Achterkamertjespolitiek?

Caroline Pauwels

Achterkamertjespolitiek. Zo omschreven veel commentatoren onverbiddelijk de manier waarop de Europese topfuncties werden verdeeld. Dat oordeel wil ik graag nuanceren.

België is best complex met al zijn gemeenschappen, beleidsniveaus en partijen. Maar Europees is die complexiteit nog vele malen groter. Daar moet je proberen een vergelijk te vinden tussen 28 lidstaten met elk een eigen geschiedenis en politieke cultuur. Bovendien heb je nog eens een stuk of acht weinig samenhangende partijfamilies. En daar bovenop ontelbare lobbyisten. De Franse socioloog Edgard Morin noemt Europa terecht een ‘Unitas Complex’.

Er is nog werk aan de democratische winkel. En toch zet de Europese politiek een interessante toon.

Toch zijn ze er in die Unitas Complex vrij snel in geslaagd een akkoord te vinden over de verdeling van de politieke macht. Of het er allemaal even fraai aan toeging, is een andere zaak. Er is nog werk aan de democratische winkel. En toch zet de Europese politiek een interessante toon.

Dat dit keer naar een billijk genderevenwicht wordt gestreefd bij de verdeling van de topfuncties, is lovenswaardig. Zo komt Christine Lagarde aan het hoofd van de Europese Centrale Bank en wordt Ursula von der Leyen voorzitster van de Europese Commissie. Een mijlpaal. De nieuwe Commissievoorzitster streeft naar een gender-evenwichtig samengestelde Commissie. Dat wordt wellicht moeilijk maar daagt de lidstaten en veeleer behoudsgezinde krachten uit.

Uiteraard garandeert niets dat de aanwezigheid van vrouwen in topfuncties uitmondt in een beter beleid. Maar omdat ook in het Europees Parlement 41 procent van de verkozenen vrouwen zijn, bestaat de kans dat thema’s vanuit een gediversifieerder perspectief worden bekeken dan in het verleden.

Netwerken

En er is nog reden tot Europees enthousiasme. Twee jaar geleden lanceerde de Franse president Emmanuel Macron zijn ambitieuze voorstellen voor een netwerk van Europese Universiteiten. Het initiatief werd in geen tijd door de Europese Commissie opgepikt en al een jaar later verscheen een oproep aan de Europese universiteiten.

Eind vorige maand werden de 17 gelukkige netwerken bekendgemaakt die in een eerste fase als pilootprojecten worden ondersteund. Het gaat om netwerken van universiteiten die transnationale allianties vormen op basis van een gedeelde langetermijnstrategie. De bedoeling is de mobiliteit van studenten en personeel te verbeteren en de kwaliteit, de inclusiviteit en het concurrentievermogen van het Europees hoger onderwijs te bevorderen.

Naar Belgische normen was de snelheid waarmee van een los idee naar een concreet voorstel en een feitelijke beslissing werd gegaan onvoorstelbaar.

Twee dingen verdienen de aandacht. Eén: de naar Belgische normen onvoorstelbare snelheid waarmee van een los idee naar een concreet voorstel en een feitelijke beslissing werd gegaan. Er wordt veel gezeurd over de Europese bureaucratie, maar dat was een staaltje van daadkracht. En er schuilt ambitie achter.

Twee: de erg goede scores van de Belgische universiteiten. In vier van de zeventien netwerken die in de prijzen vielen, nemen Belgische universiteiten - de VUB, de UA, de KUL en de ULB - een trekkersrol op zich. Nederland, in deze context vaak een referentieland, doet het met eveneens vier universiteiten niet beter.

Crisissen

Mooi dus van die Belgische universiteiten. En iets om trots op te zijn. Dat het aantal studenten dat op Erasmus vertrekt ook in Vlaanderen stijgt, duidt op een Europees project dat nog altijd in crescendo, weliswaar geprivilegieerde, jongeren bekoort.

Af en toe de memoires van Jean Monnet herlezen, ik kan het de nieuwe parlementsleden en de Commissieploeg alleen maar aanraden

De structuren en de instellingen van het Europa van morgen zullen anders zijn dan diegene die in 1957 werden bedacht. Dat voorzag Jean Monnet, een van de founding fathers, al in zijn ‘Mémoires’ (1976). Hij ging er ook van uit dat Europa veel crisissen zou doormaken. Maar de wortels van Europa, schreef hij, zijn diep en het project kan dus tegen een stoot. ‘A chaque jour suffit sa peine’, zei Monnets moeder. ‘Demain sera un autre jour’, vond Monnets vader. Waarop Jean Monnet zelf toevoegde dat beiden gelijk hadden.

Aan ieder van ons, en dus ook aan de beleidsmakers, de universiteiten en de jonge generaties, om die ‘demain’ vorm en inhoud te geven, en behoedzaam maar vastberaden verder aan dat unieke en noodzakelijke project te sleutelen. Zoals Monnet en anderen dat deden. Af en toe de memoires van Monnet herlezen, ik kan het de nieuwe parlementsleden en de Commissieploeg alleen maar aanraden.

Lees verder

Tijd Connect