kwesties zo technisch zijn, en de belangen zo groot, kan het beleidsdebat en de beleidsbeslissingen gemakkelijk gegijzeld worden door gevestigde belangen. Daarom ook is governance cruciaal.

Het is nog te vroeg om te beoordelen of het IFRS-experiment zal slagen of mislukken. Maar nu al zijn lessen te trekken die de gemeenschap van de professionele accountants ver overstijgen.

Een eerste les is dat financiële regels geen utopische visie zijn maar een realiteit. De aanvankelijke successen van IFRS waren verbazingwekkend en hun invoering is vlot verlopen. Dat begon in de Europese Unie in 2005, maar nu gaan steeds meer landen die weg op. Onder de juiste omstandigheden kan de harmonisering van de financiële regelgeving werken over continenten heen.

Een tweede les is dat de crisis de behoefte heeft doen toenemen aan een openbaar toezicht op de financiële regels, alleen is nog niet duidelijk hoe dat efficiënt en consistent kan gebeuren. In 2009 is er een zogenaamd monitoringcomité van publieke instellingen opgericht om de IFRS Foundation te controleren, maar de constructie zit slecht in elkaar en de effectiviteit is twijfelachtig. Het ziet ernaar uit dat we voor de afzienbare toekomst moeten leven met ‘trial and error’-experimenten voor internationale instellingen voor financiële regelgeving.

Een derde les is dat de internationale instellingen zich moeten aanpassen aan nieuwe evenwichten in de financiële wereld. De IFRS Foundation bedient nog steeds hoofdzakelijk de VS, de EU en Japan, ook al vormen grote opkomende economieën een steeds groter deel van het financiële wereldgebeuren. Als China, India en andere landen niet sneller een zeg wordt gegeven in globale instellingen, zie ik niet in hoe dergelijke organisaties hun potentieel kunnen waarmaken.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content