CEO van Studio 100

Dagen heb ik ernaar uitgekeken, en nu is het zover: vandaag heb ik geen afspraken, geen verplichtingen. Ik ga nietsdoen. Koffie drinken en naar de wolken staren. Maar wat ik al vreesde: genieten lukt niet. Onrust maakt zich van mij meester. Gewoon de tijd doden wekt een schuldgevoel op, een verlangen om daden te stellen.

Ik trek mijn jas aan en ga naar buiten. Op een meerpaal aan de waterkant zit een man. ‘Daar een meeuw’, zegt hij. ‘Kijk hoe mooi zij vliegt.’ Mij was ze niet opgevallen. Meeuwen krabben huisvuilzakken open. ‘Van hieruit zie je mooie zonsondergangen. Als je traag kijkt, gaat de zon snel onder’, zegt de man, die eruitziet als een prille vijftiger.

‘Zit je vaak op deze plek?’, vraag ik. ‘Relaxen is het enige wat ik nog doe,’ lacht hij. ‘Vroeger was dat anders. Toen vader stierf, namen mijn broer en ik het bedrijf over. We waren volmaakt samen. Deelden alles. Waren peter van elkaars kinderen. Op zaterdag aten we bij moeder als één grote familie steak met frietjes. In de zomer gingen we samen op reis, in één mobilhome, naar Praag.’

‘Maar met de jaren kwam de wrevel. Mijn broer keek op me neer. De grapjes werden grimmiger. Hij had geen respect. Er was geen dialoog, geen harmonie. Alleen maar ergernis. Als oplossing besloten we om beurten te werken: elk één week. Eerst was er vrijdag overdracht. Het laatste contact. Dan alleen nog mails en post-its. Uiteindelijk vervreemding. Stilte. En ik had buikpijn, hevige buikpijn. De dokters keerden mijn darmen binnenstebuiten. Niets vonden ze.’

'Gij hebt geluk’, zeggen mijn vrienden. Bij de geboorte was uw broodje gebakken. Maar mijn prachtige kantoor was jaren een gevangenis. Ontsnappen leek niet mogelijk.’ ‘Hebben jullie dan geen familiecharter of regels onder aandeelhouders ?’, vraag ik. Hij buigt voorover op zijn meerpaal en spreekt bezwerend: ‘In een familiebedrijf voert emotie de boventoon. Regels of geen regels, het recht van de sterkste geldt. De keerzijde van affectie is boosheid, wantrouwen, pijn en spijt.’

In een familiebedrijf voert emotie de boventoon. Regels of geen regels, het recht van de sterkste geldt.
Een ex-ondernemer

‘Hoe is het afgelopen?’, wil ik weten. ‘Ik ben eruit gestapt. Voor een redelijke prijs. Ik was niet de sterkste, wel de slimste. Ik ben naar huis gegaan en heb drie maanden geslapen. Buikpijn weg. Foetsie. En nu doe ik alleen nog waar ik zin in heb,’ zegt hij. Hij neemt een muntstuk uit zijn zak en gooit het in het water. ‘Plop!’ We kijken samen naar de cirkels.

‘Ik heb een motor gekocht. Daarmee zwerf ik rond. In mijn eentje. Liefst in Griekenland. Of ik naar links of naar rechts rij, ik beslis. Wat ik eet, is mijn keuze. Niemand oordeelt, niemand kijkt mee. Nu geniet ik. Van worst met kool, van wandelen in de sneeuw, of gewoon van zwijgen met een vriend. Niets hoeft nog memorabel te zijn.’

‘Ziehier mijn nieuw kantoor, een meerpaal aan de waterkant.’ Zijn lach buldert over het dok.

Op weg naar huis denk ik aan het drama dat zich vaak in familiebedrijven afspeelt. De tweede of de derde generatie draagt een moeilijk lot. Ze zijn als prinsen, door een bloedband voorbestemd. Maar tegelijk met handen en voeten gebonden. Ze willen ook managen, zich ontplooien, iets realiseren. Maar vaak plegen ze destructie op de waarde van het eigen aandeel.

In een weekblad staat een paginagrote advertentie voor een prachtige motorfiets. Een droom te koop. Een man rijdt door een glooiend landschap naar de horizon, zijn vrijheid tegemoet. ‘Plop!’ Ik gooi het weekblad in de papiermand en start met het beantwoorden van een weer eindeloze rij mails

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud