Algemeen onderwijs moet het technische achterna

Peter Hinssen

Vorige woensdag had ik de unieke kans om een presentatie te geven in het Vlaams Parlement. Over technologie, het digitale, de wereld in verandering en disruptie. Om mijn verhaal nog meer toe te spitsen op wat leeft bij ons allemaal, had ik het lumineuze idee om, maandagochtend, op mijn Twitter en Facebook te vragen ‘welke topics of thema’s’ ik absoluut moest aanhalen.

Behoorlijk laat natuurlijk om daar pas dan aan te denken. Maar nooit eerder kreeg ik zoveel respons op de sociale media. Mobiliteit! Gezondheidszorg! Start-ups en scale-ups! Allemaal bijzonder nuttig, en relevant. Maar één woord kwam keer op keer terug: onderwijs. Dat is niet verwonderlijk. Het is ook de rode draad als ik na een lezing mensen ontmoet, vaak bezorgde ouders. Het is hun number one priority.

Eén woord kwam keer op keer terug: onderwijs. Dat is niet verwonderlijk. Het is ook de rode draad als ik na een lezing mensen ontmoet, vaak bezorgde ouders.

Nu, het onderwijs is een beetje als het weer. Iedereen heeft er een opinie over. Of liever, iedereen zaagt erover. Ik heb het er zelf al heel veel over gehad. Gaf er talloze interviews over. En ja, af en toe heb ik daar iets gezegd waarvan ik spijt heb. Ons onderwijssysteem heeft fantastische mensen: gemotiveerde leerkrachten die telkens opnieuw hun uiterste best doen, en directies die echt proberen om te innoveren en relevant te blijven.

Snelheid

Maar bij veel mensen leeft duidelijk de vraag: ‘Hoe zorgen we ervoor dat de snelheid van het onderwijs is aangepast aan de snelheid van verandering in onze maatschappij?’. Dat thema heb ik besproken tijdens de sessie in het parlement. Er is wel degelijk iets aan de hand. Ons onderwijssysteem, dat gebaseerd is op gemiddelden, frustreert de betere studenten die moeilijker kunnen differentiëren, en levert tegelijk een heleboel jongeren af die niet voorbereid zijn op de markt. Gelukkig draait de economie nu op volle toeren, met een minimale werkloosheid, dus het valt niet op.

©Tom Verbruggen

Professor Ann Dooms doceert wiskunde aan de VUB, is gespecialiseerd in digitale wiskunde en big data, en is zo’n beetje de ‘madame STEM’ (Science, Technology, Engineering and Mathematics) van ons land. Zij weet als geen ander hoe belangrijk competenties in die domeinen zijn voor onze bedrijven. En ze stelt vast dat de kwaliteit van de instroom van studenten uit het middelbaar onderwijs achteruitboert. Ze vertelde me onlangs dat er studenten zijn die bij haar wiskunde willen studeren aan de universiteit, maar het begrip ‘afgeleide’ in het middelbaar niet onder de knie kregen.

Afgelopen weekend stond er een schitterend duo-interview in deze krant met Vlerick-decaan Marion Debruyne en VUB-rector Caroline Pauwels. Die eerste pleitte ervoor om het onderwijs radicaal te digitaliseren en het curriculum radicaal te herzien. Het is toch absurd dat jongeren exact dezelfde vakken krijgen als 40 jaar geleden, terwijl de maatschappij totaal veranderd is?

Alternatieven

Ik begon mijn speech in het parlement met de vraag: ‘Als jullie als overheid concurrentie zouden hebben, zoals in de echte wereld, zouden jullie dan vandaag nog klanten over hebben?’ Dat geldt in extreme mate ook voor het onderwijs.

Ook STEM is niet het antwoord op alles. Cruciaal is hoe het onderwijs sneller aan te passen aan de veranderende realiteit.

Ik kom meer en meer ouders tegen die resoluut op zoek gaan naar alternatieven. Die hun kinderen wel de extra kennis willen geven opdat ze later relevant blijven. Ouders die hun kinderen inschrijven in de CoderDojos en op zaterdagochtend hun koters Scratch en Arduino (populaire tools om te tonen wat programmeren precies inhoudt, red.) leren ontdekken. Ze kunnen ook terecht in de gloednieuwe Lab School in Sint-Amands. Met een nieuw leerconcept, zonder ‘lesuren’, maar waar kennis uit allerlei domeinen aan elkaar wordt verbonden. Waar leerkrachten samenwerken in plaats van elk over hun vakgebied te doceren.

Dit is zeker niet de zaligmakende methode voor iedereen, en ook STEM is niet het antwoord op alles. Cruciaal is hoe het onderwijs sneller aan te passen aan de veranderende realiteit. En vooral, hoe het ons kan voorbereiden op levenslang leren. Ironisch genoeg - alhoewel - gebeurt dat sneller in de technische richtingen dan in het ‘algemeen’ onderwijs.

Duaal

Kijk naar de snelheid waarmee de VDAB aanvoelt welke technische beroepen nood hebben aan specifieke skills en hoe hij zijn opleidingscentra daarop kan laten inspelen. Of hoe Syntra in Vlaanderen het duaal leren uitrolt. Zo kunnen jongeren in het secundair onderwijs vorming en werkervaring combineren. Met een app en een duaallerenplatform zien ze waar ze de juiste skills kunnen opdoen in het netwerk van aangesloten bedrijven, om precies in te spelen op vragen uit de markt.

We houden vast aan het waanidee dat we een zo goed mogelijk diploma moeten behalen, en dat we daar voor de rest van ons leven op kunnen teren.

Het contrast met het algemeen onderwijs is helaas bijzonder groot. In plaats van sneller op de bal te spelen lijkt de kloof met de maatschappij er groter en groter te worden. We zetten in Vlaanderen veel te weinig in op levenslang leren. We houden vast aan het waanidee dat we een zo goed mogelijk diploma moeten behalen, en dat we daar voor de rest van ons leven op kunnen teren.

Mij is bijzonder duidelijk geworden dat onderwijs het absolute pijnpunt is van de bezorgde Vlaamse burger. En als er dan een verandering wordt aangekondigd, zoals de ‘hervorming’ van het secundair onderwijs, beseffen we met zijn allen dat we met een dergelijke maat voor niets geen stap vooruitzetten.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Partner content